2411 |
Egypte - Thoetmozes lll (1458 - 1427 v. Chr.) |
![]() |
18e dynastie (vervolg)
Na twintig jaar lang de scepter te hebben gezwaaid, werd in 1458 v. Chr. Hatsjepsoet door Thutmose (Thoetmosis) lll ten val gebracht. Zodra hij de regering had overgenomen, begon een grondige beeldenstorm. Uit wraak werd alles wat aan haar deed herinneren vernietigd. Overal werden haar naam en beeltenis weggehakt. Latere koningslijsten vermelden haar niet als wettige vorstin. Rechts: reliëf van Thoetmozes lll afkomstig van de Tempel van Thoetmozes in Deir el Bahari. (Museum van Luxor) |
![]() |
![]() Hij bestreed de opstandige vorst van Kadesj en nam diens stad in. Alle Phoenicische havens werden veroverd. Met schepen, die hij 400 km. over land met ossenwagens liet vervoeren, stak hij de Eufraat over om tegen Mitanni ten strijde te trekken. Hij drong diep door in het gebied der Mitanni en ontving schatting van Assyrië, Babylon en de Hittieten. In Nubië werd de grens 320 km. naar het zuiden verlegd, tot voorbij het vierde cataract. Bij zijn dood (1450 of 1438) had het Egyptische rijk zijn grootste omvang bereikt. Het rijk strekte zich toen uit van Syrië tot aan het tegenwoordige land Soedan. |
![]() |
![]() |
De Egyptische invloed was merkbaar tot in beneden Syrië. De afhankelijke staten waren Egypte schatplichtig. Op de veroverde gebieden in Palestina en Syrië hadden de Egyptenaren echter minder greep. Het binnenlandse bestuur lieten zij in handen van de plaatselijke vorsten. Boven hen stelde de farao een gouverneur aan, die vanuit zijn residentie te Gaza een wakend oog hied op de gang van zaken.) Thoetmosis lll had vele tempels laten bouwen. In het bijzonder vereerde hij de oorlogsgod Month.
Gedurende laatste jaren van zijn regering stelde Thoetmosis lll zijn zoon |
Laatst bijgewerkt: 01-02-05 |