3871 |
Afrika (1000 v. Chr. - 700 n. Chr.) |
![]() |
|
![]() |
IJzer Tot ongeveer 500 v. Chr. leefden de mensen ten zuiden van de Sahara nog in het stenen tijdperk, in kleine groepen, altijd op zoek naar voedsel. Verreweg de belangrijkste wijdverspreide verandering in Afrika vond plaats omstreeks 400 v. Chr. ten zuiden van de Sahara: de invoering van het ijzer (z. verder Zuidelijk-Afrika (200 - 700 n. Chr.) |
De Nok-mensen van Noord-Nigeria leefden van ca. 500 v. Chr. tot ca. 200 n. Chr. Ze waren vakkundige ijzerbewerkers. Ze telden ook gespecialiseerde vaklui die fraaie figuren van klei boetseerden. De Nokcultuur is genoemd naar de belangrijkste vindplaats, het dorp Nok. Opgravingen onder leiding van de archeoloog Bernard Fagg in 8 meter diepe tinmijnen, verspreid over een gebied van 100 km, brachten fragmenten van terracottafiguren aan het licht van mensen, dieren, insecten en planten. Kenmerkend voor de menselijke figuren zijn de wijdopen ogen met duidelijk aangegeven pupillen, open mond met opgewipte bovenlip en brede onderlip en |
![]()
|
![]() |
Links en rechts: Gestileerde gelaatstrekken. Sommige van de gevonden voorwerpen duiden op levensgrote figuren van asymmetrische, soms spiraalvormige opbouw. Verscheiden figuren dragen armbanden, beenstukken, parelsnoeren, eigenaardige hoeden en gevlochten ornamenten. Op grond van de geologische lagen, waarin zij werden aangetroffen, kunnen ze worden gedateerd tussen 500 en 100 v. Chr. Ze behoren daarmee tot de oudste plastieken van de Afrikaanse kunst. | ![]() |
![]() |
Gemaakt: 08-04-03; laatst bijgewerkt: 03-12-03
|