2407 |
Egypte - 15e, 16e en 17e dynastie (1633 - 1532 v. Chr.) |
![]() |
In 1633 v. Chr. kwam er een eind aan de 13e dynastie |
In Egypte heersten Aziatische vorsten (Hyksosheersers). Zij worden aangeduid als de heersers van de 15e dynastie. Verder was er een parallelle groep Aziatische vorsten, die bekend staat als de 16e dynastie. Deze term kan ook dienen om er andere Aziatische heersers mee aan te duiden die zichzelf tot koning proclameerden, waar zij ook gevestigd mochten zijn. De Griekse geschiedschrijver Manetho aan wie wij de indeling in Dynastieën van de Egyptische geschiedenis danken, beschrijft niet geheel correct een aantal Hyksos vorsten die door Apophis I met gezag bekleed werden als deze aparte 16e Dynastie. Deze Dynastie bestond dus eveneens uit Hyksos-vorsten en liep gelijktijdig met de 15e Dynastie. 17e dynastie (Thebe) De belangrijkste van de oppositionele dynastieën was echter de 17e dynastie, een geslacht van geboren Egyptenaren, die was ontstaan als een plaatselijke Thebaanse tak van de oude 13e dynastie, die in het zuiden de cultuur van het Middenrijk had weten voort te zetten. Vanuit Thebe regeerden zij over het Nijldal vanaf het eerste cataract naar het noorden tot Cusae (el Koesija). In het zuiden hadden de vorsten van Kerma Beneden-Nubië veroverd. Het gebied dat vroeger werd beheerst door de 12e en 13e dynastie was dus nu in drieën gedeeld. Gedurende een eeuw schijnt er tussen die gebieden vrede te zijn geweest. De stichter van deze lijn was Lange tijd heerste er vrede tussen Avaris en Thebe en was er regelmatig een levendige uitwisseling met het Hyksos-rijk verder stroomafwaarts. Aan het eind van de regering van Onder ![]() ![]() Hij is waarschijnlijk rond 1578 v. Chr. gesneuveld in de Bevrijdingsoorlog tegen de Hyksosvorsten. Zijn mummie is aangetroffen in het verzamelgraf DB320 en vertoont een gapende hoofdwond. Hij werd opgevolgd door zijn zoon |
Tot die tijd was Egypte in technisch opzicht onderontwikkeld geweest in vergelijking met het Nabije Oosten, maar onder het Nieuwe Rijk waren zij in grote trekken elkaars gelijken. Tot de nieuwe technieken behoorden bronsbewerking (waardoor de noodzaak om bronslegeringen te importeren werd opgeheven), alsmede het gebruik van koper. Het pottenbakkerswiel en het staande weefgetouw werden verbeterd. De zeboe deed zijn intrede en nieuwe groente en fruitsoorten raakten bekend. Daarbij kwamen nog paard en wagen, verbeteringen aan de boog, nieuwe typen voor de kromsabel en andere wapens. |
![]() |
Avaris, de hoofdstad van het rijk van de vorsten uit de woestijn in de oostelijke Nijldelta, werd voorzien van een groot fort op de westelijke oever van de rivier. De stad, in tegenstelling tot oudere Egyptische steden, compact gebouwd, werd omgeven door een muur. Ook werd er een nieuwe haven aangelegd. De doden werden niet buiten de stad begraven, maar onder de vloeren van de woonhuizen. De Aziatische vorsten onderhielden nauwe relaties met de bewoners van Cyprus. Opvallend veel Cypriotisch aardewerk is in de citadel aangetroffen. Aardewerk uit Palestina en Syrië kwam steeds minder voor. De Aziaten, die verwant waren aan de Semitische volkeren in het Nabije Oosten, vereerden de god Teshub, een Hoerritische oorlogs- en onweersgod, die in Egypte als een vorm van Seth werd opgevat. Een hele reeks van onbekwame en onbetekenende koningen probeerden voor farao te spelen, zonder centraal gezag uit te oefenen. Van tijd tot tijd voeren zij felle oorlogen tegen Opper-Egypte. In het zuiden maakte Nubië zich los. laatst bijgewerkt: 25-01-07 |