2366

Aziatische vorsten (Hyksos) - 15e dynastie

Egypte (1879 - 1793 v. Chr.)

Mogelijk kwamen tijdens het bewind van Sebekhotep (Sobekhoteb) lV (1693 - 1685) kwamen de Aziatische vorsten (Hyksos) aan de macht in de Nijldelta. Gedurende de 11e, 12e en 13e dynastie waren Syrische volken naar Egypte getrokken, waarschijnlijk om handel te drijven en misschien ook met militaire doelstellingen, maar ook omdat de toestand in hun eigen leefgebied onrustig werd vanwege de invallen en veroveringen van de Hittieten. Ook zijn sporen van bewoning gevonden van mensen afkomstig van eilanden in de Middellandse Zee, zoals Kreta en Cyprus.
Hyksos betekent niet 'herderskoningen' maar 'vreemde heersers'. Heka betekent heerser, het tweede deel van het woord komt van Chasut, wat 'vreemde landen' betekent. Met de naam Hyksos werden alle vreemde volken aangeduid, zowel die van het noorden als van het zuiden (Nubiërs).

De 'vreemdelingen' in het noorden bestonden niet alleen uit Syrische volken, maar ook leefden er veel mensen uit het Egeïsch gebied en de Minoïsche cultuur. In deze periode van de geschiedenis vond de beruchte vulkaanuitbarsting van Thera plaats. Met behulp van dendrologie is het jaar van de grote uitbarsting gedateerd op 1628 v.o.j., maar ten eerste zijn de jaartallen nog altijd controversieel, en ten tweede hebben er vele uitbarstingen plaatsgevonden gedurende lange tijd, misschien meerdere eeuwen, die steeds meer onrust zoals tsunami's veroorzaakten, omdat het eiland steeds instabieler werd, tot het ten slotte helemaal in de zee wegzakte.

nissaba Onderwerp bekijken - De Hyksos, de Exodus en de joodse identiteit

Terwijl er tussen de koningen van Zuid- en Noord-Egypte de strijd weer eens oplaaide verzamelden zich bij de Nijldelta de gezamenlijke legers van de Aziatische vorsten uit Chaldea (het gebied dat nu Zuid-Oost Turkije, Syrië, Irak, Libanon, Israël, Jordanië en een deel van Saoedi Arabië omvat). 

De Egyptenaren waren tegen deze "vorsten uit de woestijn"  totaal niet opgewassen. Bovendien waren de Egyptenaren in het oorlog voeren niet echt bedreven. De soldaten vochten vrijwel naakt en torsten zware en onhandige levensgrote schilden met zich mee.

Hun voornaamste wapens: de bijlstrijd en de pijl en boog waren van slechte kwaliteit. 
De Aziatische vorsten vochten daarentegen met veel betere wapens: een soort harnas, slagwapens als sikkelzwaarden, doeltreffende dolkmessen en krachtige bogen van hout en hoorn.

Onder hen bevonden zich ook enkele compagnieën Hoerrieten, die waren uitgerust met een opzienbarende nieuwigheid: de door paarden voortgetrokken strijdwagens
Nadat de Aziaten de Nijldelta waren binnengevallen  veroverden zij de stad Avaris
waar het paleis van de farao werd verwoest en enkele andere steden. 

Eén van de opperbevelhebbers, Salatis, een Kanaänitische koning, riep zich uit tot koning van Beneden-Egypte (deze koningen worden gerekend tot de 15e dynastie). Tijdens een grote veldslag werd het Egyptische leger weliswaar verslagen, maar de vorsten van de woestijn slaagden er niet in heel Egypte te onderwerpen. Het zuiden (Opper-Egypte) bleef zelfstandig. De vorsten van de woestijn heersten ruim een eeuw lang over grote delen van Egypte, maar hadden niet heel Egypte onder controle. Vanuit Avaris ondernamen de Hyksos nog wel geregeld plundertochten naar Memphis en zelfs tot aan het zuidelijk gelegen Thebe. 

