7241

Italië (1500 - 1600)

Italië (1400-1500)

Tegen het eind van de 15e eeuw was Italië in de volgende belangrijkste delen uiteen gevallen:

  • In het zuiden regeerden de koninkrijken Sicilië en Napels
  • In Centraal-Italië lagen de Pauselijke Staat, geregeerd door de Borgia's. een van oorsprong Spaanse geslacht dat wist zich in korte tijd op te werken tot de absolute top.en de republieken Siena, Florence, Lucca, evenals de steden Bologna, Rimini en Faenza
  • In het noorden lagen de hertogdommen Ferrara, Modena, Mantua en Milaan en de twee grote koopvaardijrepublieken, Venetië en Genua. Deze waren (dankzij hun kolonies en buitenposten) anders van karakter. De Venetiaanse handel kwam echter in de 16e eeuw tot verval door de ontdekking van een nieuwe Indië-route.

De constante oorlogvoering onder deze vele staten resulteerde in politieke opschudding, maar deed weinig af aan de rijkdom. De oorlogen werden over het algemeen gevoerd op een onsamenhangende manier. Vergeleken bij de Zwarte Dood, de plaag die Italië in 1348 teisterde, deden de lokale oorlogen weinig kwaad. De materiële welvaart werd aanzienlijk bevorderd door de Kruistochten, door de uitbreidende handel met het Midden-Oosten en door de opkomst van grote banken, in het bijzonder in Genua, Luca en in Florence. De welvaart vergemakkelijkte de grote culturele bloei van de Italiaanse Renaissance (Michelangelo, Leonardo da Vinci en Rafael), die permanent de beschaving van westelijk Europa veranderde.

De invasie van Italië door Karel VIII van Frankrijk in 1494 kenmerkte het begin van de Italiaanse Oorlogen, die in 1559 in het grootste deel van Italië eindigden. De Italiaanse oorlogen waren slechts de inzet en een onderdeel van de strijd die vooral door de opvolger van Karel Vlll, Frans I (1515–1547), werd geleverd tegen de Habsburgse omsingeling.
Vroeg in de oorlogen, waarin Frankrijk en Spanje de belangrijkste mededingers voor suprematie in Italië waren, kwamen verscheidene Italiaanse staatsmannen, in het bijzonder de Italiaanse politicus en filosoof Machiavelli (1469 - 1527), tot de overtuiging dat alleen eenheid Italië van buitenlandse overheersing kon redden. In 1513 schreef hij Il Principe (De vorst / De heerser), waarin hij de vorsten aanmaant daadkrachtig op te treden en steeds het belang van de staat voor ogen te houden. Hij was er van overtuigd dat alleen een sterke staat haar burgers kon beschermen, met name tegen de oorlogvoerende partijen van die tijd: Venetië, de koning van Frankrijk, paus Alexander VI, en diens zoon Cesare Borgia. Hoewel zijn stad rijk was, wilden haar burgers niet investeren in een eigen leger. De stad probeerde in de meeste conflicten neutraal te blijven, maar als ze dat iets te lang bleef moest ze haar vrijheid vaak afkopen met gouden dukaten. Machiavelli begreep dat die situatie niet kon blijven duren, het geld van de rijke maar weerloze natie zou niet voldoende zijn om haar te redden. Hij wilde een militie, geen huursoldaten, gevormd uit burgers die de republiek trouw zouden zijn. Ondanks het verzet van de adel slaagde hij erin van de Grote Raad toestemming te krijgen om een legertje van 400 boeren te rekruteren. In 1509 slaagde hij erin Pisa te heroveren.
Voor de strijd om Italië, die op het einde van de 15e eeuw werd gevoerd, was het bezit van Sicilië voor Aragon van het grootste belang. Sicilië was nog altijd de graanschuur van Europa en dat maakte het mogelijk grote inkomsten uit de belastingen te putten. Dat bleek nog eens in 1504, toen Ferdinand van Aragon dankzij dit steunpunt het koninkrijk Napels definitief kon veroveren. Voor lange tijd waren Napels en Sicilië (het Koninkrijk der Beide Siciliën) nu met Spanje verenigd.

Oorlog van de Liga van Kamerijk (Oorlog van de Heilige Liga) (1508 - 1516)

In 1508 brak er een strijd los waaraan bijna iedere West-Europese mogendheid deelnam: Frankrijk, de Kerkelijke Staat, Spanje, het Heilige Roomse Rijk, Engeland, Schotland, Milaan, Venetië, Ferrara, en de Zwitsers.

Paus Julius II (1503 - 1513), die de Venetiaanse invloed wilde verminderen in Noord-Italië had de Liga van Kamerijk gevormd, een anti-Venetiaanse alliantie met Lodewijk XII van Frankrijk, keizer Maximiliaan I, en Ferdinand II van Aragón. Aanvankelijk was de liga succesvol. In 1509 deed Frankrijk een aanval op Venetië, maar spanningen tussen Julius en Lodewijk zorgden ervoor dat de alliantie in 1510 uiteenviel en Julius zich aansloot bij Venetië tegen Frankrijk. Julius riep de hulp in van Aragon (1510) om de Franse troepen te verjagen. Deze Heilige Liga (Venetië, Kerkelijke Staat en Spanje) slaagde erin Frankrijk in 1512 na een overwinning bij Ravenna uit Italië te verdrijven. 

Machiavelli vond dat Florence in deze oorlog te lang neutraal was gebleven. Toen de Fransen zich terugtrokken, rekenden de troepen van de Heilige Liga met de Florentijnen af en hielpen De Medici opnieuw aan de macht. Machiavelli belandde in 1513 in de gevangenis, waar hij gemarteld werd, maar uiteindelijk vrijgelaten.

