3770 |
Meden en Perzen (900 - 700 v. Chr.) |
![]() ![]() Na hun tocht over de Iraanse Hoogvlakte naar het westen gedurende de 14e-10e eeuw v. Chr. waren de Iranen, waaronder de Meden en de Perzen, aangekomen in de omgeving van het Zagros Gebergte. Hier verdreven zij inheemse stammen als de Guti (Guteeërs) en de Lullibi, die al eeuwenlang in en rond het Zagrosgebergte hadden gewoond, of namen de macht over. De nieuwkomers verdrongen elkaar om de beste gebieden, vestigden zich daar, bleven een poosje, trokken weer verder en vestigden zich opnieuw. Deze historische trek naar het westen werd niet zozeer gestuit door de fysieke barrière van het Zagros Gebergte als wel door wat daar achter lag: een beschaafde wereld van gevestigde staten met een eeuwenlange of soms duizendjarige culturele, politieke en militaire traditie. Ten noorden van het Zagrosgebergte in het gebied rond het Van Meer en Urmia Meer lag Urartu, een betrekkelijk jonge maar krachtige staat. Onder Urartu en aan de westelijke randen van het Zagros Gebergte lag het rijk van de Assyriërs. Nog verder naar het zuiden lag Babylonië, met de hoofdstad Babylon, het handelscentrum van die wereld. Boven Babylonië, aan de kop van de Perzische Golf lag Elam, met Susa als centrum - een kwijnende, maar eens schitterende beschaving die reeds 2000 jaar oud was. De Perzen schijnen er wat langer over gedaan hebben om een plaats naar hun smaak te vinden: zij vestigden zich telkens ergens tijdelijk om na verloop van tijd weer te vertrekken en op zoek te gaan naar een ander en beter woongebied. In de 8e eeuw stond de hoofdstad van het oude Elam aan de rand van de ondergang. Een groot deel van het land van de Elamieten werd bewoond door de Meden. De Perzen bereikten uiteindelijk de zuidwestrand van de Iraanse Hoogvlakte en kozen uiteindelijk een slecht verdedigd gebied in het bergachtige achterland van Elam. Zij bleven daar lang genoeg om wortel te schieten en groot deel van de cultuur én het gebied van de Elamieten op te slokken.
laatst bijgewerkt: 15-08-02 |