7241 | Koninkrijk Napels (1500 - 1825) |
![]() |
![]() |
Het koninkrijk Napels werd bestuurd door Spaanse onderkoningen, die het land voornamelijk als melkkoe zagen. Ten gevolge hiervan kwam het volk in 1647 onder Tommaso Aniello (Masaniello) in opstand. De Spanjaarden en de plaatselijke adel onderdrukten deze echter. | ![]() |
In 1707 kwam het koninkrijk Napels in het bezit van de Oostenrijkse Habsburgers. Sicilië werd aanvankelijk aan Victor Amadeus II van Savoye toebedeeld, maar werd in 1720 eveneens Oostenrijks. Keizer |
![]() |
Ferdinand en Maria Carolina en enkele van haar 17 kinderen. |
Ferdinand was de derde zoon van Karel III en Maria Amalia van Saksen. Hij werd op 6 oktober 1759 koning van Napels en Sicilië toen zijn vader - die kort te voren koning van Spanje was geworden - te zijner gunste troonsafstand had gedaan (het was volgens diplomatieke verdragen niet toegestaan Spanje met Napels-Sicilië te verenigen). Aangezien hij pas acht jaar oud was nam een regentschap onder de Toscaanse markies Bernardo Tanucci de regering waar. Deze heerste in de geest van de Verlichting. De kundige en ambitieuze Tanucci wilde de regering zo veel mogelijk in eigen hand houden en verwaarloosde met opzet het onderwijs van de jonge koning. Hij stimuleerde hem in diens genotzucht, het nietsdoen en zijn grote liefde voor sport. Ferdinand was atletisch maar onwetend, slecht opgevoed en verslaafd aan de laagste vormen van vermaak. Hij verkeerde graag in het gezelschap van de lazzaroni, de laagste klasse van de Napolitanen, en nam hun dialect en gewoontes over. Hij verkocht zelfs vis op de markt en kibbelde over de prijs. Aan zijn opvallend grote neus dankt Ferdinand zijn Italiaanse bijnaam "Il Ré nasone", de "Koning met de neus". rechts: Bernardo Tanucci |
![]() |
Ferdinand werd in 1767 meerderjarig en het eerste wat hij deed was het verbannen van de Jezuïeten. Het jaar daarop trouwde hij met Maria Carolina, dochter van keizerin ![]() |
![]() |
Tanucci probeerde haar tegen te werken, maar werd in 1777 ontslagen. De Engelsman Sir John Acton, die sinds 1779 de marine leidde, steunde Maria Carolina in haar plan om Napels te ontdoen van Spaanse invloed en het herstellen van de goede relaties met Oostenrijk en Engeland. Hiermee palmde hij haar zodanig in dat hij de facto de macht in handen kreeg later ook officieel premier werd. Acton was grotendeels verantwoordelijk voor de verwording van het landsbestuur tot een systeem van spionage, corruptie en wreedheden.
Links: Sir John Acton |
Het Napolitaanse hof stond niet vijandig tegenover de in 1789 uitgebroken Franse Revolutie en de koningin sympathiseerde zelfs met de revolutionaire republikeinse en democratische ideeën. Toen de Franse monarchie echter werd afgeschaft en het Franse koninklijk paar werd onthoofd, werden Ferdinand en Maria Carolina - zuster van Marie Antoinette - overvallen door angst en afgrijzen en besloten zij in 1793 mee te doen met de Eerste Coalitie tegen Frankrijk. In 1796 sloot Ferdinand vrede met Frankrijk, maar de eisen van het Directoirebewind, wiens troepen Rome bezetten tijdens Napoleons Italiaanse campagne, joegen hem angst aan. Op aandringen van Maria Carolina maakte hij gebruik van Napoleons afwezigheid tijdens zijn veldtocht in Egypte (1798 - 1799) en de overwinningen van Horatio Nelson om tegen de Fransen ten strijde te trekken en marcheerde op 29 november Rome binnen, maar nadat enige van zijn militairen werden verslagen haastte hij zich terug naar Napels. Toen de Fransen naderden vluchtte hij aan boord van Nelsons schip de HMS Vanguard naar Sicilië en liet Napels in chaos achter. Ondanks hevige tegenstand van de koningsgezinde lazzaroni bezetten de Fransen met hulp van de adel en de bourgeoisie de stad Napels en vestigden op 23 januari 1799 de Parthenopeïsche Republiek (deze naam verwijst naar Parthenope, een oude Griekse kolonie op de locatie van het huidige Napels.) Toen een aantal weken later de Franse troepen werden teruggeroepen naar het noorden van Italië zond Ferdinand een expeditie uit, bestaande uit een pauselijk leger onder kardinaal Fabrizio Ruffo di Calabria, een Engelse vloot onder Horatio Nelson en Sardijnse en Britse troepen om zijn koninkrijk op het vasteland te heroveren, waarbij de republikeinen op grote schaal werden afgeslacht. Het leger en de lazzaroni begingen daarbij onnoemlijke gruweldaden. Op 20 juni 1800 werd Napels heroverd en Ferdinand werd op de troon hersteld. Hij keerde na het Verdrag van Amiens in 1802 definitief terug. |
Ferdinand en - vooral - Maria Carolina zagen er strikt op toe dat de rebellen geen genade werd getoond en zij maakte gebruik van Nelsons minnares Lady Emma Hamilton om wraak te nemen en de admiraal zover te krijgen dat hij honderden rebellen aan hen overdroeg, waarna de meesten van hen opgehangen. Ferdinands "geheul" met Oostenrijk en Engeland irriteerde Napoleon Bonaparte echter. Na de Slag bij Austerlitz (2 december 1805) zond hij zijn broer Jozef Bonaparte erop uit om Napels te veroveren. Ferdinand vluchtte, waarop Napoleon Napels bij Frankrijk inlijfde. Op 30 maart 1806 verklaarde hij het echter onafhankelijk met Jozef als koning. Toen deze in 1808 koning van Spanje werd, installeerde de Franse keizer zijn zwager Joachim Murat op de Napolitaanse troon. Murat verwierf zich een zekere populariteit door het afschaffen van het feodalisme en het invoeren van een uniform wetstelsel. Maria Carolina werd verbannen naar haar moederland Oostenrijk, waar ze in 1814 stierf. Met haar dood verloor haar echtgenoot zijn belangrijkste adviseur. Rechts: Maria Carolina op latere leeftijd |
![]() |
Na de val van Napoleon werd Ferdinand (als Ferdinand I) door het Congres van Wenen (1815) op de troon hersteld van wat nu het Koninkrijk der Beide Siciliën heette. Hij stierf op 4 januari 1825. Weinig vorsten hebben een zo slechte herinnering nagelaten. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Frans I. Zijn dochter Marie Amélie trouwde met koning Lodewijk Filips van Frankrijk, Maria Theresia met keizer Frans II van het Heilige Roomse Rijk en Louisa Maria met groothertog Ferdinand III van Toscane. De Bourbons regeerden op zeer reactionaire wijze, hetgeen meermaals tot opstanden leidde. Giuseppe Garibaldi wist het land door de slechte politieke en economische situatie die er heerste in 1860 eenvoudig te veroveren. Zowel Napels als Sicilië spraken zich in een plebisciet met overweldigende meerderheid uit vóór aansluiting bij Piëmont-Sardinië. In 1861 ging de staat op in het nieuwe koninkrijk Italië onder de Sardijnse koning Victor Emanuel II. |