2410

Egypte (1481 - 1458 v. Chr.)
Thoetmosis ll - Hatsjepsoet 

Egypte (1493 - 1481)

18e dynastie (vervolg)

Hatsjepsoet (Hatshepsut) (1473 - 1458 of 1503 - 1482)

Na Thoetmosis l kwam er voorlopig een einde aan de Egyptische machtsuitbreiding. Zijn opmerkelijke dochter, Hatsjepsoet, was daar de oorzaak van. Na de dood van haar echtgenoot Thoetmosis ll (1479 of 1458 v. Chr.), regeerde zij eerst als regentes voor haar onmondige stiefzoon en neef Thoetmosis lll. Nog voordat deze prins volwassen was geworden, wist zij de macht over het land naar zich toe te trekken en nam zij zelf de titel van koning aan (1473), door zich, zoals dat bij farao's gebruikelijk is, bij een processie door de god Amon als koning te laten aanwijzen. In plaats van de veroveringspolitiek van Thoetmosis l volgde zij een beleid van vreedzame betrekkingen met de nabuurstaten. Hierdoor kreeg in Azië het rijk Mitanni de gelegenheid tot bloei te komen. 

Koningin Hatsjepsoet

Koningin Hatsjepsoet (Hatshepsut) hield de volle koningsmacht tot haar dood in handen. Ze pronkte met al het uiterlijk vertoon en de opschik het koningsschap waardig, kleedde zich zelfs als een farao en droeg een ceremoniële valse baard. Thoetmosis lll was (vanaf 1450?) officieel mederegent, maar had geen enkele invloed op de staatsaangelegenheden. Twee mannen hadden tijdens haar regering grote macht: Hapoeseneb, de hogepriester van de tempel van Amon in Karnak en Senenmoet, de architect en beheerder van de tempelgoederen. Hatsjepsoet wijdde zich hoofdzakelijk aan vreedzame werken. Er werd een handelsexpeditie ondernomen naar het land Poent, bij de Rode Zee in de omgeving van Somalische kust. 
De reliëfs uit haar dodentempel in Deir el Bahari hebben hierop betrekking. De tempel van Amon in Karnak werd met nieuwe bouwwerken versierd, o.a. met twee 30 m. hoge obelisken. Evenals de farao's vóór haar liet zij een rotsgraf aanleggen in het Dal der Koningen, waarin zij ook de mummie van haar vader, Thoetmosis l, een laatste rustplaats gaf. Op het eind van haar regering werden de drie hoge machthebbers, Hapoeseneb, Snemoet en Neshi, de leider van de expeditie naar Poent, ten val gebracht. Alleen de vizier Weseramon bleef in het zadel. Na twintig jaar lang de scepter te hebben gezwaaid, werd Hatsjepsoet opgevolgd door Thoetmose (Thoetmosis lll)

Haar mummie werd bijgezet in het graf van haar voedster en latere dienares Sitre In, uit vrees dat haar stiefzoon en opvolger Thoetmosis lll, die elke herinnering aan zijn voorgangster wilde uitwissen, het stoffelijk overschot zonder veel plichtplegingen zou laten verdwijnen. De bescheiden graftombe van Hatsjepsoet en Sitre In werd ontdekt in 1903 in de Vallei der Koningen en staat bekend als KV 60. Er is jaren lang gespeculeerd welke van beide mummies die van Hatsjepsoet was en van wie de tweede mummie was. In 2007 werd op grond van onderzoek van gebit en beenderen het raadsel opgelost. Het was niet de mummie die de rechterarm over de borst gekruist heeft, zoals jaren geleden werd verkondigd door de Britse egyptologe (een gejruiste arm was volgens haar een koninklijk gebaar en dus moest deze mummie die van de koningin zijn). Die theorie is opzij geschoven door egyptoloog Hawass. De positie van haar rechterarm is voor hem geen overtuigend bewijs van koninklijkheid. Bovendien is deze mummie groot en dik en heeft ze grote hangborsten.

Egypte - Thoetmosis lll (1458-1427 v. Chr.)

Laatst bijgewerkt: 29-01-03

colofon