3832

Meden en Perzen (700 - 600 v. Chr.)

Meden en Perzen (900 - 700 v. Chr.)
De Meden leerden van de Assyriërs de principes van politieke organisatie. Om zichzelf te beschermen verenigden de Medische stammen zich en vormden zij ± 728 v. Chr. een staat onder één koning: Deioces (728 - 675 v. Chr.)

Herodotus: Toen de Assyriërs vijfhonderd en twintig jaren over Hoog Azië geheerst hadden, begonnen de Meden het eerst van hen af te vallen, en vermoedelijk betoonden zij zich in den strijd om de vrijheid tegen de Assyriërs dappere mannen, wierpen de slavernij van zich en werden vrij. Na hen deden ook de andere volken hetzelfde als de Meden.

Toen zij nu allen op het vaste land onafhankelijk waren geworden, kwamen zij op de volgende wijze weder onder alleenheersers. Er was onder de Meden een schrander man, van naam Deioces, en die een zoon was van Phraortes. Deze Deioces, begerig naar de heerschappij, deed het volgende. De Meden woonden verspreid in dorpen, en terwijl hij in zijn dorp reeds vroeger gezien was, legde hij zich met nog meer ijver op de rechtvaardigheid toe, en dat deed hij terwijl er over geheel Medië veel wetteloosheid was, wetende, dat onrecht aan recht vijandig is. 

De Meden uit hetzelfde dorp zijn gedrag ziende, kozen hem tot rechter. En hij nu, daar hij naar de heerschappij streefde, was oprecht en billijk. En zo handelend kreeg hij geen geringe lof van zijn medeburgers, zózeer, dat de bewoners van de andere dorpen, vernemend, dat Deioces de enige man was, die volgens billijkheid rechtsprak, terwijl zij vroeger door onrechtvaardige uitspraken getroffen werden, toen, nadat zij het gehoord hadden, gaarne tot Deioces gingen als zij geschil hadden, en zich eindelijk tot niemand anders wendden. Toen er altijd meer tot hem kwamen, daar zij toch vernamen, dat de beslissingen volgens billijkheid vielen, en Deioces zag, dat alles op hem neerkwam, wilde hij niet meer gaan zitten, waar hij vroeger zat om recht te spreken, en weigerde langer uitspraak te doen; want het was voor hem geen voordeel om zijn eigen zaken te verwaarlozen en de ganse dag voor anderen recht te spreken. Toen dan veel meer roverij en wetteloosheid over de dorpen kwam dan er vroeger was, kwamen de Meden bijeen en overlegden, sprekende over den toestand. En naar ik vermoed, waren het vooral de vrienden van Deioces, die zeiden: "niet immers op de tegenwoordige wijze kunnen wij het land bewonen, welaan, laat ons een koning over ons aanstellen, en zo zal het land tot goede wetten geraken en wij zullen ons tot onze werken wenden, en niet door wetteloosheid uitgedreven worden." Zo ongeveer sprekende overreedden zij de andere een koning over zich te kiezen. Toen zij nu terstond de vraag stelden, wie zij koning zouden maken, werd Deioces door een ieder met aandrang voorgesteld en geprezen, totdat zij eindelijk besloten, dat hij hun koning zou zijn. 

De hoofdstad van het koninkrijk Medië, dat aan de noordzijde werd begrensd door de rivier de Aras (oudtijds Araxes) en het Elbroesgebergte, in het oosten door de Dasj-i-Kavir (Zoutwoestijn) en in het westen door het Zagrosgebergte (grens met Mesopotamië), werd Ecbatana (Agbatana) (het huige Hamadan) Deze stad was gebouwd aan de hoofdroute van de Vruchtbare Halvemaan van de Mesopotamische vlakten naar het Iraanse plateau en Centraal Azië. Over de hoogvlakte liep reeds in de oudheid een belangrijke handelsweg, die van Babylon langs Ecbatana (Hamadan) ging naar Rhagae (Ray) bij Teheran en vandaar naar de Kaspische Zee. Medië werd bekend om zijn goede weidegronden. 

Hij (koning Deioces) beval hen toen hem een woning te bouwen het koningschap waardig, en hem te beschermen met een lijfwacht van speerdragers. De Meden nu deden dit, want zij bouwden voor hem een grote en versterkte woning, daar waar hij het zelf had aangewezen, en stonden hem toe uit alle Meden speerdragers te kiezen. Toen hij nu de heerschappij had, dwong hij de Meden één stad te bouwen, en deze te versieren, doch op de andere minder te letten. De Meden gehoorzaamden ook hierin, en hij bouwde een grote en sterke vesting, dezelfde die nu Agbatana heet, met ringmuren, staande de een in de ander. Deze sterkte is zo ingericht, dat de ene ringmuur alleen met de borstwering hoger is dan de andere. En nu helpt ook wel de plaats, die een heuvel is, mede, dat de vesting zo is, doch nog meer werd zij opzettelijk zo gemaakt; en terwijl er in het geheel zeven ringmuren zijn, zijn binnen de laatste het paleis en de schatkamer. De grootste dier muren is in grootte zo ongeveer als de omtrek van Athene. Van den eersten ring zijn de borstweringen wit, van den tweeden zwart, van den derden purperrood, van den vierden blauw, van den vijfden helrood. Zo zijn de borstweringen van alle muren met kleuren geverfd; doch de laatste zijn, de ene met verzilverde, de andere met vergulde borstweringen.

