1102

Larsa

Larsa (mogelijk het bijbelse Ellasar - Genesis Hoofdstuk 14 - verzen 1-24) was een belangrijke stad in het antieke Babylonië, de plaats van verering van de zonnegod Shamash, gelegen bij de ruïneheuvel van Senkerah. Het ligt zo'n 20 km. ten zuidoosten van de ruïneheuvel van Erech (Uruk), bij de oostelijk oever van het Shatt-en-Nil kanaal (huidig zuidelijk Irak).

Larsa wordt voor het eerst genoemd in Babylonische inscripties uit de tijd van Ur-Gur, 2700 of 2800 v. Chr., die de ziggurat of E-babbar, de tempel van Shamash, bouwde of restaureerde. 

Nadat in 2120 Ur-Nammu (2119 - 2103) zichzelf uit tot koning van Soemer en Akkad had uitgeroepen dwong hij Larsa  zijn gezag te erkennen. Onder zijn heerschappij profiteerde ook Larsa van Ur-Nammu's bekwame bestuurskwaliteiten en de nieuwe welvaart die dit met zich meebracht. 

In 1836 v. Chr. werd Larsa veroverd door de Elamieten en moesten haar heersers een aantal gebieden aan hen afstaan. Politiek gezien trad Larsa daardoor op de voorgrond doordat de stadsstaat het centrum werd van de Elamitische heerschappij in Babylonië. Wellicht dankt Larsa die positie doordat zij als een extra stop diende op weg naar het naastgelegen Erech (Uruk), dat een prominente rol speelde in het verzet tegen de Elamieten. 

"De Aanbidder van Larsa", een votief beeldje gewijd aan de god Amurru, vroeg 2e millennium v. Chr., Louvre

Larsa werd  tussen 2025-1763 v. Chr. geregeerd door de volgende Elamitische heersers:

  • Naplanum 2025-2005 v. Chr.
  • Emisum 2004-1977 v. Chr.
  • Samium 1976-1942 v. Chr.
  • Zabaya 1941-1933 v. Chr.
  • Chedormanchundi of Gungunum 1932-1906 v. Chr.
  • Abisare 1905-1895 v. Chr.
  • Chedorlamoer of Sumuel 1894-1886 v. Chr.
  • Nuradad 1865-1850 v. Chr.
  • Siniddinam 1849-1843 v. Chr.
  • Sineribam 1842-1841 6v. Chr.
  • Siniqisham 1840-183 v. Chr.
  • Silliadab 1835 v. Chr.
  • Chedormabug
  • Warad-Sin 1834-1823 v. Chr.
  • Rim-Sin 1822-1763 v. Chr.

In de tijd van de troonsbestijging van Hammoerabi (ca. 1792 v. Chr.) ontstond er grote rivaliteit tussen Larsa en de steden Esjnunna, Babylon, Qatna, Aleppo en Ashur. Het bondgenootschap Larsa-Mari-Babylon richt zich vijftien jaar lang tegen Esjnunna, Elam, de Guteeërs (Guti) en Ashur (Assyrië)

Ten tijde van Hammurabi's succesvolle strijd tegen de Elamitische veroveraars (ca. 1763 v. Chr.) werd Larsa geregeerd door de Elamitische koning Rim-Sin (1822-1763), die haar grote concurrent Isin in zijn dertigste regeringsjaar kon veroveren. Hij zou zijn éénendertig volgende regeringsjaren naar dit wapenfeit laten noemen, zo belangrijk was de verovering van Isin voor Larsa. Hiermee zou hij een nieuwe jaartelling introduceren: het erasysteem. Rimsin versloeg ook Ishmedagan (1770-1731), de koning van Boven-Mesopotamië (Oud-Assyrische rijk).

Na succesvolle oorlogen tegen de buurvolken richtte Hammoerabi zich tegen zijn vroegere bondgenoten Rim-Sin van Larsa en Zimrilim van Mari. In 1761 v. Chr. werden zij door Hammoerabi verslagen 

Opgravingen op deze locatie (de ruïneheuvel Senkereh), ca. 20 km ten zuidwesten van Uruk) worden al sinds 1854 uitgevoerd. De ruïnes bestaan uit een laag, cirkelvormig platform, ongeveer 7 km. in omtrek, langzaam stijgend van het niveau van de vlakte tot een centrale heuvel zo'n 25 m. hoog. Dit vormt de oude ziggurat van de tempel van Shamash. Uit de inscripties die hier werden gevonden kan men afleiden dat, afgezien van de reeds genoemde koningen, Hammurabi, Burna-buriash (buryas) en Nebukadnezar II van Babylon de tempel van Shamash restoreerden of herbouwden. De opgravingen bij Senkerah waren met name zo succesvol door de ontdekking van inscripties op kleitabletten, voornamelijk contracten, maar ook een belangrijke wiskundige tablet en een aantal afwijkende tabletten met beschrijvingen en bas-reliëf scènes uit het dagelijkse leven. Ook de overblijfselen van een oude Babylonische begraafplaats is gevonden. Uit de ruïnes blijkt dat Senkerah ophield te bestaan ten tijde van of snel na de Perzische verovering.

Larsa - Wikipedia

Gemaakt: 12-02-07

colofon