3895

Egypte (672 - 595 v. Chr.) 26e dynastie

Egypte 25e dynastie (725 -  672 v. Chr.)

In 671 v.Chr. vielen de Assyriërs onder  Esarhaddon (680-669) Egypte binnen. Hij nam Memphis in en dwong de Nubische farao Taharqa naar het zuiden uit te wijken. (± 668-627). 

Esarhaddon bleef niet lang in Egypte, omdat het vrijwel onmogelijk was grip te krijgen op de ambtenarij. Daarom steunde hij de plaatselijke vorsten in de delta. Deze begonnen echter, zodra de Assyrische koning was vertrokken, betrekkingen met Taharqa aan te knopen. Esarhaddon kwam daarop terug en liet alle vorsten van de Nijldelta doden of deporteren naar Assyrië. Esarhaddon wees Necho I als wettige farao van Egypte aan. 

Necho I of Nekau I (672 - 664 v. Chr.) was de eerste farao van de 26e Dynastie. Hij was waarschijnlijk een broer van Nekauba en de zoon van Tefnakht II. Hij trouwde met Istemabet. 

In 666 raakte Necho betrokken bij een complot van de Nubische koning Taharqa tegen de Assyrische koning Assurbanipal, die Esarhaddon in 669 v.Chr. was opgevolgd. Necho werd samen met zijn zoon Psammetichus weggevoerd naar Nineveh, maar niet voor lang. Beiden werden al snel weer vrijgelaten en Necho mocht als vazal van de Assyrische koning Egypte besturen. Psammetichus kreeg de controle over Athribis. Uit de jaren waarin Necho daarna regeerde zijn slechts weinig sporen van hem bewaard gebleven. Er is slechts een beeld gevonden van de god Horus en een stele met zijn naam er op. 

In 665 benoemde Taharqa zijn neef Tantamami als zijn opvolger als koning van Koesj en het volgende jaar stierf hij in Napata.

 Tantamani (ook Tandaname (Assyrisch), Tanwetamani (Egyptisch) Tementhes (Grieks) of Tanoetamoen (664-657)  was de laatste Nubische farao van de 25e dynastie. Hij was de zoon van farao Shebitku. Zijn voornaam was Bakara. 

Als reactie op Necho's aanstelling trok Tantamani van Koesj tegen Necho ten strijde en veroverde heel Egypte, waarbij Necho de dood vond (664 v. Chr.). Asshurbanipal trok vervolgens met een leger naar Egypte om een einde te maken aan de machtswellust van Tantamani van Koesj en veroverde Egypte tot Thebe. Daarna stelde hij Psammetichus, de zoon van Necho, aan als koning van Neder-Egypte. Desalniettemin had Tantamani nog steeds een sterke invloed over Opper-Egypte tot Psammetichus' vloot in 656 v.Chr. Thebe vreedzaam overnam en de Koeshitische vorst definitief naar Nubië verbande waar hij nog 3 jaar tot zijn dood regeerde. Na Tantamani's regering zouden de Nubiërs nooit meer een poging doen Egypte te veroveren waardoor de 25e Dynastie was beëindigd.

Met het afbrokkelen van de Assyrische macht z. Assyrische Rijk (668-612 v. Chr.)  kon in Egypte de gedachte aan onafhankelijkheid weer gestalte krijgen. Ditmaal werd Psammetichus (Psammetichos) l de stichter van een nieuwe dynastie die vanuit de residentie Saïs in de Delta een krachtige staat opbouwde.

Psammetichus (Psammetichos) l of in het Egyptisch Psamtek I Wahibra l (664-610)

Psammetichus die in 665 de controle had gekregen over Athribis kreeg na de dood van zijn vader in 664 v.Chr. ook de controle over Memphis en Saïs. Nu wilde hij ook de rest van Egypte onder zijn controle plaatsen. De rest van de Nijldelta kon hij met de hulp van Griekse (Ionische) en Carische huurlingen overnemen. Volgens Herodotes stond hij hen toe om in het land te blijven en mochten ze de handelskolonie Naucratis stichten uit dank voor bewezen diensten. Deze kolonie werd ca. 630 v. Chr. gesticht.

Het zuiden van het land was nog steeds onder controle van de heersers van Kish, maar Psammetichus werd in zijn negende regeringsjaar erkend als koning van boven- en beneden Egypte. Hij zou zijn macht in het zuiden geleidelijk uitbreiden door Thebaanse ambtenaren te vervangen door vertrouwenspersonen. 

Psammetichus trouwde met Mehtemweskhet, de dochter van de hogepriester van Heliopolis. Daardoor had hij een stevige grip over het land en was hij niet langer een vazal van de koningen van Assyrië.

Uiteindelijk breidde hij zijn controle over heel Egypte uit in 656 v.Chr. Na enige tijd voelde hij zich sterk genoeg om alle banden met Assyrië op te heffen, en de Assyrische invloed verdween. De periode van Saite, een andere naam voor de 26ste Dynastie, was een eeuw van herleving van Egypte. 

Psammetichus wilde Egypte sterk houden en hield expedities naar Nubië tegen de koningen uit Koesj. Daarnaast voerde hij expedities uit in Libië. Hij werkte ook samen met zijn vorige vijanden de Assyriers tegen het opkomende Nieuw Babylonische Rijk. Daardoor kon hij Palestina weer bij het Egyptische Rijk voegen.

