9107 |
Frankrijk (november 1793 - juli 1794) |
![]() Het Terreurbewind van Robespierre, november 1793 - 28 juli 1794In dit tijdvak van negen maanden probeerden de Jacobijnen een regeringssysteem op te zetten, dat voldeed aan de meer absolutistische aanspraken uit Rousseau's Contrat social. In de machtsstrijd die onderling gevoerd werd, wist Robespierre, de belangrijkste radicale leider en een van de eerste leden van de Club des Jacobins (Jacobijnenclub), achtereenvolgens Hébert en Danton uit te schakelen en af te laten voeren naar de guillotine. Niet alleen zij zelf werden terechtgesteld maar ook hun aanhangers. Het schrikbewind van Robespierre zou in één jaar tijd 251 slachtoffers eisen. |
Rechts: In Parijs, op de tegenwoordige Place de la Concorde, werkte de valbijl aan een stuk door. In de departementen gebruikten de revolutionaire beulen vaak wredere methoden. |
![]() |
![]() |
Samen met zijn vrienden Couthon en Saint-Just oefende Robespierre een dictatuur uit in de lente en vroege zomer van 1794, waarin hij een sociale revolutie op gang probeerde te brengen met de wetten van Ventôse en Prairial, waarin de eigendommen van 'vijanden van het volk' werden geconflicteerd en slechts een akte van beschuldiging nodig was om iemand te veroordelen, waren de belangrijkste instrumenten om zijn dictatuur vorm te geven. Deugd en terreur gingen bij Robespierre hand in hand. De cultus van de Rede verving hij als deïst door "de eredienst van het Opperwezen". Robespierre ontleende zijn ideeën aan Rousseau, waarbij hij zichzelf als ‘Wetgever' zag als de belichaming van de ‘Algemene Wil' of ‘Volonté Générale'. Rechtlijnig, meedogenloos en onontkoombaar gebruikte Robespierre de steun van Parijs om het Comité du Salut Public (Comité voor Algemeen Welzijn) zijn wil op te leggen. In mei 1794 werd het Christendom afgeschaft. Er kwam een nieuwe kalenderindeling met nieuwe namen voor de dagen en de maanden. Links: Robespierre (1758-1794) |
In de strijd tegen de vijandelijke legers werden opnieuw successen geboekt. In december 1793 werden zij in oosten teruggedreven. De opstanden, zoals die in de Vendéé werden met harde hand de kop in gedrukt (herfst 1793) en op 18 december dwongen de Franse legers de Engelsen Toulon te ontruimen. Toulon was voor het Jacobijnenregime niet alleen een succes naar buiten, maar ook een overwinning voor het thuisfront. Hiermee bereikte de burgeroorlog zijn climax. Vreselijke bloedbaden werden er aangericht. De hele winter raasde de terreur door het land.
|
In Nantes werden 200 veroordeelden aan elkaar gebonden en verdronken. In Lyon werden honderden tegenstanders met kanon-en geweervuur afgemaakt. |
Het gemiddelde aantal gevangenen in de Parijse gevangenissen moet in de herfst van 1793 en de lente van 1794 achtduizend zijn geweest. Voor het hele land was dit cijfer tien keer zo groot. Het Tribunal Révolutionaire deed wat het kon om de gevangenissen wat leger te maken. Alleen al in Parijs werden zo'n 2600 tot 3000 mensen onthoofd. Ook in andere steden, bijvoorbeeld in Nantes, sloeg de terreur om zich heen. Voor het platteland wordt het aantal slachtoffers op enkele tienduizenden geschat. Dat was "het Schrikbewind" - zoals het Jacobijnse regime werd genoemd, dat in Frankrijk sinds juli 1793 ongeveer een jaar lang heeft bestaan. Robespierre was de leider. Hij zag het als noodzakelijk dat de binnenlandse vijanden moesten worden neergeslagen om het land, de revolutie en de vrijheid te redden. Als vijanden golden niet meer alleen de openlijke tegenstanders, maar ook en in de eerste plaats de zwakke, onverschillige en kleinmoedige leden van de revoulutiepartij, allen, die niet ten volle de ernst van de eisen van de revolutie beseften. De cliëntele van het schavot wijzigde zich.Het waren niet meer alleen de aristocraten, die het bestegen, maar ook hoe langer hoe meer de representanten van de lagere volksklassen. |
Op 30 maart 1794 werd Danton in zijn woning gearresteerd en met hem zijn naaste medewerkers, onder wie Camille Desmoulins. Ondanks zijn vurige verdediging tijdens de tegen hem ingebrachte aanklachten, werd hij ter dood veroordeeld en op 5 april geëxecuteerd. Ook de rooms-katholieke kerk moet het op allerlei manieren ontgelden. Het aanmoedigen van de niet-christelijke cultus van het Opperwezen of het Fête de la Liberté et de la Raison, het invoeren van wetten die voorzagen in een radicale verdeling van geconfisceerde eigendommen en het besluit om ook de laatste waarborgen te laten vallen tegen valse beschuldigingen van 'verraad', leidden er toe dat de overgebleven leden van de Conventie hun moed bij elkaar raapten en Robespierre en zijn aanhangers ten val brachten. Na zijn arrestatie probeerde hij met een zelfmoordpoging het lot te ontlopen dat zo velen had moeten ondergaan: de guillotine. Het mocht niet baten en zijn executie volgde op de 10e Thermidor (28 juli) van 1794. Met de dood van Robespierre kwam er een einde aan de macht van de Jacobijnen. Op 12 november 1794 moest de Parijse Jacobijnenclub zijn poorten sluiten.
Rechts: Danton op weg naar het schavot. |
![]() |
Gemaakt: 05-04-04 |