2141 |
De legende van Theseus en de Minotaurus |
Koning ![]() ![]() |
![]() |
Minos dorstte naar wraak. Met de grootste spoed verzamelde hij zijn leger en leidde het naar Athene, dat niet op de aanval was voorbereid, en dus geen krachtige tegenstand kon bieden. Het duurde niet lang, of de Atheners moesten om vrede smeken (1288 v. Chr.). Nors en streng ontving Minos de Atheense gezanten. Toen hij eindelijk het onheilspellende stilzwijgen verbrak, zei hij: "Gij hebt mijn zoon, de hoop van mijn ouderdom, gedood, en ik heb gezworen een vreselijke wraak te nemen. Slechts op die voorwaarde wil ik U vrede schenken, dat Athene iedere negen jaar zeven jonge mannen en zeven jonge vrouwen naar Kreta zendt, opdat zij met hun bloed voor de moord op mijn zoon boeten". En nog huiveringwekkend klonken de woorden van de koning toen hij eraan toevoegde, dat deze jonge Atheners aan de Minotaurus zouden worden geofferd. Bij elke tweede nieuwe maan zou hij één van hen naar het monster zenden, dat vroeger slechts misdadigers had mogen verslinden. De verslagen Atheners konden niet anders dan Minos' vredesvoorwaarden aanvaarden. Het enige wat zij konden bereiken was een belofte van de koning: indien één van de jonge Atheners het onmogelijke zou kunnen volbrengen - de Minotaurus doden en zich vervolgens weer een weg naar buiten banen - zou niet alleen het leven van hem en zijn makkers gespaard worden, maar zou Athene ook voor altijd van de gruwelijke verplichting worden ontheven. |
Reeds tweemaal hadden de Atheners de vreselijke schatting betaald (1289 en 1279 v. Chr.); twee maal had een schip zeven jonge mannen en zeven jonge vrouwen op wie het lot was gevallen, naar Kreta gevoerd. En nu (1270 v. Chr.) naderde voor de derde maal het tijdstip, waarop het schip met de zwarte rouwzeilen vertrekken zou. Het was tijd om het lot te werpen. Toen trad ![]() Een paar dagen later bereikte het schip Kreta en de jonge Atheners werden naar een huis aan de rand van de stad gebracht, waar zij onder strenge bewaking zouden staan tot hun uur zou zijn aangebroken. De gevangenis lag in een grote tuin, die grensde aan een park waarin de dochters van koning Minos, Ariadne en Phaedra, gewoon waren te wandelen. Op zekere dag kwam de gevangenbewaarder naar Theseus toe en zei, dat iemand buiten in het park met hem wilde spreken. Verwonderd ging Theseus naar buiten, waar hij Ariadne aantrof, de oudste prinses; zijn innemend uiterlijk en zijn edele gestalte hadden haar zo getroffen, dat zij hem graag wilde helpen de Minotaurus te doden. |
"Neem deze kluwen garen !", zei zij. "Wanneer je het Labyrint (= Knossos) binnengaat, moet je eind van de draad aan de ingang vastmaken en de kluwen geleidelijk afwikkelen. Dan heb je een leidraad, waarmee je de weg terug kunt vinden". Ze gaf hem bovendien een gewijd magisch zwaard. Toen ze afscheid namen, vroeg ze met trillende stem. Als m'n vader hoort wie u heeft geholpen, zal zijn woede vreselijk zijn.
Wil je daarom op jouw beurt mij redden ? Ontroerd beloofde Theseus dit. |
![]() |
![]() |
De volgende morgen werd Theseus naar het Labyrint gevoerd. Toen hij er zover in was doorgedrongen, dat hij het daglicht niet meer kon zien, haalde hij de kluwen van Ariadne tevoorschijn, bevestigde het uiteinde van de draad aan de muur en liet de kluwen zich afrollen, terwijl hij door de gangen liep. Lange tijd hoorde hij niets dan de echo van zij voetstappen. Maar plotseling werd de stilte gebroken door een dof gerommel, als het verre gebrul van een woedende stier. Het geluid kwam steeds dichterbij, maar Theseus ging moedig verder; weldra stond hij in een grote zaal, van aangezicht tot aangezicht met de verschrikkelijke Minotaurus, half mens, half stier. Met een woedend gebrul kwam het ondier op de jonge man af. De aanblik was zó ontstellend, dat Theseus bijna bezwijmde. |
Maar met het toverzwaard van de prinses wist hij het ondier te overwinnen. Daarna hoefde hij slechts de draad van Ariadne terug te volgen, en weldra stond hij buiten de poort, die zovelen vóór hem waren doorgegaan om nooit meer terug te keren. Met de hulp van Ariadne had Theseus dus niet alleen zijn eigen leven en dat van zijn makkers gered, maar ook zijn vaderstad van haar zware verplichting jegens koning Minos ontheven. | ![]() |
Vóór de jonge Atheners van Kreta vertrokken om naar hun vaderstad terug te keren (1269 v.. Chr.), bracht Theseus in het geheim Ariadne en tevens Phaedra, aan boord van zijn schip. Op de thuisreis raakten zij in een storm verzeild en moesten zij hun toevlucht zoeken op het eiland Naxos. Toen het weer was opgeklaard en zij de tocht wilden voortzetten, konden zij Ariadne niet vinden. Ze zochten overal en riepen haar naam, - tevergeefs. Tenslotte gaven ze het zoeken op en zeilden weg. Maar Ariadne was slechts in een dicht woud verdwaald geraakt en was tenslotte in het bos uitgeput in slaap gevallen. Eerst toen het schip ver weg was, ontwaakte zij en vond de weg naar het strand terug. Ze riep en schreide, maar niets kon baten. Het schip gleed verder en verder weg. Tenslotte zeeg zij uitgeput op de grond neer en verloor het bewustzijn. Toen ze weer tot zichzelf gekomen was, hoorde ze een jubelende optocht naderen, begeleid door muziek van fluiten en cimbalen. Weldra onderscheidde zij een gouden wagen, die door tamme leeuwen werd getrokken; op de wagen stond een jonge man, die schoner was dan enige sterveling die zij ooit had gezien. Het was Dionysos, de god van de wijn. Hij sprak tot haar: "Wordt mijn vrouw en ik zal u onsterfelijk maken." Ariadne reikte hem haar hand, hij hief haar tot zich in de wagen. Na een zegetocht over de gehele aarde voerde hij haar naar zijn onvergankelijke woning. In Athene heerste een droeve stemming. Tegen de tijd, dat men het schip van Kreta weer kon verwachten, ging de oude koning dagelijks naar zee en zag hij uit naar het schip, dat de grootste vreugde van zijn leven en de hoop van zijn ouderdom had weggevoerd. Eindelijk verscheen het schip aan de horizon. Maar het voerde zwarte zeilen en de oude man was de wanhoop ten prooi. Hij kon niet weten dat Theseus in zijn verdriet om Ariadne niet meer had gedacht aan de afspraak met zijn vader, dat hij de witte zeilen zou laten hijsen, als hij er in geslaagd zou zijn, de Minotaurus te overwinnen. Verpletterd van smart stortte de koning Aegeus zich in de zee, die sindsdien naar hem de Egeïsche Zee heet. Maar toen het schip de haven van Athene was binnengelopen en Theseus en zijn makkers behouden voet aan wal zetten, barstte het volk in jubelkreten uit. Korte tijd later riepen de Atheners in een volksvergadering Theseus tot koning uit. Later trouwde hij met Phaedra en werd hij een machtige koning, wiens daden in de herinnering der mensen zijn blijven voortleven. ( Laatst bijgewerkt: 01-03-03 |