3608 |
De graftomben van Pazyryk |
De Scythen begroeven hun koningen in grote grafheuvels (koerganen) met een doorsnede van soms wel 100 meter en een hoogte van ongeveer 20 meter. Deze grafheuvels zijn gevonden in het Koebanbekken ten noorden van het oostelijk deel van de Zwarte Zee, voorts de grote grafheuvel van Chertomlik bij de Dnepr en de Pazyryk-graven in de Hoge Altaj; in deze laatste werd veel houtsnijwerk gevonden. Er komen nog steeds vondsten aan het licht: in 1969 in Zuid-Oekraïne in het Gaimonov-graf o.m. 520 gouden objecten. Het merendeel van alle gevonden schatten bevindt zich in de musea in St. Petersburg. |
![]() |
Het gebalsemde lijk van de vorst werd op een bedding van stro in een groot gat gelegd, erboven bouwde men een soort huis van hout en riet. Om de koning bij zijn reis in het hiernamaals terzijde te staan werden zijn vrouw, eventuele bijvrouw, kok en knechts vermoord en in het graf bijgezet. Ook rijpaarden gingen het graf in. En natuurlijk waardevolle bezittingen, bij voorkeur van goud. De koerganen waren bedekt met keien en in de ijzige streken van Siberië en Mongolië zorgde de vorst ervoor dat ze als een ijskast conserverend werkten. Daaraan is het te danken dat er nog voorwerpen van hout, been, leer, wol en zelfs bont en zijde zijn aangetroffen. Er moet in de koerganen meer moois zijn begraven dan we thans weten, want er is danig uit de grafheuvels geplunderd. Wat ons rest zijn kleine voorwerpen die ruiters met zich mee konden dragen. Juwelen in goud, drinkbekers, delen in brons van het paardentuig en wapens. Op de voorwerpen staan (veelal rennende of vechtende) dieren afgebeeld.
De kunst van de Scythen is, constateren kenners, beïnvloed door de Assyriërs, Perzen, Thraciërs en zelfs de Egyptenaren. Het meest valt echter op de invloed van de Griekse beschaving, wat niet zo verwonderlijk is als men weet dat de rondtrekkende Scythen frequent handel dreven met de Grieken via Ionische handelsposten aan de noordkust van de Zwarte Zee. Zoals Olbia aan de Dnjepr, waar Herodotus naar afreisde. Veeteelt en landbouwproducten, hout en pelzen, werden er geruild tegen wijn en aarden vaatwerk. |
Alle voorwerpen die in de grafheuvels zijn gevonden waren een eerbetoon aan de afgestorven koning. Tijdens hun begrafenis speelden tijdens de langdurige rouwfeesten mensenoffers een voorname rol. Wanneer een koning stierf, werd hij gebalsemd en daarna op een kar vele dagen over de steppen meegevoerd. Een garf werd gedolven, waarin met takken grafkamers werende werden gebouwd en waarin afgeslachte paarden werden bijgezet. Zijn vrouw werd gedood en in de sleuf gelegd die voor de koning was gegraven en zijn dienaar, lijfschenker en kok, paardenknecht en lijfwachter, werden met alle "eerstelingen van het ander vee" gedood en eveneens in het graf bijgezet. Daarna brak er een rouwperiode aan en gingen alle krijgers feesten. Ze aten paardenvlees, rookten vervolgens hasjiesj en moesten zich een stuk van het oor laten afsnijden, hun voorhoofd en neus tot bloedens toe openkrabben en een pijl door de linkerhand steken. Na een jaar werden weer eens vijftig krijgers gedood, met vijftig van de mooiste paarden afgeslacht en op de grafheuvel in ruiterhouding vastgespiest. Die vreselijke rituelen zijn af te leven van gouden schalen of zelfs van amforen. De steppenomaden werden gehelleniseerd en vooral uit Griekse bronnen zijn archeologen veel te weten gekomen over de oude beschaving en strijdgebruiken. Vele van de sierlijke gouden kunstvoorwerpen tonen dierentaferelen. De scytische kunst is is voornamelijk zoömorfe ornamentiek. Maar er zijn ook gouden schalen die de krijgers bij zich droegen en die ze gebruikten bij de broederschapsdronk. Want krijger werd je pas nadat je een vijand had gedood en van zijn bloed had gedronken. Van de schedel van de gedode werd een drinkbeker vervaardigd: zijn afgestroopte vel bonden ze aan paardenteugels en van hun vingernagels werden deksels gemaakt, voor pijlkokers. | ![]() |
In Pazyryk in Siberië zijn graftomben bewaard gebleven dankzij het zeer koude klimaat. Mannen en vrouwen werden met hun bezittingen begraven. De lichamen van de mannen werden getatoeëerd met dierenfiguren.
Rechts: getatoeëerde huid (Pazyryk, 5e eeuw v. Chr.) |
![]() |
De grafgiften — onder andere vilten zadeldekken en tapijten — worden toegeschreven aan de (naar de vindplaats genoemde) Pazyryk-cultuur. De afbeeldingen kenmerken zich door haast abstracte, soms naïeve, gekrulde vormen, effen kleuren (met name oker, rood, en blauw), en lange, gebogen, donkere of lichte lijnen. De figuren worden in profiel weergegeven, zonder diepte of perspectief.
Rechts: Zadeldek, Rossija (The State Hermitage Museum, St-Petersburg) Dit zadeldek uit de 5e eeuw v. Chr. bestaat uit rode, blauwe, en okerkleurige vilt, leer, en paardenhaar. Het bevat een symmetrische voorstelling van een vechtende bok en griffioen. Het werd in Rusland, in het Zuidsiberische Altaïgebergte, in de vallei van de rivier Bolshoy Ulagan, opgegraven uit kurgan 1 van Pazyryk |
![]() |
![]() |
Links: tapijt (fragment (Pazyryk, 5e - 4e eeuw v. Chr.)
Rechts: Houten wagen (5e - 4e eeuw v. Chr.) Gemaakt: 22-09-04 |
![]() |