3897 |
Napata en Koesj (ca. 1000 – 270 v. Chr.) |
![]() Ten zuiden van Egypte lag de staat Kush (Koesj). In het begin werd deze door het machtige Egypte overschaduwd, maar na 700 v. Chr. begon ze zich als een onafhankelijke staat te ontwikkelen. Meroë (Merowe), dat het centrum werd, lag aan de samenvloeiing van drie rivieren, op een plaats waar de Nijl nog bevaarbaar was. Er bevonden zich daar grote voorraden aan ijzererts en de vele bomen leverden de brandstof voor het smelten ervan. In de Midden-Nijlvallei heeft in de gehele geschiedenis geen grote staat bestaan die zo onverwacht en snel opkwam, zoveel greep op politiek en geschiedenis kreeg, zo'n groot gebied veroverde en zo lang kon overleven als het rijk dat in de 8e eeuw v. Chr. in de stad Napata ontstond. Deze stad lag direct onder de vierde cataract, in de schaduw van de eenzaam in het overwegend vlakke woestijnlandschap staande tafelberg die tegenwoordig de 92 meter hoge berg Gebel Barkal wordt genoemd. In Egyptische en Hebreeuwse bronnen wordt dit koninkrijk "Koesj" genoemd. De benaming was al eerder gebruikt voor het koninkrijk Kerma, dat de Egyptische koning |
![]()
|
De Meroïtische cultuur vertoont grote overeenkomsten met de Egyptische. Niet alleen de piramides geven daar blijk van, in de ruines van Meroë is ook fraaie reliëfkunst te ontwaren. Net als in Egypte functioneerden de piramides als graftombes. De piramides van Meroë zijn een meter of tien hoog - tegenover de bijvoorbeeld 150 meter van de piramide van Cheops - en veel steiler dan de Egyptische. Tevens zijn ze standaard voorzien van een soort voorportaaltje. Anders dan de Egyptische echter, zijn de piramides hier massief. Alleen het voorportaal kun je betreden. Zonder uitzondering, zij de piramides van Meroë zwaar beschadigd. Dat is het werk van de Italiaanse schatgraver Giuseppe Ferlini die in 1832 met explosieven de bovenkant van zo'n beetje elke piramide opblies - het effect daarvan is nog altijd zichtbaar. Veel is er niet bekend over Ferlini: memoires of dagboeken heeft hij niet gepubliceerd. We weten alleen dat hij goed heeft geboerd met de verkoop van de schatten die hij in Meroë aantrof en dat veel van de gouden sieraden, beelden en gereedschappen in Duitse musea zijn geëindigd. Enkele bouwwerken zijn de afgelopen decennia gerestaureerd door de Duitse archeoloog Friedrich Hinkel. Het effect is eerlijk gezegd nogal bizar: nu staan er complete bouwvallen direct naast met Duitse precisie gereconstrueerde piramides die eruit zien alsof ze gisteren werden gebouwd. Bron: De piramides van Soedan (NRC Handelsblad 4 juli, 2003)
In de 10e eeuw trokken de Koesjitische vorsten op naar Memphis om het eens zo machtige faraorijk in glorie te herstellen. Zij achtten zich de directe zonen van Amon: dat bleek wel uit een rotspunt van de heilige berg Gebel Barkal, die - door erosie - de vorm van een uraeus, de slang als symbool van het koningschap had aangenomen. In alle delen van het rijk namen ze omvangrijke bouw- en restauratieprojecten ter hand. Op eigen terrein richtten deze Koesj maar liefst 223 piramides op, waaronder hun gemummificeerde leiders werden bijgezet. Net als vroeger kregen de doden weer honderden oesjebti's mee, stenen en faïencefiguurtjes die op goddelijk bevel alle triviale aardse zaken weer op zich zouden nemen. Dit Koesjitische rijk zou zo'n duizend jaar stand houden, hoewel de werkelijke macht in het etnisch kleurrijke zuiden verschoof naar weer een ander stammenvolk, naar het koninkrijk Meroë dat vermoedelijk eeuwenlang door vrouwen geregeerd werd. Gedurende vijftig jaar heersten de Koesjitische vorsten over heel Egypte. Als de 25e dynastie werden in de lijst van farao's opgenomen: |
Het Koesjitische rijk was ontstaan uit een onbekend Nubisch stamverband en groeide naar Egyptisch model uit tot een staat. Gedurende de bloeitijd van het rijk liep de grens van de samenvloeiing van de Blauwen en de Witte Nijl tot aan de kust van de Middellandse Zee. Napata was oorspronkelijk een buitenpost van het rijk van Kerma. Pas toen ![]() Rechts: de ruïnes van de stad Napata |
![]() |
Drie en een halve eeuw later kreeg deze cultus echter een opleving. Nubische stamhoofden gingen de god van de Heilige Berg gebruiken om de zichzelf in een historische traditie te plaatsen en als heersers te legitimeren. Tussen 525 en 522 leidde de Perzische heerser Gemaakt: 28-04-03; laatst bijgewerkt: 28-08-03 |