2282 |
Babylonische Rijk (1792 - 1600 v. Chr. ) |
![]() In 1792 kreeg |
Om een eind te maken aan de macht van de tempelpriesters bepaalde Hammoerabi nu, dat voortaan alleen de god Mardoek mocht worden vereerd als de beschermgod van het rijk. In iedere stad liet hij ter ere van deze god een tempel bouwen en erediensten houden. Het was nu duidelijk dat Mardoek een grote god was. Alle mannen achtten het raadzaam zich eerbiedig voor hem te buigen, evenals natuurlijk voor de plaatselijke god. | ![]() |
Babylon, de hoofdstad van het Babylonische wereldrijk, werd een belangrijke handelsstad en het middelpunt van de karavaanhandel tussen Indië en de havens aan de Middellandse Zee en groeide uit tot de grootste stad van het hele Nabije Oosten. Babylonische kooplieden trokken naar alle windstreken om handel te drijven. Naar de kust van de Middellandse Zee voor cederhout voor bouw van de vele nieuwe tempels, naar Cyprus voor koper, naar de landen aan de Rode Zee voor koper en naar India voor goud. Zelf produceerden de Babyloniërs graan, wol, dadels, sesamolie, aardewerk, manden en matten van riet. Zij dreven niet langer meer ruilhandel, maar betaalden met goud en zilver van een bepaald gewicht. Andere volkeren zouden de namen voor maten en gewichten van de Babyloniërs overnemen. Bij ieder aankoop of overeenkomst wordt een contract opgesteld, die door beide partijen wordt ondertekend. Van deze overeenkomsten zijn hele archieven teruggevonden.
De voornaamste handelswegen liepen via de zee. Deze route was een stuk veiliger dan via landgebieden, die vaak bevolkt waren door rovers. Met de handel verdienden de Babylonische kooplieden schatten. Ook op het gebied van kunst, wetenschap en mode gaf Babylon de toon aan. De taal van de Babyloniërs werd een van de belangrijkste talen van het nabije Oosten. |
Met zijn veroveringen was Hammoerabi echter te laat geweest. De Hoerrieten hadden eerder kans gezien zich met hun strijdwagens te vestigen in het laagland. Hun verwanten, de Kassieten hielden de bergen in het westen in de gaten.
Hammoerabi was ook oud geworden. Omstreeks 1750 stierf hij, ca. 65 jaar oud. Hij werd opgevolgd door zijn zwakke zoon Enkele jaren na Hammoerabi's dood (1750 v. Chr.) stormden de strijdwagens van de Hoerrieten en Kassieten uit het bergland over de laagvlakte. Daarachter volgden soldaten te voet met speren en bogen en landverhuizers met kudden vee, paarden en knarsende ossenkarren beladen met tenten en huisraad. Ze kwamen niet om oorlogsbuit te veroveren, maar om zich te blijvend te vestigen in het tweestromenland. Het kwam tot een veldslag tegen de Kassieten, die eindigde in een overwinning van de Amorieten, maar het was maar een halve overwinning: de Kassieten werden niet verdreven, maar bleven in het gebied ten oosten van de Tigris, waar zij een eigen koninkrijk stichtten. De Hoerrieten bezetten een groot deel van Noord-Syrië tot aan de bovenloop van de Eufraat, van waaruit zij met hun strijdwagens verder oprukten naar Palestina. Niet in georganiseerde veldtochten, maar in doldrieste, langdurige zwerftochten. In 1595 v. Chr. maakte de koning van Hattusas, de koning van de Hittieten, In Kades aan de Orontes bleven vorsten der Amorieten nog zelfstandig en vormden zij een bufferstaat tussen Egypte en het rijk van de Hittieten, tot de invallen van de Hittieten en de Zeevolken in de 13e eeuw v. Chr. hen vernietigden. laatst bijgewerkt: 29 01-03 |