3601 |
Scythen |
![]() Vanaf een vroege datum is Azië bewoond door allerlei volkeren die behoorden tot één van twee ras- en taalgroepen. Deze worden traditioneel aangeduid als de Scythen en de Hunnen (in de brede zin van de termen). Met Scythen wordt bedoeld alle volkeren die behoren tot het Indo-Europese ras. Het oudste Indo-Europese volk dat in de historische bronnen vermeld wordt als bewoners van Centraal-Azië zijn de Kimmeriërs, gevestigd aan de benedenloop van Don en Wolga. In de achtste eeuw voor Christus werden zij verdrongen door de Scythen (in de enge zin van de term), die afkomstig waren uit Turkestan en West-Siberië. Deze laatsten stichtten een machtig rijk in Zuid-Rusland. Zij mengden zich zelfs in de strijd tussen de Meden en de Assyriërs, als bondgenoten van deze laatsten. De eindzege van het Medische rijk werd trouwens daardoor met een dertigtal jaar uitgesteld. Het Scythische rijk moet zeer machtig geweest zijn, want noch |
Nog altijd hangt rond de Scythen een geheimzinnige waas. Het zou een bloeddorstig volk zijn geweest dat dronk uit de schedels van overwonnen vijanden. Een rauw volk, dat het vermoorden van tegenstanders beloonde met wijn. Een ruw volk, rondtrekkend over de steppen in een bar klimaat. Jagend op hun paarden over de eindeloze steppen van Zuid-Rusland, gevaarlijke pijl en boog altijd binnen handbereik, maakten ze eeuwenland in Zuid-Rusland de dienst uit. Van de Scythen is weinig meer over. En wat er nog tastbaar van aanwezig is, is gedolven uit de grafheuvels in de vrieskoude van Siberië. Wat we van het leven van de Scythen weten, danken we aan de reizende Griekse geschiedschrijver Herodotus, die omstreeks 450 v. Chr., nieuwsgierig gemaakt door fascinerende verhalen die over het volk de ronde deden een reis naar het land van de Scythen maakte en daarover schreef in het vierde boek van zijn Historia. "De Scythen overtreffen in één kunsttak alle volkeren die we kennen. Deze grote kunst bestaat erin dat geen enkele prooi hen ontsnapt en dat ze zich zelf nooit laten inhalen wanneer ze niet ingehaald willen worden/. Trouwens, is een volk dat steden noch forten optrekt, maar zijn huizen meevoert, pijlen vanaf de rug van paarden afschiet en niet van landbouw, maar van veeteelt leeft en op wagens woont, niet onoverwinnelijk en weergaloos?" De Scythen waren een nomadenvolk. Over de schrale Euraziatische steppen zwierven ze, volgens een door het seizoen bepaald ritme, rond met hun vee. De mannen te paard, de vrouwen en de kinderen op grote wagens met een vilten dak. |
![]() |
![]() |
Ze voerden kussens en wandbekleding van prachtig versierd vilt met zich mee. Sommigen bezaten versierselen en vaten van fraai bewerkt goud. Er is in de gehele geschiedenis geen volk te vinden dat zoveel getuigenissen van zijn krijgskundige levenswijze in graven heeft achtergelaten: ijzeren wapens, kortzwaarden, helmen, schoeisel en paardentuig, maar vooral ook veel gouden sieraden, paardenkadavers en skeletten van koningen, koninginnen en koninklijke dienaren Vele graven werden leeggeroofd. Nog tot diep in de negentiende eeuw verdwenen honderden gouden voorwerpen in de smeltovens van de sluikgravers/ Gelukkig zijn door de permafrost vooral in het Altaï-gebergte nog veel voorwerpen bewaard gebleven, zelfs lederen en zijden objecten. (z. Graftomben van Pazyryk). Hoe de Scythen er uit zagen beschreef Herodotus niet. Uit afbeeldingen op Grieks vaatwerk en sieraden valt af te leiden dat de langharige nomaden te paard zaten in brede broeken die onderaan in leren laarzen werden gestopt. Om de schouders droegen ze een geborduurde jas of een pelsmantel. Een bereisde arts uit de tijd van Herodotus die duidelijk weinig met de Scythen op had, berichtte over ineengedoken, krombenige mannen en lelijke zwaarlijvige vrouwen. "Scythen zijn klein, zweterig en hebben last van artritis. De vrouwen zijn vrijwel steriel en vanwege de kou hebben ze altijd een rode huid." |
Mogelijk waren de Scythen verwant aan de Saka, eveneens een Aziatisch nomadenvolk dat in dezelfde tijd de steppen van Centraal-Azië bevolkte.
