3896 |
Egypte (595 - 525 v. Chr.) 26e dynastie |
![]() |
Psammetichus II was hoogstwaarschijnlijk de zoon van Necho II en Chedebnitjerbone. Hij regeerde ongeveer zes jaar. Zijn regering wordt als vrij positief beschouwd. Hij huwde met Takhout van Athribis en h Psammetichus heeft verschillende expedities ondernomen. Een daarvan was tegen Koesj. Deze invasie reikte tot aan de derde cataract en mogelijk zelfs tot de vierde cataract van de Nijl en zorgde ervoor dat het rijk van Koesj een ernstige klap kreeg. De Nubiërs zouden Egypte nooit meer binnenvallen en moesten hun hoofdstad meer naar het zuiden verleggen. Toch kon hij niet het hele gebied blijven controleren en verlegde de nieuwe Egyptische grens naar de eerste cataract. In de nasleep zou Psammetichus er in Egypte voor zorgen dat de herinnering aan de Nubische overheersing ongedaan werd gemaakt en liet alle namen die herinnerden aan de farao's van de voorgaande (25e) dynastie en die van zijn vader Necho ll verwijderen. Bij zijn militaire expedities steunde hij vooral op de buitenlandse huurlingen zoals de Cariërs, Grieken en Feniciërs, getuige daarvan verschillende graffiti in Aboe Simbel. Ook voerde hij een campagne naar Palestina, Juda en Phoenicië om de bevolking daar aan te zetten zich te verzetten tegen de Babyloniërs. Hij slaagde erin koning |
Zodra Apriës de macht van zijn vader Psammetichus II had overgenomen, begon hij een agressieve buitenlandse politiek te voeren, waarmee hij zich scherp afzette tegen het beleid van zijn voorganger. Hierbij concentreerde hij zich hoofdzakelijk op de uitbreiding van het Egyptische machtsbereik aan de noordoostelijke landgrenzen. Om dit doel te bereiken, begon hij met aanvankelijk weinig succesvolle militaire operaties in Phoenicië-Palestina. De eerste van deze operaties was een poging in 588 v. Chr. om de belegering van Jeruzalem door Nebukadnezar II te beëindigen. Deze sloeg dit voornemen de bodem in, door zijn troepen terug te trekken en een jaar later de belegering voort te zetten. De daarop volgende verovering door zijn troepen leidde in 587 tot de val van Jeruzalem en de ondergang van het Koninkrijk Juda en de wegvoering van een groot aantal van haar inwoners in Babylonische gevangenschap. Welke rol Apriës bij deze gebeurtenis heeft gespeeld en waarom hij zijn troepen heeft teruggetrokken, is tot op de dag van vandaag onduidelijk. Een andere mogelijk door Apriës begonnen operatie was de belegering van Tyrus door de Egyptische vloot. Het verslag van Herodotos over deze zeeslag is echter in tegenspraak met andere bronnen, waardoor de vraag rijst of dit beleg wel ooit heeft plaatsgehad. In 576 v.Chr. sloeg het garnizoen in Elephantine aan het muiten. De soldaten, die van plan waren naar Ethiopië te trekken, konden echter op het laatste moment nog door hun commandant Neshor door onderhandeling tot inkeer worden gebracht. Niettegenstaande de militaire veldslagen die Apriës leidde, liet hij de Egyptische tempel van de Saïten in Memphis uitbreiden en schonk hij ook landerijen, dienaren en vee uit de erfenis van zijn vader Psammetichus II aan de priesters van de daar gelegen tempel van de god Ptah. Aldus liet hij een indruk van weldoenerij na op latere generaties. Als groot bouwheer schrijft men hem, naast de Obelisk, opgericht voor de tempel van Neith in Saïs, een paleis in het grote noordelijke stadsgebied van Memphis toe. De zuilen, die nog deels uitsteken op de site, dragen nog steeds zijn titulatuur. Hij is ook actief geweest in Heliopolis en men herkent hem in talrijke voorstellingen in verschillende groottes waaronder een kolossale sfinx, opgevist uit het meer van Qait Bay in Alexandrië, die zich in het Louvre bevindt. Een obelisk van Apriës kan men bewonderen op het Minervaplein te Rome, net achter het Pantheon. In het laatste jaar van zijn regering zag Apries zich met een opstand van het gezamenlijke Oud-Egyptische leger, met uitzondering van de Griekse huurlingen geconfronteerd. Apries had een leger gestuurd om de Libiërs te helpen de Griekse kolonie van Cyrene (in het huidige Lybië) te elimineren. De krijgstocht naar Cyrene eindigde met een zware nederlaag van de Egyptische troepen. De overlevenden verdachten Apriës ervan hen te hebben verraden. De koning beval de veldheer Amasis, de opstand, die een openlijk uitbreken van vijandelijkheden onder de Egyptische troepen (Griekse huurlingen tegen inheemse soldaten (Grieks: Machimoi)) betekende, te beëindigen. Daar de rebellen echter inheemse soldaten waren en dus het grootste deel van het Egyptische leger uitmaakten, gaf Amasis zich aan hen over en liet zichzelf tot farao uitroepen. Daardoor stonden nu nog slechts de Griekse huurlingen onder het bevel van Apriës. In de slag bij Momemphis werd Apriës' huurlingenleger verslagen. Apriës restte bij gebrek aan andere soldaten geen andere mogelijkheid dan in 569 v. Chr. uit de Nijldelta te vluchten. In 567 v. Chr. trok Apriës met een nieuw leger uit Opper-Egypte in de richting van de Nijldelta om Amasis te bestrijden en de Egyptische troon te heroveren. Apriës leed echter een nederlaag en werd door Amasis gevangen genomen. Deze leverde hem over aan de algemene volkswoede, waarbij Apriës werd gedood. Daarop werd Apriës met alle eerbewijzen in de hoofdstad Saïs bijgezet. Onder"Sphinx met het hoofd van |
![]() |
Amasis kwam in 570 v. Chr. door een staatsgreep aan de macht. In hetzelfde jaar veroverde hij Cyprus. Amasis moedigde de vestiging van Grieken aan, verleende de Ionische handelskolonie Naukratis een handelsmonopolie, zond wijngeschenken naar Delphi, huwde een vrouw uit Cyrene. Dit en zijn bondgenootschappen met Polycrates en Kroisos (Croesus) van Lydië, bezorgden hem het vijandschap van Perzië. Volgens recente Griekse verslagen was Amasis meestal betrokken bij Egyptische binnenlandse zaken en de bevordering van goede relaties met zijn buren. Hij stierf in 526 v.Chr. Polycrates van Samos was tiran van het eiland Samos , die daar sinds 540 v. Chr. eerst samen met zijn twee broers, aan de macht was gekomen, maar algauw alleenheerser werd. Polycrates maakte van Samos een sterke zeemacht, gebaseerd op een georganiseerd systeem van zeeroverij. Nadat Milete, een stad aan de westkust van Klein-Azië, in Perzische handen was gevallen, slaagde hij erin Samos de positie van Milete te laten innemen. Aan zijn hof bloeiden de kunsten en wetenschappen; met allerlei infrastructuurwerken (waterleiding, havenwerken, ...) verfraaide hij zijn hoofdstad. Zijn aartsvijand, de satraap van Ionië, lokte hem uiteindelijk in de val en liet hem kruisigen. |
![]() |
Na een éénjarig bewind viel Egypte onder Perzische macht en de Perzische koning |
laatst bijgewerkt: 16-09-08 |