De Medische koning Deioces woonde volgens Herodotus in een paleis, geïsoleerd van zijn onderdanen door zeven concentrische muren. 

Alleen de leden van de koninklijke huishouding mochten hem zien en "niemand mocht lachen of spuwen in het bijzijn van de koning." De verklaring van de Griekse geschiedschrijver voor deze beperkingen getuigde van inzicht: "Als niemand hem zag zou de legende groeien dat hij een schepsel was van een andere orde dan de gewone mens". Het moet niet gemakkelijk zijn geweest om de nomadische stamleden om te vormen tot leden van een stabiele samenhangende staat en dit proces kon vergemakkelijkt worden door een mysterieus waas rond de opperste leider te scheppen en in stand te houden.[De Perzen, p. 14]

Links: Rhyton uit Ecbatana

Deioces heerste als een wijs vorst en verenigde de verschillende Medische stammen

Herodotus: Toen hij die zaken geregeld en zich in de alleenheerschappij bevestigd had, was hij streng in de bewaking van het recht. Men schreef de aanklachten op en zond ze naar binnen tot hem, en hij beoordeelde de ingebrachte klachten en zond ze naar buiten. Zo deed hij met geschillen, en hij regelde ook nog andere zaken: indien hij vernam, dat iemand onrecht gedaan had, liet hij dezen terstond halen en vonniste hem naar de waarde van ieder misdrijf, en spionnen en luisteraars had hij over het gehele land, waarover hij heerste.

Dankzij de afnemende Assyrische macht tijdens het laatste deel van de 7e eeuw v. Chr. slaagde Deioces erin de Medische vorsten zijn soevereiniteit op te leggen.

Herodotus: Deioces nu verenigde alleen het volk der Meden tot één geheel, en heerste daarover. Er zijn echter zóvele stammen van Meden: de Busen, de Paretaceniërs, de Struchaters, de Arizantiërs, de Budiërs en de Magiërs. Zovele zijn dan de stammen der Meden

Links: de ruïnes van Ecbatana
Phraortes (675-653 v. Chr.)

Deioces werd opgevolgd door zijn zoon Phraortes. die ten strijde trok tegen Achaemenes van Perzië en tegen Assyrië. De Meden leden een zware nederlaag en Phraortes sneuvelde in deze strijd (653 v. Chr.)

Herodotus: Deioces' zoon was Phraortes, die toen Deioces stierf na drie en vijftig jaar geregeerd te hebben, de regering overnam. En ze overgenomen hebbend was hij niet tevreden over de Meden alleen te heersen, doch hij trok op tegen de Perzen en greep deze aan en maakte hen het eerst aan de Meden onderworpen. Daarna, deze twee volken hebbend en die beiden krachtig, onderwierp hij Azië, van het ene naar het andere volk gaande, totdat hij, opgetrokken tegen de Assyriërs en die van de Assyriërs, die Ninus in bezit hadden en vroeger over allen heersten, doch toen ontbloot waren van bondgenoten (daar die afgevallen waren), hoewel overigens in goeden toestand, tegen dezen dan opgetrokken, hij, Phraortes zelf, omkwam, na een regering van twee en twintig jaren, en het grootste deel van zijn leger.

Cyaxares (Hvakhshathra) (625 - 585 v. Chr.)

Phraortes werd opgevolgd door  Cyaxares (Hvakhshathra). Deze krijgszuchtige Medische koning reorganiseerde het leger en bond vervolgens de strijd aan tegen de Assyriërs (614 v. Chr.). Zonder te wachten op zijn bondgenoot Nabopolassar, de vorst der Chaldeeën nam hij de steden Assur en Kalah in en twee jaar later (612 v. Chr.) vielen de gezamenlijke Medische en Babylonische legers de Assyrische hoofdstad Niniveh aan. Na drie hevige veldslagen werd de stad veranderd "in ruïnes en puinhopen" en werden de trotse paleizen aan de vlammen prijsgegeven. 

Herodotus: Na de dood van Phraortes kreeg Cyaxares, zoon van Phraortes, het rijk. Deze wordt gezegd nog veel krijgszuchtiger geweest te zijn, dan zijn voorouders. Hij was de eerste, die zijn volkeren in Azië in scharen verdeelde, en de eerste, die hen ordende afgescheiden van elkander: de lansdragers, de boogschutters en de ruiters; want vóór dien tijd was alles zonder onderscheid dooreen gemengd. 

In 605 v. Chr. viel hij het door de invallen van de Scythen en Kimmeriërs sterk verzwakte rijk Urartu binnen om zijn deel van de buit te gaan halen op het Anatolische plateau.

Het rijk der Achaemeniden

Over Perzië heerste aan het begin van de 7e eeuw v. Chr. Achaemenes (705 - 675), die zijn naam gaf aan de reeks Achaemenidische koningen die hem zouden opvolgen. De zoon van Achaemenes, Teispes (675 - 640), verdeelde het koninkrijk tussen zijn twee erfgenamen, Ariaramnes en Cyrus. Het oostelijke deel ging naar Ariaremnes; het westelijke deel, dat Ansjan heette, naar Cyrus l (Kyros l) (640 - 600 v. Chr.). Vervolgens ging Ansjan over in handen van Cyrus' zoon Cambyses (600 - 559 v. Chr.). 

Meden en Perzen (600 - 559 v. Chr.)

laatst bijgewerkt: 24-08-04

colofon