2353 |
Egypte - Amenhoteb ll (1427-1401 v. Chr.) |
![]() |
18e dynastie![]() Amenhotep trad meteen in de voetsporen van zijn beroemde vader. Nadat de oproerige gebieden in het noorden na het overlijdensbericht van Thoetmoses lll in opstand waren gekomen, viel hij in april van 1418 met twee legers Noord-Palestina binnen “om de bewoners van dat land te bewijzen dat met hem niet te spotten viel". Al vechtend stak hij de Orontes over en viel hij Syrië binnen. Onderweg onderwierp hij alle steden die op zijn weg lagen. Met eigen hand doodde hij zeven Syrische prinsen in de slag bij Qadesh en liet hen naar Thebe brengen. De rijke buit die hij had bemachtigde gebruikte hij op de schatkamers van Amon te spekken. Daarna richtte Amenhotep ll zich op Nubië. Hij voltooide de door zijn vader begonnen tempelbouw op Elephantine en te Amada. Van stèles die de koning in beide tempels achterliet, vernemen we het lot van de zeven gevangen genomen prinsen: de koning offerde gen op de beproefde wijze aan Amon door hen met een knots de schedel in te slaan en vervolgens ondersteboven aan de boeg van zijn schip te hangen. Zes van hen werden daarop aan de buitenmuur van de tempel in Thebe gehangen, terwijl de zevende naar Nubië werd gebracht om daar aan de muren van Napata gehangen te worden "opdat de glorierijke macht van zijne majesteit voor eeuwig gezien zou worden/" Zes jaar later rukte Amenhotep opnieuw op naar Palestina, waar de vorsten popnieuw in opstand waren gekomen, maar slechts tot aan het Meer van Galilea. Hierna lijkt hij voldaan te zijn geweest en de rest van zijn 34-jarige bewind heerste er vrede en kon hij zich richten op vernieuwde en vreedzame bouwactiviteiten, hoofdzakelijk in de provincies, zoals zijn vader dat gedaan had. Zijn bewind was een tijd van voorspoed en groeiende macht voor de Beide Landen. |
Er zijn verschillende aanwijzingen dat Amenhotep II de farao was die verdronk in de Schelfzee (Golf van Akaba) bij het achtervolgen van de Israëlieten onder leiding van Mozes (rond 1401 v. Chr.). Amenhotep II was een sterke persoonlijkheid die bekend stond om zijn grote lichamelijke kracht. Hij was een liefhebber van de oorlog, trok aan het hoofd van zijn leger de strijd in en doodde eigenhandig tegenstanders. Hij stond bekend om zijn wreedheid. Duizenden gevangenen liet hij naar Egypte brengen. |
De mummies van de meeste farao's die in het Dal der Koningen, waar de farao's vanaf ca. 1500 v. C. tot ca. 1100 v. C. begraven werden, gevonden zijn, lagen niet meer in hun eigen sarcofaag. Ze waren in latere tijden door priesters, uit vrees voor grafrovers, naar elders overgebracht. De mummies van Amenhotep II en die van Toetanchamon waren de enige die nog in hun eigen sarcofaag gevonden werden. De boog die Amenhotep II alleen kon spannen, lag in tweeën gezaagd naast zijn lichaam. Uit het onderzoek van de mummie bleek dat Amenhotep II sterk gebouwd was en dat hij stierf in de volle kracht van zijn leven, op de leeftijd van ongeveer 45 jaar. Dit beeld van Amenhotep II is in overeenstemming met de beschrijving die in het boek Exodus gegeven wordt van een farao die Israël wreed onderdrukte en die na de Uittocht zelf het volk Israël met zijn leger achterna trok. In de grafkamer waar de sarcofaag staat waarin de mummie van Amenhotep II in 1898 door Loret gevonden werd, valt op dat daar tot het laatst in haast gewerkt was. De sarcofaag staat in een verdiept gedeelte op enige grof bewerkte steenblokken die in haast neergelegd zijn om een nog dieper gedeelte van de grafkamer, waaraan men nog bezig was, op te vullen. De treden naar het verdiepte gedeelte zijn niet afgewerkt. De wanden in dat gedeelte zijn niet beschilderd en in ruw bewerkte toestand gebleven. Daardoor valt de grote tegenstelling op met de prachtig beschilderde wanden van het hogere gedeelte van de grafkamer. Het diepere gedeelte draagt nog de sporen van de werklieden. De Egyptenaren, die geloofden in een leven na de dood en daarom veel belang hechtten aan het mummificeren van de doden, zullen het lichaam van Amenhotep II, na zijn verdrinking in de Schelfzee, gevonden en gemummificeerd hebben. De dood van Amenhotep II was niet verwacht, zodat de bouw van zijn graf nog niet voltooid was. Uit het onderzoek van de mummie bleek dat Amenhotep II sterk gebouwd was en dat hij stierf in de volle kracht van zijn leven, op de leeftijd van ongeveer 45 jaar. Na zijn plotselinge dood was haast geboden met het voltooien van de grafkamer KV 35 in de Vallei der Koningen, omdat een begrafenisplechtigheid volgens de regels 70 dagen na de dood moest plaatsvinden. De rust was echter van korte duur, want zijn graf werd nog voor het einde van de 20e dynastie geplunderd en toen Victor Loret het in 1898 binnendrong, trof hij de gebruikelijke puinhoop aan. Maar de koning lag nog steeds in zijn sarcofaag, gedeeltelijk in nieuwe windsels gewikkeld, die de priesters na de schending hadden aangebracht. Uit afdrukken in de hars bleek wat voor juwelen er destijds op het lichaam hadden gelegen. De boog die Amenhotep II alleen kon spannen, lag in tweeën gezaagd naast zijn lichaam. Amenhotep was niet de enige mummie die Loret aantrof in KV 35. In de Oudheid hadden de priesters dit graf gebruikt als opslagplaats voor vele andere koninklijke mummies uit het Dal der Koningen. Amenhotep II werd niet opgevolgd door zijn oudste zoon, maar door een jongere zoon, Thoetmoses IV (1401-1391 v. C.). Dat is in overeenstemming met het gegeven in de Bijbel dat de oudste zoon van de farao tijdens de tiende plaag gestorven is (Ex. 12:29).
Laatst bijgewerkt: 01-02-05 |