2273

Doriërs (1200 - 1150 v. Chr.)

Tijdens de Egeïsche volksverhuizing vielen de Doriërs (de voorouders van de latere Grieken) het Griekse vasteland binnen (ca. 1190 v. Chr.). 

Niemand schijnt precies te weten waar de Doriërs vandaan kwamen. Men denkt dat ze uit het noorden kwamen. Ze zouden genoemd zijn naar Doris, een klein gebiedje in het midden van Griekenland, waar overigens geen Doriërs woonden. De Doriërs waren oorspronkelijk nomadiserende herdersstammen. Zij gaven dit herdersbestaan nu echter op en bouwden kleine landbouwnederzettingen. 

De Doriërs wisten reeds goed om te gaan met paarden en kenden reeds het bewerken van ijzer. Met hun ijzeren wapens waren zij in staat gemakkelijk de oorspronkelijke bevolking te onderwerpen. Men neemt aan dat hun expansie over de Peloponnesos (met als centrum Sparta), vele eilanden (onder andere Kreta) en de zuidwestelijke hoek van Klein-Azië (met als centrum Halicarnassus) de doodsteek heeft gegeven aan de Myceense cultuur. De Doriërs vertegenwoordigden over het algemeen het meer sobere, nuchtere en soldateske deel der Grieken. 

De Doriërs waren chronologisch de laatste groep van Grieks sprekende stammen, die het Griekse schiereiland, via Illyria (de Adriatische kuststrook), binnendrongen, vermoedelijk in de periode 1200-1000 v.Chr. Deze migratie wordt daarom ook wel de Dorische volksverhuizing genoemd.

De Doriërs vestigden zich op de zuid- en oostkust van de Peloponnesos, op de zuidwestpunt van Turkije (die ook Doris heette) en op de eilanden Korkyra, Levkas, Rhodos en Kreta. Zij verspreidden zich over het Griekse vasteland. De Ioniërs werden door de Doriërs verdreven hen van het vasteland met uitzondering van Attika. 

Doros was de eerste koning en wetgever van de Doriërs Hij was volgens de Griekse mythologie de zoon van Hellen (de stamvader van de Hellenen) en de nimph Orseis. Hellen had zijn rijk verdeeld onder zijn zoons. De bewoners van het rijk in het noorden van Thessalië noemden zich naar hun heerser Doriërs.

Mogelijk is er ook een verband met de zgn. Heracliden, die verschillende pogingen hebben ondernomen om op de Peloponnesos hun heerschappij te vestigen maar zonder succes (z. Mycene (1300-1200)). Volgens de sage had Aigimios, de zoon van Doros, Hyllos, de zoon van Heracles (1309-1246) geadopteerd.

Aigimios had twee zonen Pamphylos en Dymas. Aigimios riep de hulp van Hyllos in zijn strijd tegen koning Koronos van de Lapithen bij de verovering van het eiland Aegina in de Saronische Golf. 

De Lapithen waren een strijdlustig bergvolk in Thessalië, dat zich had gevestigd in de buurt van de berg Ossa en de rivier Pinios. De oudste sagen vermelden hen als verpersoonlijking van de stormen, of als stormdemonen, terwijl andere bronnen hen eerder zien als de historisch autochtone bewoners van Thessalië, van wie later de Thessalische adellijke families beweerden af te stammen. De Lapithen zijn bekend geworden door de strijd die zij voerden tegen de Centauren. Dit waren mythologische wezens met het lijf van een paard en het hoofd van een man, die volgens de verhalen in Thessalië leefden.

Koronos werd verslagen. Aigimios had Hyllos een derde deel van zijn koninkrijk beloofd als de Lapithen zouden worden verslagen, maar Hyllos zag daar van af maar eiste het gebied op voor zijn nakomelingen, de Herakliden. Bovendien adopteerde Aigimio en behandelde hem als een van zijn andere zonen Pamphylos en Dymas. 

Pas de drie achterkleinzonen van Hyllos slaagden er in de Peloponnesos te veroveren. Bij de verdeling van het territorium kreeg Temenos Argos toegewezen, Kresphontes Messenië. De derde, Aristodemos, werd door een blikseminslag gedood, maar zijn beide zonen kregen Sparta. Hun bondgenoot, de Aetoliër Oxylos, ontving Elis, terwijl de Arcadiërs hun onafhankelijkheid behielden. 

  De Dorische invasie was misschien een onderdeel van de grote Egeïsche volksverhuizing waarbij de z.g. Zeevolken probeerden Egypte te veroveren (zie het boek De Zeevolken van N.K. Sandars). Er is nog veel onduidelijk over die volksverhuizing, maar sommige dingen staan wel vast. In die tijd trokken allerlei volkeren vanuit het noorden naar de Balkan en naar Turkije. Het is bekend dat al in de Myceense tijd Grieken woonden op de zuidwestpunt van Turkije, ten zuiden van Milete (op het kaartje het gearceerde gebied). Een deel van dit gebied heette later nog Doris. Zouden de Doriërs (rood op het kaartje) niet hier vandaan gekomen kunnen zijn? Over zee voeren ze dan naar de zuid- en oostkust van de Peloponnesus en naar de diverse eilanden, waaronder Kreta. De Doriërs werden mogelijk uit hun oude woongebied verdreven door volkeren uit het noorden en door de hongersnood, net als de Zeevolken die (zonder succes) Egypte aanvielen ( Egypte (1187 - 992 v. Chr.). De Doriërs die zich op de Peloponnesos vestigden, kwamen dus waarschijnlijk niet uit het noorden, maar uit het oosten en danken hun naam aan de streek Doris in het midden van Griekenland. Tegelijkertijd veroverden de Noordwest-Grieken (op het kaartje groen) misschien het zuidelijke deel van het Griekse vasteland (uitgezonderd Attica) en het noordwestelijke deel van de Peloponnesos tot aan de Alfeios. Tussen de Alfeios en het Dorische gebied ligt Arcadia (geel). Het schijnt dat op de landengte van Corinthe een muur werd gebouwd om de Doriërs tegen te houden. Als de Doriërs uit het noorden kwamen, kan dat de Atheners weinig geholpen hebben: de Doriërs moeten dan langs Athene gemarcheerd zijn. Maar Athene is nooit door hen veroverd.

Griekenland (1150 - 800 v. Chr.)

Gemaakt: 26-01-11

colofon