9106 |
Frankrijk (oktober 1792 - oktober 1793) |
![]() De strijd tussen Girondijnen en Jacobijnen (oktober 1792 - oktober 1793)In de winter van 1792-1793 werden de invallende mogendheden verdreven. De politieke macht kwam in handen van de groepering ter linkerzijde die men de Girondijnen noemt. Onder hun leiding werd de koning berecht. |
![]() |
De naam Girondijnen is afgeleid van Gironde, de naam van de streek rond Bordeaux. De Girondijnen waren echter niet allemaal afkomstig uit die streek. Hun leiders waren Brissotm Roland en zijn machtsbeluste vrouw, Pétion en Vergniaud. Ze hadden meer idealistische neigingen dan hun grootste rivalen, de Jacobijnen, De Girondijnen geloofden in een rationele wetgeving en een sterk op de belangen van de middenklasse georiënteerde staat. |
|
De vondst van compromitterende correspondentie (20 nov.) na de arrestatie van het koninklijk gezin maakte het proces tegen ![]() Tijdens de vele uren durende vergadering van de nieuwbakken Nationale Conventie op 20 januari 1793 werd met de minstmogelijke meerderheid - door 361 van de 721 leden - de doodstraf verkozen boven verbanning of levenslange opsluiting van de koning. |
![]() |
Noch zijn ontkenningen, noch het beroep op zijn onschendbaarheid volgens de Constitutie, noch het Girondijnse voorstel tot beroep op het volk kon zijn doodvonnis tegenhouden. De volgende morgen werd het vonnis voltrokken. Links:Terechtstelling van :Lodewijk XVl (21 januari 1793)
|
Eerste Coalitieoorlog (1792-1797) De executie van de Franse koning leidde tot heftige reacties in het buitenland, waardoor de Girondijnen zich onbezonnen lieten verleiden Engeland, Oostenrijk, de Republiek en Spanje de oorlog te verklaren (begin 1793). (Eerste Coalitieoorlog (1792-1797)). Engeland nam aan deze oorlog deel uit niet alleen uit verontwaardiging over de executie van de Franse koning, maar omdat de Conventie de Hollandse Republiek bedreigde en Engeland wilde voorkomen dat de Fransen de riviermonden van Rijn, Maas en Schelde in handen zou krijgen. Bovendien was de Britse regering bang dat Frankrijk radicale bewegingen in Engeland zou ondersteunen. |
De eerste coalitieoorlog was er een van een lange reeks coalitieoorlogen, waarbij Frankrijk steeds vocht tegen een verbond van andere mogendheden. De coalitieoorlogen hadden een heel ander karakter dan de oorlogen van de 18e eeuw. Die oorlogen werden gevoerd door huursoldaten. In de coalitieoorlogen streden "volkslegers". De mogelijkheid van een "vol"k in wapens" bleef natuurlijk niet tot Frankrijk beperkt. Toen in 1805 Engeland door een Franse invasie werd bedreigd, kwam het ook tot een "Levy en Masse Act", al zou uitvoering van de wt niet nodig blijken, want er meldden zich genoeg vrijwilligers. In 1808 kwam het in Spanje tot een volksopstand tegen Napoleons broer Joseph. Plaatselijke junta's gaven leiding aan de guerillastrijders die verder werden opgezweept door Spaanse geestelijken, die in de Fransen de duivels vijanden van hun paus zagen. Toen Oostenrijk in 1809 aan Napoleon de oorlog verklaarde deed de regering met succes een beroep op de nationale gevoelens van de Duitse Oostenrijkers. Niet op andere in Oostenrijk en Hongarije levende volken, zoals de Tsjechen, Hongaren, Kroaten en Polen. De Polen, onderworpen en verdeeld onder Pruisen, Oostenrijk en Rusland waren pro-Napoleon, omdat ze van hem herstel van de Poolse staat verwachtten. In 1813 kon de koning van Pruisen met succes een beroep doen op de Duitse nationalisten, die na de vernedering van Pruisen in 1806 zich graag wilden wreken. Met de komst van de volkslegers werden de oorlogen grimmiger. |
![]() |
Massale aanvallen met de bajonet vonden plaats. De burger-soldaten waren betrouwbaarder, genadelozer, geestdriftiger. Bovendien waren volkslegers goedkoop. Napoleon en zijn uit de troep opgeklommen generaals vochten er een nieuw en zeer bloedig soort oorlog mee. Voor Frankrijk betekenden de coalitieoorlogen een verlies van 3 miljoen mannen. Het zou honderd jaar duren voor het bevolkingsaantal weer op peil was gebracht en toen begon de Eerste Wereldoorlog. |
De Franse generaal Rechts: |
![]() |
In de lente van 1793 moesten de Girondijnen constateren dat de vijand opnieuw de grenzen van het land had overschreden. In de Vendée was een zeer ernstig oproer tegen de revolutieregering in Parijs uitgebroken. De Engelsen hadden al troepen naar het continent gestuurd. Na deze tegenslagen, werden de Girondijnen vanwege onbekwaamheid aangevallen door de Jacobijnen en beschuldigden |
![]() |
Op 31 mei trok een grote menigte op naar de Tuilerieën, waar de Conventie sedert enige tijd samenkwam. De Girondijnen hadden de edelste bedoelingen, maar het geluk was niet met hen. Zij hadden in hun enthousiasme het land in een oorlog gestort, die ze niet aankonden, onder andere niet, omdat ze de staatsfinanciën niet konden saneren. Terecht vreesden de Girondijnen de Jacobijnse aantrekkingskracht op de volksmassa. Te laat probeerden zij de Jacobijnen te arresteren. In het tumult van de vergadering beschuldigde Robespierre de Girondijnen van hoogverraad en te hebben samengezworen met Dumouriez. Negenentwintig van de leiders van de Girondijnen, onder wie Brissot en Vergniaud, werden in hechtenis genomen. Zij zouden op 31 oktober van dat jaar naar de guillotine worden geleid. Op hun weg naar het schavot zongen zij de Marseillaise, de hymne aan het vaderland en de vrijheid. Zij zongen nog toen zij het schavot hadden bestegen en één voor één naar de guillotine gingen. Het gezang werd steeds zwakker.Tenslotte hoorde men nog slechts één stem, krachtig en plechtig - die van Vergniaud.
