2409

Egypte (1493 - 1481 v. Chr.)
Nieuwe Rijk (18e dynastie) - Thutmose l

Egypte (1600 - 1493 v. Chr.)
Thutmose (Thoetmosis) l (1493-1481), de derde koning van de 18e dynastie, was door huwelijk verwant aan zijn voorganger, die waarschijnlijk geen mannelijke opvolger had. Net als Amenhoteb l, meende hij de opkomende imperialistische staten in het oosten alleen te kunnen weerstaan door tegen hen ten strijde te trekken, waarbij zij gebruik maakten van de nieuwe wapens en krijgstaktieken die zij van de Aziatische vorsten hadden overgenomen. Thoetmosis militaire successen waren spectaculairder dan die van enige andere Egyptische koning. In de eerste jaren van zijn regering bereikte hij in de strijd tegen de Hittieten, de Eufraat.
Tijdens een reeks veldtochten drong hij door tot aan Koergoes, stroomopwaarts tot de vierde cataract. Nubië, met haar rijke goudmijnen, werd een Egyptische kolonie, geregeerd door een onderkoning, aangesteld door de farao. 
In Nubië lieten Thoetmosis l en zijn opvolger Thoetmosis ll tal van nieuwe steden, tempels en versterkingen bouwen. Op den duur zou het land steeds meer op Egypte gaan lijken. Ook naar het westen werd het rijk uitgebreid door de verovering van Lybië. 

In korte tijd was Egypte uitgegroeid tot een nieuwe wereldmacht strekte het rijk zich uit van Thombas in Boven-Nubië tot aan de Eufraat. 

Links: Thutmose's moeder Semiseneb

De machtsuitbreiding had verstrekkende gevolgen. Het bestuur werd veel ingewikkelder. De taken moesten worden verdeeld, wat tot gevolg had, dat er meer ambtenaren moesten worden aangesteld. Verder was er een goed georganiseerd leger nodig om de grenzen te bewaken. 
De citadel in Avaris werd verlaten en even verderop werd een nieuwe stad gesticht: Piramesse (Per-Rameses). Later werd de hoofdstad verplaatst naar Memphis en werd Thebe het centrum van de godsdienst. In het hele rijk werd de god Amon vereerd en aanbeden.

De enorme tempel, die ter ere van deze god in Karnak (aan de oostoever van de rivier de Nijl en 2,5 km ten noorden van Luxor) werd gebouwd, groeide uit tot het politieke en economische middelpunt van het Egyptische rijk. Het was de plaats waar alle belastingen, schattingen en veroverde oorlogsbuit werden bewaard. De hogepriester van deze tempel in Karnak, die met het toezicht op de staatskas was belast, werd na de farao de belangrijkste man van het rijk. 

Piramiden werden er nu niet meer gebouwd. Wél lieten de farao's enorme tempels en grafmonumenten voor zichzelf bouwen in de rotswanden van het Dal der Koningen ten westen van Thebe, waar zij zich in alle pracht en praal lieten bijzetten. Amenhotep l was de eerste koning die zich daar liet begraven. Op de wanden lieten de farao's vol trots hun militaire en/of sportieve prestaties in inscripties vastleggen. Net als de piramides, waren ook deze moeilijk vindbare rotsgraven geplunderd door dieven. Slechts één koningsgraf zou in 1922 min of meer ongeschonden worden teruggevonden door de archeologen Carter en Carnarvon: dat van Toetanchamon, een onbeduidende farao die reeds op 18-jarige leeftijd stierf. 

Egypte (1481-1458 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 27-02-07

colofon