9104

Louis XVll (1785 - 1795)

De Franse Revolutie

De Dauphin, Louis-Charles (Louis XVll), de 8-jarige zoon van Louis XVl en Marie Antoinette wist dat zijn ouders waren onthoofd. Niemand troostte hem. Om hem aan de invloed van (de restanten van) zijn familie te onttrekken en uit vrees dat de monarchisten hem zouden gebruiken om de macht te heroveren, werd 'Louis-Charles Capet' in de Temple onder de hoede geplaatst van het Parijse gemeenteraadslid Antoine Simon. Deze ruwe schoenlapper gaf samen met zijn vrouw het 'wolfsjong' een 'revolutionaire' opvoeding, die vooral bestond uit het leren van vloeken en republikeinse liederen. Al bij al was de behandeling niet al te slecht. Maar begin 1794 nam Simon ontslag en vanaf dat moment was het lot van het kind niet zo duidelijk. Na de val van Robespierre op 9 Thermidor (27 juli 1794) werd hij opnieuw beter behandeld. De nieuwe machthebbers hielden ernstig rekening met het herstel van de monarchie of zijn van plan de jonge gevangene te gebruiken als inzet voor vredesonderhandelingen. Maar de jongen werd door tuberculose gegrepen en overleed uiteindelijk op 8 juni 1795 in de Temple. Een arts verrichte autopsie en nam stiekem het hart van de ongekroonde koning mee. Het hart maakte eindeloze omzwervingen, werd gestolen, teruggehaald, verloren en weer gevonden. Tot het in 1975 in een Oostenrijks kasteel werd herontdekt. 

Rechts: Louis XVll

Twee dagen later werd hij begraven op het naburige kerkhof Sainte-Marguerite. Zijn zuster zou enkele maanden later als enige overlevende gevangene de Temple mogen verlaten. Zij werd later als hertogin d’Angouleme een invloedrijke factor tijdens het bewind van haar beide ooms Louis XVIII en Charles X. Nog tijdens zijn leven waren er geruchten dat het koningskind zou met hulp van monarchisten zijn ontsnapt en in veiligheid zou zijn gebracht om, als de Franse Revolutie was uitgeraasd, de Franse troon op te eisen. Na zijn dood namen de speculaties hierover toe. Steeds opnieuw werd beweerd dat hij tijdens zijn gevangenschap - ofwel door royalistische samenzweerders ofwel door republikeinse leiders - verwisseld werd met een ander kind. De eerste stelling werd heel populair door de in 1800 verschenen roman Le cimétière de la Madeleine van Jean-Joseph Regnault-Warin (1771-1844), die een enorm succes kende. Het boek had latere speculaties en 'getuigenissen' merkbaar beïnvloed. Een andere theorie is dat de dubbelganger er moest komen omdat Lodewijk XVII al veel eerder in de Temple gestorven was. Het voornaamste bezwaar tegen dit ontsnappingsverhaal is dat niemand ooit verklaard heeft betrokken te zijn geweest bij een ontvoering of verwisseling, of er getuige van is geweest. Bij zijn overlijden is het kind door getuigen trouwens uitdrukkelijk herkend. Ook uit de lijkschouwing blijkt niets dat daarmee in tegenspraak zou kunnen zijn. Artsen en oud-bewakers hebben dit alles later bevestigd, soms tientallen jaren nadien, toen ze geen enkele reden (meer) hadden om iets te verbergen. Alleen de weduwe van Simon heeft later beweerd dat Lodewijk XVII ontsnapt en door iemand anders was vervangen, dat hij nog in leven was - ja zelfs dat hij haar was komen opzoeken. Geloofwaardig is haar verhaal niet. De details van de ontsnapping kende ze alleen maar van horen zeggen en komen rechtstreeks uit de roman van Regnault-Warin. Aan de andere kant is er grote onzekerheid met betrekking tot de stoffelijke resten van de Dauphin. Toen de broer van Lodewijk XVI in 1814 als koning Lodewijk XVIII naar Frankrijk terugkeerde, liet hij de stoffelijke resten van zijn onthoofde broer opgraven om ze een plechtige herbegrafenis te geven, maar deed dat niet met zijn neefje dat in de Temple was gestorven. Pas in 1816 werd een onderzoek naar het graf ingesteld. Een geplande opgraving ging op het laatste ogenblik niet door. Dat zou erop kunnen duiden dat de echte Lodewijk XVII daar niet begraven was. De werkelijke reden hiervan was echter dat er twijfel was over de plaats van het graf. In totaal werden liefst vijf verschillende plaatsen aangewezen, waarvan één op een ander kerkhof. Lodewijk XVIII verkoos blijkbaar niet het risico te lopen van een stoffelijk overschot op te graven waarover twijfel zou kunnen bestaan. Zijn meest waarschijnlijke rustplaats, een massagraf, is nooit doorzocht en is intussen geruimd.

Spoedig gonsde het in Europa van de geruchten. Het aantal personen van wie ooit werd beweerd dat ze Lodewijk XVII zijn geweest is niet precies vast te leggen. Er zijn 43 namen bekend. Ze variëren van een Pruisische veldmaarschalk in Russische dienst en een travestiet in Versailles tot een dominee in de VS. Er zijn dauphins gesignaleerd op de Azoren en op de Seychellen. Verscheidene onder hen beweerden dat de paus een 'teken van de Heilige Geest' op hun bil hadden laten branden en zeker één heeft publiekelijk zijn broek laten zakken om dit bewijsstuk te laten zien. Sommigen waren pretendenten tegen wil en dank, zoals een geleerde monnik die opmerkelijk goed op de hoogte was. En iemand heeft ooit getuigd hoe hij als kind gedwongen werd tot de rol van opgedoken dauphin te spelen.

In 1999 werd een einde gemaakt aan de twijfel toen DNA-onderzoek uitwees dat het hart van Lodewijk XVll overeenkwam met een haarlok van zijn moeder, Marie-Antoinette. Hoewel, absolute zekerheid durfden de wetenschappers niet te geven. Op 8 juni 2004 werd het gemummificeerde hart van Lodewijk XVll bijgezet in de Parijse kathedraal van Saint-Denis.

Gemaakt: 03-04-04