Links: Pierre Vergniaud |
Ook Madame Roland, "de ziel"der Girondijnen, moest het schavot bestijgen.
In juni 1793 werd d e absolute volksheerschappij afgekondigd. Dit was mede een reactie op het feit dat Frankrijk van alle kanten leek te worden aangevallen door Engeland, Oostenrijk en Pruisen. Alle binnenlandse tegenstand werd genadeloos onderdrukt. Rechts: Labille-Roland |
![]() |
![]() |
Op een julidag reisde Charlotte Corday per diligence van Caen naar Parijs om daar een kamer te huren in een klein hotel. Op zaterdag 13 juli ging ze vroeg in de morgen naar het Paleis Royal en kocht daar in een van de winkels een groot keukenmes. Daarom reed ze in een huurrijtuig naar de woning van burger Marat. Ze werd weggestuurd, maar kwam 's avonds terug en werd toen binnengelaten. Marat, die leed aan een huidziekte, welke hij behandelde met langdurige baden, ontving haar liggend in zijn speciaal geconstrueerde badkuip. Zij begon een levendig gesprek. Plotseling haalde ze het mes te voorschijn en bracht hem een steek toe. Een paar minuten later stierf Marat. Charlotte deed geen enkele poging om te ontkomen. |
Jean Paul Marat (1743-1795) was één van de bekendste revolutionairen. Toch was hij geen typische sansculotte. Hij had medicijnen gestudeerd en veel gereisd. In Engeland had hij in goede kringen verkeerd en een leidende universiteit had hem een eretitel toegekend Terug in Frankrijk was hij benoemd tot officier van gezondheid bij de lijfgarde van de hertog van Orléans en bezat een grote en bloeiende praktijk onder diens vrienden. In 1789 stortte hij zich geheel op de journalistiek en begon met de uitgave van L'Ami du Peuple (De Vriend van het Volk).
|
![]() |
![]() |
Marat was de ergste ophitser. In zijn krant L'Ami du Peuple, had hij een reputatie opgebouwd van de ware kampioen van het volk. Marat was geen politicus, hij was eenvoudig tegen ieder die gezag uitoefende en maakte geen onderscheid tussen ministers, aristocraten, royalisten, Girondijnen of de bestuurslichamen. Toch was hij een diep teleurgesteld man Hij smeekte om erkenning als wetenschapsman en denker, maar zijn dwaze en dikwijls belachelijke theorieën werden uitgelachei1 door gevestigd geleerden De Franse academie van wetenschappen weigerde hem als lid op te nemen. |
Zijn speculaties op het gebied van de wijsbegeerte verwekten een vernietigend oordeel van niemand minder dan Voltaire Frustratie en verbittering begonnen zijn geest te vertroebelen. Hij geloofde aan een samenzwering van geleerden tegen hem. Hij begon aan vreemde ziekten te lijden, blind makende hoofdpijn en kreupelheid verwekkende beenkrampen waar de medische wetenschap geen verklaring voor kon vinden. De revolutie gaf hem een kans zich te wreken op de mensen en de wereld. Zijn aanvallen op autoriteiten werden onduldbaar fel en gemeen. Dikwijls moest hij zich verbergen om arrestatie te ontlopen. Wekenlang bracht hij door in de riolen en duistere hoeken van Parijs.