De Scythen spraken een Indo-Iraanse taal. Opgravingen in het Altai-gebergte (het gebied rond het vierlandenpunt China, Rusland, Mongolië en Kazakstan) hebben aangetoond dat de Scythen oorspronkelijk uit West-Siberië kwamen, voordat zij zich omstreeks 1000 v. Chr. vanuit het Wolgabekken vestigden op de steppen in Zuid-Rusland, Armenië Noord-Iran, waar zij de plaats innamen van de Kimmeriërs (Cimmeriërs), die hun gebied hadden verlaten en naar het gebied ten noorden van de Kaukasus waren getrokken. |
![]() |
![]() |
Volgens een oude Scythische legende vonden de Scythen hun oorsprong in het Zwarte-Zee-gebied. Zij zouden afstammen van Targitaus (Tagitai), iemand van bovennatuurlijke geboorte. Zijn drie zoons regeerden samen het land tot vier gouden werktuigen - een ploeg, een juk, een strijdbijl en een drinkbeker - uit de hemel vielen en plotseling fel begonnen te branden. Coloxais, de jongste, bleek de enige te zijn die de brandende voorwerpen kon oprapen en werd zo de alleenheerser over het Scythische rijk. Met pijl en boog slaagden de Scythen er in grote overwinningen te behalen. Hun beweeglijkheid als ruiters en hun snelheid bracht vijandige voetsoldaten en wagenmenners in de problemen. Het rauwe volkje paste al de tactiek van de verschroeide aarde toe. |
Tussen de zevende v. Chr. en de tweede eeuw n. Chr. domineerden de Scythen het gebied ten noorden van de Zwarte Zee tot aan Siberië en Mongolië toe. Omringende volkeren wisten hen uiteindelijk klein te krijgen en als akkerbouwers zijn de Scythen enige eeuwen na het begin van onze jaartelling verdwenen, opgeslorpt als het ware door de buurvolkeren. Nog steeds wordt er naar dat verre verleden gegraven, onder meer op de Krim, waar nabij de huidige hoofdstad van het schiereiland het antieke Neopolis lag. Het was de laatste grote kolonie van de Scythen, gesticht door de resterende legerscharen van de voormalige heersers van het steppengebied die de in de richting van de kuststreek en op de Krim werden teruggedreven. Het waren strijdlustige nomaden die hun strooptochten uitstrekten tot in Zuid-Palestina en Klein Azië. Zij vochten te paard met pijl en boog en korte zwaarden. Na het behalen van een overwinning maakten zij drinkbekers van de schedels van hun vijanden. Er waren echter ook lange perioden van vrede. De Scythische hoofdmannen in de buurt van de kust verbouwden graan voor de export. Bont, bijenwas, honing en slaven werden uit de wouden in het noorden getransporteerd naar de markten in de Griekse kuststeden en de Scythen verleenden die karavanen meestal vrije doorgang. Van de winsten op voedsel en arbeidskrachten voor de Helleense en de Romeinse wereld zijn zowel de Griekse kooplieden als de Scythische vorsten in het binnenland buitengewoon rijk geworden. Hun schatten namen ze mee in hun graf samen met geofferde paarden, dienaren en vrouwen. In Scythische graven overal in het zuiden van de Oekraïne bleken vrouwelijke krijgers begraven te liggen, soms in groepjes, toegerust met pijl en boog en met ijzeren strijdgordels ter bescherming van de lendenen. Het nomadisme van herdersvolken is geen ‘primitieve’ levenswijze, het is echter een specialisatie die zich heeft ontwikkeld vanuit gevestigde agrarische gemeenschappen. Voor het verplaatsen van grote kudden vee, tweemaal per jaar – naar het noorden voor de zomerweiden, en in de winter weer terug naar het zuiden – zijn in de eerste plaats paarden nodig, die bovendien uitstekend moeten kunnen worden bereden. Deze levenswijze vereist veel gespecialiseerde ambachtelijkheid en een leider die in geval van nood in staat is snelle en effectieve beslissingen te nemen. |
![]() |
Een dergelijke noodsituatie kon van economische aard zijn (een traditioneel weidegebied waar droogte blijkt te heersen, of dat onder water staat) of van militaire aard. De kunst van het paardrijden creëerden gewapende elites die in staat waren hun volgelingen aan te voeren bij de plundering van boerengemeenschappen of om afgelegen grenslandgebieden te veroveren. Het visioen van horden te paard, die leven van geplunderde voedselvoorraden, is alleen op zijn plaats in tijden van oorlog of van heel belangrijke migraties over grote afstanden. De Scythen werden in de 6e eeuw v.C. naar het noorden verdreven waar zij de steden aan de Zwarte Zee plunderden. In de 5e eeuw v.C. vinden we hen in Zuid-Rusland en zij zijn daarmee de oudste bekende inwoners van Rusland. De nomadiserende Scythen woonden ten oosten van de Dnestr, maar ze waren niet alleen rondtrekkende paardenfokkers die in huifkarren woonden. Ze waren ook in staat akkers aan te leggen en aan landbouw te doen voor export. Deze Scythen woonden ten westen van die rivier waarmee de Griekse kolonies aan de Zwarte Zee druk handel dreven. Ze konden permanente versterkte steden bouwen met een soort stratenplan en ze kenden heel verfijnde en vernieuwende technieken manieren om metaal te bewerken. Meer dan duizend jaar lang zijn de Pontische steppe en een groot deel van Zuidoost-Europa overheerst door ‘Iraniërs’; dat wil zeggen sprekers van talen uit de Indo-Iraanse taalfamilie. Zij kenden brons en vervaardigden sieraden van goud en zilver. De Scythen verdwenen sinds de 4e eeuw v.C. uit de geschiedenis. |
Scythische kunst In de necropolis van Koeban in de centrale Kaukasusketen werden bij toevallige grondverschuivingen tientallen voorwerpen gevonden. Bronnen: De geschiedenis van de kozakken laatst bijgewerkt: 20-08-04 |