2363 |
Egypte (1196 - 1163 v. Chr.) |
![]()
|
Ten tijde van Rames III sloten de Imazirische stammen zich aan bij de Libische stammen en gezamenlijk rukten zij op richting Egypte. Tegelijkertijd probeerde een verzameling van volkeren - waarschijnlijk uit Turkije en van de Levantkust - Egypte binnen te vallen. De eerste beroeringen waren al in de tijd van farao Ramses ll, toen zijn zoon en generaal Ramesses lll liet een oorlogsvloot bouwen waarmee hij de "Zeevolken", die in 1190 met een grote invasievloot Egypte binnen waren gevallen, in de monding van de Nijl versloeg. En hij liet het niet hierbij. Hij richtte een enorm bloedbad aan onder zijn aanvallers, nam (volgens overleveringen) tienduizenden van hun vrouwen en kinderen gevangen en nam honderdduizenden stuk vee in beslag. De Imazighen die niet afgeslacht werden kregen een brandmerk. De naam van de Farao werd op hun huid ingebrand, en hiermee waren ze zijn slaven. Inscripties in het paleis van Medinet Habu vertellen over deze gevechten. Daarmee waren de Libiërs definitief verslagen. Vele van hun maakten nu deel uit van het Oude Egypte, voornamelijk als soldaat in het Egyptische leger. Maar deze overwinning had hij voornamelijk te danken aan het feit dat de indringers slechts bewapend waren met speren en zwaarden. Ondanks deze overwinning moest hij toestaan dat vele vreemdelingen zich in Egypte vestigden. Velen van hen traden in dienst van het Egyptische leger. Daardoor werd de staat langzaam ondermijnd. Daardoor werd de staat langzaam ondermijnd. Ramesses lll werd bij een paleisrevolutie vermoord. De economische toestand verslechterde en er braken opstanden uit, waarbij de koningsgraven in het Dal der Koningen werden geplunderd. Ramesses lll adoreerde zijn voorganger |
![]() |
Deze imposante dodentempel heeft een aanlegsteiger bij de hoofdingang, een herinnering aan het feit dat de huidige weg vroeger een kanaal was. Bijzonder is dat de grote poort de vorm heeft van een Assyrische vesting (wachttoren). Vlakbij de entree staat een kleine grafkapel uit de 25ste dynastie (664-525 v. Chr.). Het gewelf van het allerheiligste is het oudste gemetselde gewelf in Egypte. Rechts op het voorplein ligt de Amontempel uit de 18de dynastie. De eerste pyloon van de tempel van Ramses III zelf laat aan de onderzijde een opsomming van de landen zien die de machtige farao veroverd had. Erboven zie je hoe de farao onder toeziend oog van Amon korte metten maakt met zijn vijanden. |
![]() |
![]() |
Aan de achterkant van deze pyloon is te zien hoe krijgsgevangen langs een feestvierende meute worden geleid. Een gruwelijk detail is de hoop afgesneden tongen van de ongelukkige overwonnenen. De tweede pyloon heeft ook nog een 'horror' scène. Hier kun je de afgehakte handen en geslachtsdelen van de gevangen zien. De noordoostelijke muur van de tempel laat afbeeldingen van veldslagen tegen de Libiërs, Aziaten en de 'zeevolken' zien. De afbeelding van de zeeslag tegen de 'zeevolken' is zeer bijzonder |
Laatst bijgewerkt: 03-03-07 |