2312 Mozes
Egypte - Thoetmosis lll - Amenhotep ll (1458 - 1401 v. Chr.); Kanaän (2000 - 1300 v. Chr.)

Wie was Mozes?

Mozes hoorde bij de stam Levi en bij het geslacht Kahath. Hij was de zoon van Amram en Jochebed, ongeveer twaalf jaar jonger dan zijn zuster Mirjam en drie jaar jonger dan zijn broer Aäron (zie artikelen). Direct na zijn geboorte werd zijn leven bedreigd: De koning van Egypte had bevolen alle Hebreeuwse jongens na de geboorte te doden om de sterke groei van het volk Israël tegen stoppen. Jochebed verborg haar zoon enige tijd, maar legde hem daarna in een kistje van papyrus en met asfalt bestreken. Zij zette dit kistje in het hoge riet aan de oever van de Nijl in de hoop dat het door een Egyptische vrouw ontdekt zou worden. Herhaaldelijk baden in de Nijl was voor Egyptenaren niet alleen een gebruik maar ook een godsdienstige plicht; ook konden de Oosterse vrouwen zich destijds veel vrijer bewegen dan later onder de Islam.  

De dochter van de koning vond het kind, herkende het aan zijn uiterlijk als Joods en gaf het door tussenkomst van de slimme Mirjam aan zijn eigen moeder terug om het te zogen en op te voeden. De naam van de prinses noemt de Bijbel niet: volgens Josefus heette zij Termuthis (Ant. 2.9.5), volgens Eusebius Merris, volgens de rabbijnen Bitja, "dochter van de Heere".
Nadat het kind enige jaren bij zijn moeder geweest was, werd het weer naar de dochter van de koning gebracht, die het liet opvoeden als haar eigen zoon. Ex. 2:10 vermeldt dat zij hem Mozes noemde. Hoogst waarschijnlijk is Mozes een Hebreeuwse vorm van een oorspronkelijk Egyptisch woord. Moscheh kan volgens Ps. 18:17  bevrijder, redder betekenen; ook kan deze naam volgens dezelfde Psalm de betekenis hebben van de (uit het water) "opgetrokkene".  

Rechts: Moses wordt gevonden in een rieten mandje (schilderij van Edward Goodall (1862) Veel dingen in de boeken van Mozes zijn waarschijnlijk later toegevoegd, zoals het verhaal van het biezen mandje, bedekt met pek. Hetzelfde verhaal wordt verteld over de Egyptische godin Isis, die osiris in een papayrusbootje liet wegdrijven om hem te beschermen tegen de boze god Seth. Seth werd overigens vereerd door de Aziatische vorsten Hoewel het verhaal een sprookje is, zou het kunnen dat Mozes toch op één of andere manier te vondeling is gelegd. 

Over de opvoeding van Mozes lezen we in Handelingen 7:22  dat hij werd onderwezen "in al de wijsheid der Egyptenaren". Volgens Josephus (Ant. 2.10) kreeg Mozes de status van prins en werd hij later een leger aanvoerder en streed hij mee in een oorlog tegen de Ethiopieërs. 

De echte naam van Mozes zou "Ahmose" (= De maan is tevreden) kunnen zijn geweest en zou Mozes overeenkomen met de farao Ahmose (1540-1515) van Thebe die na 25 jaar strijd erin slaagde de Aziatische vorsten uit de oostelijke delta te verdrijven en de eenheid van het rijk te herstellen. De echte exodus was dan de verdrijving van de Aziatische vorsten uit Egypte, zoals Flavius Josephus al in de Romeinse tijd opperde. In dat geval zouden de Joden identiek zijn aan deze Aziatische vorsten.  zie Jozef en Mozes

Een probleem is echter nog dat de farao volgens het bijbelverhaal strijdwagens achter Mozes aanstuurde, die op de bodem van de Rode Zee terechtkwamen. Paarden en strijdwagens werden echter juist door deze Aziatische vorsten in Egypte geïntroduceerd. 

z. verder Kanaän (2000 - 1300 v. Chr.)

Laatst bijgewerkt: 21-02-07

colofon