Rechts: Paus Julius ll

Al gauw brak er onenigheid los over de verdeling van het veroverde gebied. Venetië ging daarop een alliantie aan met Frankrijk gericht tegen Ferdinand V van Aragon en het hertogdom Milaan.

Onder Frans I van Frankrijk, die ondertussen Lodewijk Xll was opgevolgd, behaalden de Fransen en Venetianen op 13 en 14 september 1515 een grote overwinning in de slag van Marignano, waarna zij het gebied heroverden dat ze hadden verloren. De Zwitsers namen Milaan in bezit, dat daarvoor toebehoorde aan Ferdinand V van Aragon. Deze slag kreeg grote aandacht in Europa omdat ridders voor de laatste maal wonnen van het pas ten tonele verschenen kanon.

Links: slag bij Marignano  

In 1516 legde hij Karel V, die ondertussen Ferdinand was opgevolgd, de vrede van Noyon (1516) op. Het verdrag bepaalde dat Frans I over Milaan zou heersen en Karel V Napels kreeg, op voorwaarde dat die zou huwen met de dochter van Frans I. 

Daarop smeedde Karel V een coalitie met paus Leo X (1513 - 1521) en koning Hendrik VIII van Engeland. In 1525 geraakte paus Clemens VII (1523 - 1534) gealarmeerd omdat keizer Karel V de controle had verkregen over het koninkrijk Napels en Lombardije en sloot daarom een verbond met Frans I van Frankrijk die opnieuw over de Alpen trok met een leger van 26.000 Fransen, Italianen, Zwitsers en Duitsers. De campagne begon schitterend met de verovering van Milaan en Frans' triomfantelijke intocht. Hij talmde echter bij het beleg van Pavia, 35 km ten zuiden van Milaan. De Habsburgse keizer reageerde onmiddellijk en stuurde een leger van 23.000 man, onder bevel van Francisco de Avalos, Markies van Pescara, om het belegerd garnizoen van 6.000 man te steunen.

Eind januari 1525 kwamen de versterkingen aan, maar de tegenstanders bleven gedurende 3 weken passief. In de nacht van 23 op 24 februari kregen de keizerlijke troepen door een verrassingsaanval via een bres toegang tot het Franse kamp. Ze werden geleid door een Frans legeraanvoerder, Charles de Bourbon, die tijdens de slag van Marignano nog aan de kant van de Franse koning streed, maar nu van kamp had gewisseld. De Franse koning maakte een zware tactische fout toen hij zijn cavalerie vóór de artillerie opstelde waardoor de kanonnen inactief moesten blijven. Frans I mengde zich in de zwaarste gevechten en werd gevangengenomen nadat zijn paard door een kruisboogschot was gedood.

De Fransen hadden de slag verloren, een groot deel van het legerkader was gesneuveld en koning Frans werd in Villefranche bij Nice naar Spanje verscheept. Hij kwam in 1526 vrij na betaling van losgeld en een handtekening onder een overeenkomst waarin hij afstand deed van verdere aanspraken op Artois (Artesië), Franche-Comté, Bourgondië en Napels (Vrede van Madrid (1526). De Vrede van Noyon verviel daarmee.

Bijna onmiddellijk hierna ontstond er een nieuw bondgenootschap, waar Frans I de spil van was, bestaande uit de Ottomaanse sultan Suleiman I de Grote, Hendrik VIII, en paus Clemens VII. Karel versloeg eerst de zwakste van zijn tegenstanders, de paus. In 1527 plunderden zijn troepen Rome (Sacco di Roma). 

Vervolgens werd het door de pest verzwakte Franse leger verslagen voor de poorten van Napels. Hierop sloot Karel V opnieuw een vredesverdrag met Frankrijk, de Damesvrede van Kamerijk (1529), dat de bepalingen van het Verdrag van Madrid bevestigde. Clemens VII werd verplicht Karel tot keizer te kronen (Bologna, 1530), de laatste keizerkroning door een paus in de geschiedenis. In hetzelfde jaar volgde het herstel van de regering der Medici in Florence.

De Ottomanen, onder leiding van sultan Suleiman I de Grote, vormden een steeds grotere dreiging. Tweemaal belegerden zij Wenen, in 1529 en 1532, in 1529 veroverde de Ottomaanse sultan Algiers en in 1533 Tunis. Meermaals plunderden de Ottomanen de Italiaanse en Spaanse kusten, waardoor de veiligheid van de scheepvaart op de Middellandse Zee in gevaar kwam. Karel herstelde de rust op de Middellandse Zee door in 1535 Tunis van de Ottomanen te bevrijden.

In 1556, bij de verdeling van het Habsburgse wereld rijk, kwam Sicilië aan Filips ll van Spanje. Enkele malen kwamen de eilandbewoners in opstand tegen het centrale Spaanse bewind (o.m. in 1647 en 1674), maar tevergeefs: de Spaanse koningen hielden weinig rekening met de rechten en belangen van de Sicilianen en legden enkel zware belastingen op. In 1556  werd Filips ll tevens regent van Milaan, Napels en Sicilië. De bevolking in het zuiden ging gebukt onder zware Spaanse belastingen (die door de keizer gebruikt werden voor zijn oorlogen in Afrika, Hongarije en Duitsland), maar voor de handel was de Spaanse overheersing gunstig, doordat aan een lange tijd van opstanden en onenigheid een eind was gekomen.

In 1557 droeg Filips ll Siena over aan Cosimo l, groothertog van Toscane. Florence kwam onder de controle van Frankrijk en Venetië werd verdeeld tussen Frankrijk en Duitsland. De Pauselijke Staat kreeg enkele lang verloren steden terug. In 1559 was er een eind gekomen aan de Italiaanse oorlogen. 

Italië (1600 - 1700)

laatst bijgewerkt: 16-05-09

colofon