De 15e Dynastie bestond niet uit inheemse Egyptenaren, maar uit vorsten die hekaw-khasut, de heersers van vreemde landen genoemd werden. De Griekse vorm van deze naam is Hyksos. Onder Sobekhotep IV namen zij het gezag over en vestigden de stad Avaris. Van daaruit breidden zij over een periode van zo'n vijftig jaar hun invloedssfeer uit tot aan Heliopolis. Hoewel zij nooit het zuiden geheel in handen kregen, wisten zij wel via de woestijn en de oases contact te leggen met de Nubiërs van Kerma, die hun bondgenoten werden. De inheemse vorsten die nog in Thebe regeerden (de 17e Dynastie) zaten ingeklemd tussen twee vijandelijke vorstendommen.

De koningsnamen van de 15e dynastie ( Salatis, Bnon, Apachnan, Apophis, Khamudi) zijn gevonden op kleine voorwerpen in wijd en zijd verspreide opgravingterreinen in het Nabije Oosten, wel een bewijs dat er in een zeer groot gebied diplomatieke of commerciële betrekkingen waren. 

De Hyksosvorsten regeerden Egypte op deze manier ongeveer een eeuw lang en hoewel zij later als een grote ramp voor het land beschreven werden, was de 15e Dynastie was een tijd van innovatie en vreedzaam samenleven. Innovaties die geïntroduceerd werden in Egypte waren bronsbewerking, koperbewerking, een verbeterde versie van het pottenbakkerswiel, het verticale weefgetouw, nieuwe soorten groenten en fruit, het paard, de strijdwagen, en diverse soorten wapens. 

De Hyksosvorsten schijnen in het hele land te zijn erkend als het voornaamste koningsgeslacht, maar zij zelf duldden andere pretendenten. Misschien dat de 13e dynastie bleef voortbestaan, wellicht ook de 14e (een heersersgeslacht in het noordwesten van de delta), maar dat dit werkelijk zou hebben bestaan is aan twijfel onderhevig. 

De Hyksos vorsten onderhielden blijkbaar nauwe contacten met de Minoïsche Kretenzers. In de ruïnes van het paleis van farao Ahmose (1539 - 1514) in Avaris zijn opvallend veel Minoïsche fresco's teruggevonden, o.a. met stierendansers en Minoïsche goden en van een stier in een labyrint. ( Minoïsche beschaving (1700 - 1450 v. Chr.). In Knossos op Kreta is een albasten deksel gevonden met de naam van de "Hyksos"-koning Khyan. Mogelijk is Avaris een tijd lang een Minoïsche cultusplaats geweest. 

Mogelijk waren de Minoïsche Kretenzers net als de Aziatische vorsten ook van Semitische afkomst: (Het Lineair A-schrift, te vinden op de Diskus van Phaistos (Phaestos) uit ± 1700 v. Chr., blijkt geschreven te zijn in een Semitische taal, verwant aan de talen in Ugarit en Alalach in Syrië). Rohl legt een verband tussen het Labyrint van Hawara of Aueris (= Avaris) dat door Herodotus werd beschreven en de Paleizen op Kreta. Het Labyrint van Hawara was een enorm gebouw bij de piramide van farao Amenhemhet lll, en werd zo genoemd vanwege de vele gangen en zalen. Het paleis zou de zelfde functie hebben gehad als de paleizen op Kreta, die ook als voedselopslagplaats dienden. 

De contacten met het buitenland (o.a. Kreta) brachten een aantal technische vernieuwingen teweeg die in latere perioden van groot belang zouden zijn. Sommige daarvan kwamen met de Aziatische immigranten, andere van een meer specifiek militair karakter kunnen zijn verworven gedurende bepaalde veldtochten, in enkele gevallen onder de 18e dynastie. 

Overheersing van de Aziatische vorsten (1633 - 1532 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 11-08-08

colofon