2194

Mycene (1300 - 1237 v. Chr.)

Mycene (1400 - 1300)

In de 13e eeuw v. Chr. kwam er een eind aan de bloeiende handel. Mogelijk was dit een tijd van grote gevaren, want de burchten Mycene, Tyrins en Athene werden in die tijd met massieve stenen muren versterkt. In diezelfde tijd raakten de Myceense Grieken met de Hittitische heerser ( Muwatalli ll (1295 - 1272 v. Chr.?) in conflict over de handelsroutes in dit gebied. Op een Hittitisch kleitablet is sprake van "vijandelijkheid" tussen Ahhijava (Achaeërs, Myceneense Grieken) en Wilusa (Ilion, Troje). 

Koningen van Mycene

Sthenelus 1311 - 1277
Erystheus  1277 - 1242
Atreus 1242 - 1237
Thyestes 1237 - 1235
Erystheus (1277 - 1242)

In plaats van strijd te hebben geleverd tegen allerlei monsters heeft Heracles (1309-1246) mogeliijk als huurling in dienst van koning Eurystheus van Mycene deelgenomen aan verschillende militaire expedities.

In de Griekse mythologie wordt dit iets anders voorgesteld: het Delfische orakel had Hercacles beloofd dat als hij twaalf werken die Eurystheus hem zou opdragen, had volbracht,de goden hem met hun hulp terzijde zouden staan en het onsterfelijke leven in hun midden zijn deel zou zijn. Als boetedoening voor het doden tijdens een aanval van razernij  besloot hij de twaalf opdrachten van Eurystheus trouw te volbrengen.

In 1242 v. Chr. viel  Eurystheus van Mycene Athene aan om te trachten de Heracliden, de nakomelingen van Heracles, te verslaan. Eurystheus bleef zelfs na de dood van Herakles in 1246 v. Chr. ook diens nageslacht vervolgen. Deze vluchtten, onder meer naar Attika, waar ze gastvrij onthaald werden door koning Theseus (1234 - 1204 of 1213), met wiens hulp ze Eurystheus nabij Marathon versloegen en doodden, onder de leiding van Herakles’ oudste zoon Hyllos.
Zijn afgehouwen hoofd werd naar Alkmene (de moeder van Heracles en de Herakliden) gebracht. Haar wrok was nog zo hevig, dat zij hem de ogen uitstak.

Met de dood van Erystheus kwam er een einde aan Perseus' geslacht. Het volk van Mycene koos Atreus, de zoon van de Phrygische koning Tantalus, als hun nieuwe koning. Dit zou erop kunnen wijzen dat er daarmee een einde kwam aan het Hoge Koningschap van Mycene. Bepaalde Myceense vorsten, zoals Theseus van Athene, zouden nimmer trouw hebben willen zweren aan een koning geen afstammeling was van Perseus.

Atreus (1242-1237)

Atreus was een van de zonen van Pelops en Hippodameia, en aldus één van de slachtoffers van de vloek van Myrtilus. Samen met zijn broers Thyestes en Alcathous was hij betrokken bij de moord op zijn halfbroer Chrysippus. Hierop vluchtte hij naar Eurystheus, koning van Mycene, die hij na diens dood opvolgde. Hij trouwde met Aerope Zij kregen drie kinderen: Agamemnon, Menlaus en Anaxabia. Bij Cleola verwekte Atreus Pleisthenes, die door Thyestes werd opgevoed en opdracht kreeg Atreus te vermoorden. Atreus doodde echter zelf Pleisthenes en kwam vervolgens diens identiteit te weten. Hij nam wraak door Thyestes een maal voor te zetten dat bestond uit uitgelezen stukken van diens kinderen, waarna hij hun hoofden, handen en voeten liet tentoonstellen.  

Volgens de Griekse mythologie ondernamen tijdens het bewind van Atreus de Heracliden (de nakomelingen van Herakles die in 1246 was gestorven) na hun overwinning verschillende pogingen om naar de Peloponnesos terug te keren om er hun heerschappij te vestigen. Deze pogingen waren echter zonder succes. Toen het orakel van Delphi verkondigde dat dit kwam omdat de Heracliden vóór de bestemde tijd waren teruggekeerd en ze de raad gaf te wachten tot de derde oogst, trok Hyllos zich wijselijk terug en besloot drie jaar te wachten. Toen de drie jaar voorbij waren trok hij weer op met zijn leger (1239 v. Chr.). Op de Isthmos werd hij opgewacht door Atreus.. Om nutteloos bloedvergieten te vermijden daagde Hyllos een willekeurige tegenstander uit tot een tweegevecht met als inzet de heerschappij over de Peloponnesos. Hij legde daarbij de gelofte af dat de Heracliden, indien hij zou verliezen, vijftig jaar lang niet meer zouden terugkeren. Echemos, de koning van Tegea, nam de uitdaging aan. Hyllos sneuvelde in het gevecht en werd begraven in Megara, waarna zijn broers zijn gelofte respecteerden en zich uit de Peloponnesos terugtrokken. Zij begrepen nu dat het orakel met de derde oogst in feite de derde generatie bedoelde.

En inderdaad, pas de drie achterkleinzonen van Hyllos slaagden er in de Peloponnesos te veroveren. Bij de verdeling van het territorium kreeg Temenos Argos toegewezen, Kresphontes Messenië. De derde, Aristodemos, werd door een blikseminslag gedood, maar zijn beide zonen kregen Sparta. Hun bondgenoot, de Aetoliër Oxylos, ontving Elis, terwijl de Arcadiërs hun onafhankelijkheid behielden. 

De sage van de terugkeer van de Heracliden is grotendeels van Dorische oorsprong en dateert in grote trekken uit de 8e / 7e eeuw v.Chr. De Doriërs en met name de Spartanen, gebruikten de legende om hun gewelddadige verovering van de Peloponnesos enigszins te legitimeren om te kunnen doorgaan als afstammelingen van de Heracliden en de rechtmatige heersers van het schiereiland. Daartoe hoefden zij slechts de stamvaders van hun adellijke geslachten in een of andere genealogische relatie met Herakles te brengen. Heracles zelf is echter nooit Dorisch geweest: hij gold veeleer als de nationale held van Thebe. Een andere (oudere?) oplossing van het legitimatieprobleem is te vinden in de sage van Aigimios, de stamvader van de Doriërs, die Hyllos zou geadopteerd hebben.

Na Aerope hertrouwde Atreus met Pelopia, een dochter van Thyestes. Zij kreeg een zoon: Aegisthus. De vader was echter niet Atreus maar Thyestes. Atreus bleef daarvan onwetend en voedde Aegisthus op als zijn eigen kind. Aegisthus ontdekte dat Thyestes zijn vader was, en doodde op diens bevel Atreus.

Rechts: Heden ten dage nog staat nabij Mycene een tholosgraf dat de 'schatkamer van Atreus' wordt genoemd.

Mycene (1237-1200 v. Chr.)

Laatst bijgewerkt: 02-02-11

colofon

 

\