2074

Anatolië (1600 - 1430 v. Chr.) - Hittieten

Anatolië (1700 - 1600 v. Chr.)
Mursili (1620 - 1595 v. Chr.)

De zoon van Labarna ll, Mursili (ook gespeld als Murshili of Mursilis) l , maakte in de eerste helft van zijn regeringsperiode geen grote veroveringen.

In de tweede helft van zijn regeerperiode veroverde hij eerst het gebied ten zuiden van het rijk, Kizzuwadna genaamd. Vervolgens trok hij de door Hattusili verzwakte Syrische koninkrijken binnen, veroverde Halpa (Aleppo), stak de Eufraat over waarna hij deze 750 km. lange rivier al plunderend afzakte en in 1595 v. Chr. een eind maakte aan de Oudbabylonishce dynastie van Hammurabi. Mogelijk in samenwerking met de Kassieten, maakte hij de stad Babylon, de meest ontzagwekkende stad van het land van de twee rivieren, met de grond gelijk. 

Na deze veroveringen nam Mursili I een enorme buit mee terug naar Hattusa, echter nog hetzelfde jaar werd hij door zijn zwager vermoord. De opvolgers (van Hantili l (1590 - 1560) tot Muwatalli I) waren onmachtige koningen en door een interne strijd om de macht verzonk het Hittitische rijk  in bijna ononderbroken wanorde. Terwijl zij worstelden om de kroon te redden van ambitieuze prinsen en edelen, gingen vele veroverde gebieden over tot een eigen of vreemde heerschappij.

Mursili: afbeelding uit het spel Civilization III: Conquests Firaxis Games

Intern namen de conflicten toe. De troonopvolging bleef een probleem: felle ruzies (soms met bloedige afloop) binnen de koninklijke families en geregeld werden er koningen vermoord. Vele pogingen om de troonopvolging wettelijk te vast te leggen zijn door koningen tevergeefs ondernomen – hiervan zijn die van koning Telipinu (1525 – 1500 v.Chr.) de bekendste en meest invloedrijke geweest. Uiteindelijke kwam het erop neer dat degene met de machtigste connecties en het meeste geld een staatsgreep kon plegen, als hij dat wilde. Ook extern namen de conflicten toe. In deze periode vormden de Kaskiërs een steeds groter probleem. Zij deden voortdurend invallen in Hittitisch gebied en hoewel zij telkens werden teruggedreven, wonnen zij uiteindelijk steeds meer terrein ten koste van het Hittitisch territorium. De Hittitische koningen maakten geen grootse campagnes meer buiten hun eigen rijk, dat steeds inkromp. Wat hier de werkelijk oorzaak van is, is onduidelijk (waarschijnlijk een combinatie van interne en externe factoren). De Hittitische geschiedenis tussen 1590 en 1400 is dan ook weinig interessant, met uitzondering van het contact met de Hoerrieten en de Egyptenaren.

De Hoerrieten, een volk dat al een onafhankelijk rijk had sinds ± 2350 v. Chr., maakten gebruik van het machtsvacuüm dat was ontstaan. Zij zagen hun kans schoon en trachtten hun grondgebied naar het westen, in de richting het Hittitische rijk, uit te breiden. Dit lukte geleidelijk ook, totdat zij op de Egyptenaren stootten, die op dezelfde wijze gebruik wilden maken van het machtsvacuüm. 

Thoetmosis l (1504-1492, 1493 – 1481), was de eerste Egyptische farao die op expeditie ging naar het gebied van de Syrische koninkrijken. Hij ging een bondgenootschap aan met de Mitanni, de nieuwe staat die was ontstaan in het noorden van Syrië, en samen dreven zij de Hittieten geleidelijk terug tot in hun Anatolische vaderland. Door interne problemen kon Thoetmosis echter  zijn macht in de door hem veroverde gebieden niet consolideren en konden de Hoerrieten ongestoord hun macht uitbreiden.

Pas met Thoetmosis III (1458 – 1425), werden de Egyptenaren echt een factor voor de Hoerrieten. Thoetmosis III maakte in totaal 17 veldtochten in het Syrische gebied en daarmee maakte hij Egypte in korte tijd aanzienlijk rijker en één van de grote machten in het betreffende gebied. Vele kleine koninkrijkjes betaalden schattingen aan Thoetmosis, mede om Egypte als bondgenoot te hebben tegen de almaar machtiger wordende Hoerrieten. Ook de Hittieten hebben schatting betaald aan Thoetmosis. Het was waarschijnlijk de Hittitische koning Zidanta die de opdracht gaf voor deze overdracht. Egypte bleef voor de Hittieten echter nog een grootmacht op grote afstand. De Hoerrieten werd tijdelijk een halt toe geroepen. Zij gingen oostwaarts en veroverden in 1425 v. Chr. het toen nog kleine Assyrische rijk.

Ook Toetmosis lll slaagde er niet in de veroverde gebieden permanent bij zijn rijk in te lijven. Daardoor konden de Hoerrieten opnieuw naar het westen trekken. Nu drongen zij tot ver in het Hittitische rijk door. Het rijk Kizzuwadna verbond zich talloze malen nu eens met de Hittieten, dan weer met de Hoerrieten, maar koos uiteindelijk noodgedwongen voor de Hoerrieten en hiermee was het Hittitische rijk rond de regeerperiode van de laatste koningen voor Tudhaliya I/II, Huzziya II en Muwatalli II, op zijn op één na grootste dieptepunt.

Bron: Tussen de negende en de tiende - een interview met prof. Hekster

Na 1500 brak een periode aan waarover zeer weinig bekend is. Het is niet zozeer een zelfstandige fase in de geschiedenis van de Hittieten, maar meer een overgangsperiode  tussen het Oude en het Nieuwe Koninkrijk. Zo goed als niets is bekend over deze donkere periode die 70 jaar zou duren totdat Tudhaliya I ca. 1430 v.Chr. aan de macht kwam. 

Koningen van het Middenrijk waren

  • Alluwamna
  • Tahurwaili
  • Hantili II
  • Zidanta II
  • Huzziya II
  • Muwatalli I

Anatolië (1430 - 1300 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 16-08-08

colofon