2244 |
Argos (1300 - 1200) |
![]() |
Argos werd afhankelijk van de nabijgelegen stad Mycene onder In de 12e eeuw werd Argos onder zijn bewind opnieuw de hoofdstad van Argolis, het schiereiland in het noordoosten van de Pelopponessos. Pelopiden Dynastie Heracliden Dynastie
In de 11e eeuw vielen Argos, Mycene en Sparta in handen van de Doriërs (Heracliden). De drie Dorische krijgsheren die het Myceense vasteland waren binnengevallen: Temenus, Cresphontes en Aristodemus, verdeelden het land onder elkaar, Temenos werd heerser van Argos. Hij maakte de stad tot basis van zijn verdere operaties. From the death of Temenus, the royal prerogative began to lose ground very fast. To Ceisus or Cisus succeeded Lacidamus, who had little else than the title of a king. His son Meltas, impatient of such restraint, endeavored, when it was too late, to restore it to its ancient dignity; but the people were by that time grown so powerful and headstrong, that, as soon as they found out his design, they put an effectual stop to it, and an end to kingly power, reducing the government into a democracy, and condemning their unhappy prince to death.
In de 8e-7e eeuw v.Chr. werd Argos geregeerd door de tiran Pheidon, die naar de hegemonie onder de Dorische staten streefde en zijn stad uitbouwde tot de machtigste van de Peloponnesos. Waarschijnlijk was het tijdens zijn bewind dat Argos Sparta versloeg in de Slag bij Hyssae (668 v.Chr.) De traditionele rivaliteit tussen Sparta en Argos, die al uit de 8e eeuw v.Chr. dateerde werd hiermee nog eens bevestigd. Pheidon was waarschijnlijk ook degene die een militaire innovatie, de falanx van zwaar bewapende hoplieten op zijn naam heeft staan. Hij liet ook de eerste Griekse munten slaan (op het eiland Aegina), en het Argeďsche stelsel van maten en gewichten werd in heel de Peloponnesos aanvaard. Na zijn dood begon Korinthe zich als machtscentrum te manifesteren, en de invloed van Argos zonk in de mate waarin die van Sparta steeg. In 494 v.Chr., dus tijdens de Eerste Perzische Oorlog, versloeg Sparta Argos bij Tiryns, wat tot blijvende onderlinge vijandschap leidde. Argos vocht niet mee met de andere Grieken tegen de Perzen. Rond 460 v.Chr. werd er een democratische regering ingevoerd en in 451 v.Chr. werd een 30-jarige vrede met Sparta gesloten. Tijdens de Peloponnesische Oorlog koos het niettemin in de regel partij voor Athene, zij het als een weinig betrouwbare partner, bv. in de gevechten bij Mantinea in 418 v.Chr. Argos deelde in de nederlaag van Athene; dit was aanleiding tot een scherp conflict tussen de aristocraten (die bij Sparta zwoeren) en de democraten (die het met Athene hielden). Deze innerlijke verdeeldheid leidde uiteindelijk tot de politieke ondergang van Argos: in 404 v.Chr. leed het een zware nederlaag tegen koning Cleomenes I van Sparta. Met Korinte werd een politieke eenheid bereikt, die bijdroeg aan het einde van Sparta als grote mogendheid in de Slag bij Leuctra (371 v.Chr.) Nog tot in de tijd van Epaminondas bleef de rivaliteit met Sparta bestaan, onder meer (opnieuw) bij Mantinea in 362 v.Chr. In de Hellenistische tijd sloot het zich – overigens als laatste - aan bij de Achaeďsche Bond, nadat een reeks tirannen de macht naar zich toegetrokken hadden. Na de ontbinding van de Bond in 146 v.Chr. behield Argos zijn beperkte autonomie. Gemaakt: 29-01-11 |