2123 |
Paleiscomplexen op Kreta |
Omstreeks 2000 v. Chr. werden op het eiland Kreta verschillende "paleiscomplexen" gebouwd. Het grootste en belangrijkste paleiscomplex was Knossos, het huis van de dubbele bijl. Andere paleiscomplexen ontstonden in Mallia, Phaistos, Hagia Triada, Kato Zakro. De ruïnes van het Minoïsche paleis Phaestos liggen op een hoogte met mooi uitzicht op de Messáravlakte. Noordelijk ligt het Idagebergte nu ook Psiloritis genoemd, westelijk de baai van Messára. Het paleiscomplex zou haar naam te danken hebben aan Phaistos, de zoon van Hercules. Door de ligging, de uitgestrektheid en overzichtelijkheid van het opgraving gebied krijgen we nu nog een indruk van de schittering van het paleis uit het verre verleden. | ![]() |
![]() |
De mythische koning Door Italianen is Phaestos (Festos), opgegraven. Veel van de vondsten van hier heeft men al gezien in het Archeologisch Museum van Iraklion. We denken bijv. aan de discus van Phaestos. |
![]() |
Paleizencomplex Zoals bij andere Minoïsche paleizen zijn alle gebouwen gegroepeerd rondom een centrale hof. Het zuidoostelijke deel van het paleis is ingestort en boeren hebben er in het verleden hun woningen opgezet. Noordelijk liggen de koninklijke vertrekken. In het noordoosten oosten is de discus, een schijf van gebakken klei met daarin gestempelde beelden, gevonden. Waarschijnlijk werd alles wat er gebeurde in een Minoïsche staat vanuit deze paleiscomplexen, die in de periode 2000 - 1700 v. Chr. een enorme groei in grootte en weelde bereikten, geleid. Daar werden grote voorraden graan en olie opgeslagen. De stimulans voor de kunsten had daar zijn middelpunt. Daar bloeiden de ambachten. Daar was de rijkdom geconcentreerd. Van daaruit werden alle gunsten privileges toegekend. Het herdistributiesysteem zelf, in zijn ver doorgevoerde paleisvorm, zou een afschrikwekkend middel tegen oorlogsvoering geweest kunnen zijn. In feite waren het geen "paleizen", maar grote werkplaatsen, waar op grote schaal goederen werden geproduceerd, voorraden werden opgeslagen en verdeeld, zoals graan en olijfolie, met pakhuizen, kantoren en luxe woningen. In deze centra bloeiden de ambachten en werden gunsten en privileges toegekend. |
Tot het paleispersoneel hoorden magazijnbedienden, koks, arbeiders voor verschillende werkzaamheden. We weten niet of het slaven waren of mensen die er werkten uit vrije wil. In de paleizen werkten ook vele kunstenaars: schilders, pottenbakkers, goudsmeden, ivoorsnijders, leerlooiers, smeden, spinners en wevers. De "paleizen" hadden riolering en waterleiding. Er waren badkamers en toiletten. Wie de grote paleizen beheerde, wie de distributie uitvoerde, is nog steeds een raadsel. Werd alles wat er in het Minoïsche rijk gebeurde vanuit Knossos geleid en klopte hier het hart van het grote Kretenzische rijk en zou dit paleis dus als hoofdstad kunnen worden beschouwd ? Werden de "paleizen" gebruikt als koninklijke residentie of waren zij reusachtige grafmonumenten ? (de "koninklijke vertrekken" waren donkere, bedompte ruimten). Werden de stenen vaten gebruikt als badkuip of waren het graftomben ? Zo zijn er talloze raadsels die nog steeds niet zijn opgelost. Rechts: Mallia laatst bijgewerkt 06-01-05 |
![]() |