Om zijn macht in Boven-Egypte te versterken liet Psammetichus l zijn dochter Nitokris tot hogepriesteres van Amon in Thebe benoemen. Onder deze dynastie ging Egypte een wonderlijke tijd tegemoet, waarin de religieuze gevoelens een sterke opleving kenden en de oude kunst opnieuw tot bloei kwam. Graag en vaak baseerde men instellingen en gebruiken op die uit de vroegere bloeiperioden. De tempels ontvingen wederom zeer rijke schenkingen en nooit tevoren had de aanbidding van heilige dieren, als manifestaties van belangrijke goden, zo'n indrukwekkende omvang aangenomen. Wat voorheen in feite ook nooit op een dergelijke schaal was gebeurd, was dat Egypte vol vreemdelingen stroomde: Israëlieten, Assyriërs, Grieken en Lybiërs.

Psammetichus l regeerde bijna 54 jaar. Hij werd opgevolgd door zijn zoon; Nekau (Necho) ll (610-595). 

Necho (Nekau) ll (610-595)

Farao Necho ll, de zoon van Psammetichus (Psammetichos) l kwam aan de macht in een wereld die was verstoord. De Scythen en Kimmeriërs plunderden het gebied ten noordwesten van de Eufraat. De Meden en de Babyloniërs hadden het Assyrische Rijk ten val gebracht en de steden Assur en Ninive verwoest. Het eens zo machtige rijk was nu gereduceerd tot een aantal troepen, generaals en edelen die rond de laatste Assyrische koning Assur-uballit II (611-605) hadden geschaard, die met Egyptische hulp had weten uit te wijken naar Haran

Kort na zijn kroning zette hij de politiek van zijn vader Psammetichus I voort. Hij kreeg met grote internationale problemen te kampen. In Iran was het machtige rijk der Meden in opkomst. In 614 v. Chr. veroverde Cyaxares de Assyrische steden Assur en Kalah in. Twee jaar later (612 v. Chr.) viel de Assyrische hoofdstad Niniveh en vervolgens veroverde hij Armenië en Cappadocië. De Lydiërs, weerstonden de Medische invasie, maar ± 600 v. Chr. verdreven de Meden de Scythen benoorden de Kaukasus.

In de lente van 609 voerde Necho persoonlijk een leger aan om de Assyriërs te steunen tegen de Babyloniërs. Josia, de koning van Juda (640 - 609 of 641 - 609), koos de kant van de Babyloniërs en probeerde de farao tegen te houden bij Megiddo. Necho won de veldslag en Josia sneuvelde. Necho stak nu de Eufraat over en belegerde samen met Assur-uballit II tevergeefs Harran. Vervolgens trok hij zich terug maar hij liet wel een leger na om Syrië verder te controleren. Hij zette Joachaz, die zijn vader Josia in 609 v. Chr. was opgevolgd als koning van Juda, af en verving hem door diens broer Jojakim (609 - 598)

Ondertussen probeerden de Babyloniërs de Egyptenaren te verdrijven uit hun posities ten westen van de Eufraat. Hun koning Nabopolassar liet in 605 het commando over aan zijn zoon Nebukadnezar II (605-561 v. Chr.). Die wist de Egyptenaren kort daarna beslissend te verslaan in de Slag bij Karkemish. Met de invloed van Egypte in Syrië en Palestina was het afgelopen.

In 605 werden de Assyriërs afgemaakt. Om aan de handen van zijn vijanden te ontkomen, zocht de koning de dood in de vlammen. De overwinnaars namen op afschuwelijke manier wraak op het volk, dat hen zo lang wreed had overheerst.

Necho was even bouwlustig als zijn vader, maar door zijn korte regeringstijd bracht hij veel minder tot stand. Hij begon met het graven van een kanaal van de Nijl naar de Golf van Suez (de voorloper van het Suezkanaal). Dit moest de handel tussen de gebieden aan de Middellandse Zee en rond de Indische Oceaan verbeteren en de Egyptische marine toelaten vlot op beide zeeën te opereren. Volgens Herodotus liet Necho de werken stopzetten nadat 120.000 werkers waren omgekomen. De Perzische koning Darius I zou een eeuw later het kanaal laten voltooien.

Volgens Herodotus gaf Necho II de Phoeniciërs de opdracht om rond Afrika te varen. De Phoeniciërs vertrokken uit de Rode Zee en voeren zuidwaarts langs de nog onbekende Oost-Afrikaanse kust. De tocht duurde drie jaar en Herodotus vertelt waarom: Toen de herfst kwam gingen ze aan land, zaaiden hun koren en wachtten op de oogst; intussen gingen ze jagen aan de kuststreek of hun schepen opknappen; daarna brachten ze hun graan aan boord en zeilden verder. Zij maakten gebruik van de gunstige moesson langs Oost-Afrika en rondden zo Kaap de Goede Hoop, waarna ze ook aan de westkust weer voordeel konden doen met een gunstige wind. De Phoeniciërs beweerden dat ze de zon in het noorden zagen, wat bewijst dat ze ten zuiden van de evenaar voeren. Na drie jaar voeren ze langs de "Zuilen van Hercules" (de Rotsen van Gibraltar en Tanger) en bereikten zo in de Middellandse Zee, en keerden zij terug naar Egypte. De Phoeniciërs waren weinig mededeelzaam over hun zeevaartkundige kennis. Maar in Ezechiël 27, vinden we toch enige opheldering over hun schepen: Een ceder haalden zij van de Libanon om er uw mast van te vervaardigen. Eik van Basan (de landstreek ten Oosten van het Meer van Tiberias en ten Noorden van de Jarmoek) gebruikten zij om uw roeiriemen te maken... Kleurig geborduurd fijn linnen uit Egypte was uw zeildoek: tot zeil diende het u.

Koning Necho II liet één zoon achter (Psammetichus II of Psamtik II) en drie dochters. Hij liet een aantal tempels en gebouwen restaureren maar zijn zoon liet al zijn namen verwijderen.

Egypte (595 - 525 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 17-09-08

colofon