Altijd al een onooglijk, lelijk mannetje, kwam hij als een soort nachtmerrie-fantoom uit zijn schuilhoeken te voorschijn Zijn gelige huid was bedekt met vuile zweren, die hij zijn leven lang niet kwijt zou raken Niet minder afschrikwekkend dan het zenuwtrekken van zijn armen en zijn sluik haar dat tot in zijn ogen hing. waren de vette vodden waarin hij gekleed was Zelfs zijn vrienden hielden zich op een afstand. En toch was zijn sinistere invloed enorm Hij scheen de kern van alle verwarringen in de stad, de haat en oorzaak van alle relletjes. Zijn naam werd genoemd bij de vreselijke dingen die volgden op het vertrek van Dantons vrijwilligers. Zijn blad L'Ami du Peuple bevatte een onafzienbare reeks zogenaamde ontmaskeringen en beschuldigingen aan het adres van allen die op dat moment aan het bewind waren gekoppeld aan de roep om een krachtige dictatuur 'in naam van het Volk.' In september 1792 werd hij lid van het Comité van Waakzaamheid en droeg in die hoedanigheid een grote verantwoordelijkheid voor de slachtpartijen in de Parijse gevangenissen in die dagen. Hij schaarde zich bij de Jacobijnen en was in een bitter gevecht gewikkeld met de door de Conventie die door Girondijnen werd gedomineerd. De Conventie voerde zelfs op het moment van zijn dood een proces tegen hem waarbij alle leden een uitspraak over hem hebben gedaan, die kon variëren van een goed patriot tot 'koning der Hunnen'. Het bad dat hij dagelijks moest nemen vanwege een ernstige huidziekte werd de perfecte gelegenheid voor Charlotte Corday om hem op 13 juli uit de weg te ruimen. Natuurlijk wordt zij terstond gegrepen en enkele dagen later terechtgesteld. Voor de schilder van de heroïek van de revolutie - David - was de dood van Marat de aanleiding voor een van zijn beste schilderijen. |
Zij bleef stoïcijns en legde tegenover de rechtbank die haar veroordeelde, uit dat zij gemerkt had dat Frankrijk op de rand van burgeroorlog verkeerde en dat Marat daaraan voor een groot deel schuldig was. Dat had haar doen besluiten om haar leven op te offeren pour la Patrie. Alle onderzoekingen ten spijt verricht door een revolutionair comité bleef de daad van Charlotte Corday uniek en waren er geen complotteurs te ontdekken, zoals Charlotte ook zelf al had duidelijk gemaakt. Het vonnis luidde de guillotine. Op 17 juli werd dit vonnis dan ook voltrokken. Rechts: arrestatie van Charlotte Corday |
![]() |
Robespierre had besloten dat alle krachten van het land geconcentreerd moesten worden op het verslaan van de buitenlandse vijand, het opheffen van de zware druk die de legers van de geallieerden uitoefenden op Frankrijk en de doorbreking van van de omsluiting van het land door vreemde legers, van Het Kanaal tot de Pyreneeën. Robespierre gaf Carnot het bevel hiervoor te zorgen. Hij liet geen tijd voorbij gaan. Kort nadat hij aan het hoofd van de Franse krijgsmacht was gesteld, proclameerde de Franse revolutionaire regering, de "levée en masse" (augustus 1793): de totale mobilisatie van de bevolking, allereerst van alle ongehuwden tussen de 18 en 25 jaar. Bovendien liet de regering beslag leggen op voedselvoorraden, rijpaarden, vee, textiel, enz. Daardoor kreeg de oorlog een heel ander aanzien. Later zou Napoleon veelvuldig een beroep doen op de moed, de vaderlandsliefde en de edelmoedigheid van het Franse volk. Frankrijk zou één groot kamp worden en Parijs het arsenaal. De strijdkreet van de vijand "vrijheid en royalisme" zou worden beantwoord met "oorlog en republiek. Frankrijk, riep Robespierre uit, streed tegen koningen, aristocraten en tirannen". Die strijd zou tot een zegevierend einde worden gestreden.
Carnot was een geniaal organisator. Zijn inspanning werd bekroond met een aantal schitterend successen. In september 1793 versloegen de legers van de republiek de Engelsen bij Hondschooten en dwongen hen de belegering van Duinkerken op te geven. In oktober overwonnen ze de Oostenrijkers bij Wattignies. |
![]() |
Intussen ging het aan het thuisfront echter minder voorpsoedig. Grote delen van het land verkeerden in openlijk verzet tegen de dictatoriale regering in Parijs. Men wilde het lot in eigen hand nemen. In maart 1793 waren de boeren in de Vendée, de landstreek ten zuiden van de monding van de Loire, in opstand gekomen. Het oproer in de Vendée was al ernstig genoeg, maar daarbij bleef het niet.
Links: Engels landing in Toulon |
Toen de leiders van de Girondijnen op 2 juni in hechtenis waren genomen, verspreidden de overige leden van de partij zich over het hele land, waar ze het volk ophitsten tegen het Jacobijnse bewind. In de voorzomer zag het er naar uit dat de oproerlingen de overhand zouden krijgen. Het verst ging men in Toulon, de basis van de Franse vloot in de Middellandse Zee, waar in augustus de poorten werden geopend voor de buitenlandse vijand, voor de Engelsen.
Gemaakt: 05-04-04; laatst gewijzigd: 07-04-04 |