9108 |
Maximilien Robespierre (1758 - 1794) |
![]() De naam Maximilien Derobespierre, die zich later Robespierre noemde, is verbonden met de Terreur, toen de guillotine dagelijks vijftig hoofden verwerkte en soms zelfs meer dan honderd. Mocht de procedure die het Tribunal Révolutionnaire aanvankelijk volgde misschien nog de naam "rechtsgang" dragen, zestig tot zeventig procent van de voorgeleide verdachten werden veroordeeld en terechtgesteld.
|
![]() |
Begin juni 1794, kort voor hij zelf werd onthoofd, liet Maximilien, voorzitter van de Volksvergadering, de procedure herleiden tot een vorm die niet eens meer de naam "standrecht" zou mogen heten.Getuigen en pleidooien werden afgeschaft. Het enige wat het tribunaal nog te doenstond was de identiteit van de verdachte vast te stellen. Het heette dat de rijken die zich goede advocaten konden veroorloven, in een normaal proces bevoordeeld werden. Maar de kritiek bij de behandeling van het decreet deed Robespierre af met:: "In de Conventie kunnen maar twee partijen bestaan, de goeden en de slechten, de patriotten en de contrarevolutionairen.
Maximilien en zijn wettige medestanders (Couthon en Saint-Just) zaten ingeklemd tussen twee fracties in het revolutionaire kamp: de gematigden en de extremisten. Danton werd als vertegenwoordiger van de eerste, Hébert als exponent van de tweede fractie, via het schavot afgevoerd. Tegelijkertijd had Frankrijk twaalf legers op de been die overal in een oorlog verwikkeld waren. De oorlog moest dienen ter verdediging van het experiment, waarvoor de vorstelijke leiders vreesden. Maar in Parijs werd ongegeneerd gezegd dat hij er ook voor diende om de lege staatskas te vullen. Leuven en Luik moesten tientallen miljoenen florijnen aan schatting afdragen. Het leger met zijn kader van vóór de revolutie, vormde zelf een probleem. |
![]() |
![]() |
Maximilien Derobespierre was 31 toen de Revolutie begon. Aan zijn Oeuvres, die tien boekdelen beslaan, is de krankzinnige stroomversnelling af te lezen waarin mensen als hij (en Danton bijvoorbeeld, die een jaar jonger was) terecht kwamen. Redevoeringen werden vaak 's nachts geschreven en overdag uitgesproken. Behalve deze publieke kant is van Robespierre nauwelijks iets persoonlijks bekend. Hij was een rechtzinnig man, die het volk met hart en ziel was toegedaan en hij streefde naar de dictatuur. Op het laatst was hij hoofd van politie en bestierde hij een net van spionnen en tekende op basis van verdachtmakingen persoonlij een eindeloze reeks doodvonnissen. Een half jaar voor zijn dood schreef hij Sur les principes de morale politique. Een tekst van bevlogenheid, met recht zijn Bergrede genoemd.
Maximilien werd op 6 mei 1758 in Arras, in Noord-Frankrijk geboren in een milieu van kleine bourgeoisie. Zijn moeder stierf toen hij zes jaar was. Vader Derobespierre leidde als advocaat een chaotisch leven en verdween al voor de dood van zijn vrouw. Het laatste wat men van hem vernam is dat hij in München, waar hij een Frans schooltje had, overleed in 1777. Maximilien was op dat moment 21 jaar en kostschoolganger in het beroemde instituut Louis-le-Grand in Parijs. Hij studeerde met een beurs van het bisdom en leidde een karig bestaan. Toen zijn beschermheer in Parijs was, klaagde hij dat hij geen geld had om fatsoenlijke kleren aan te schaffen en bij hem zijn afwachting te maken. |
![]() |
Op zijn 23-ste jaar, toen hij advocaat was geworden, spoedde hij zich naar zijn geboortestad, waar hij lid werd van de Balie en later rechter van de bisschoppelijke rechtbank. Hij mocht graag "kleine luiden" verdedigen tegen wereldlijke en geestelijke heren. Hij publiceerde wat en deed zonder succes mee aan enkele van de ontelbare wedstrijden in het schrijven van een essay. Hij kon slecht vrienden maken, en maakte zich bij zijn collega's zeker niet populair doorzijn pleidooien al in druk te laten verschijnen, nog voor de rechter uitspraak had gedaan. Links: Robespierre op jonge leeftijd |
Hij woonde bij zijn zuster Charlotte in en in Parijs bij de meubelmaker Duplay, diens vrouw en aardige dochters. In beide huizen was hij een vaderlijke, wat van het aardse onthechte, huisvriend. Hij kleedde zich zorgvuldig, maar ook zeer ouderwets, op de manier van vóór de revolutie. Zijn pogingen om een sociaal leven op te bouwen hadden weinig succes. Met vrouwen was hij zeer onhandig, en heeft volgens een getuigenis in zijn leven maar één vriendin gehad.
Op 5 mei 1789 was Robespierre één van de 1200 mannen die in Versailles de vergadering van de Staten Generaal bijwoonde. Met enig manoeuvreren en veel vasthoudendheid slaagde hij er in zich in de laatset rondes te laten verkiezen. Dan begint zijn politieke loopbaan. |
![]() |
Als de Staten vervangen moeten worden door een Wetgevende Vergadering suggereert Robespierre om de 1200 Statenleden niet verkiesbaar te stellen. Bij die ene toespraak kan hij als een held gehuldigd worden. De volgende dag werd hem het spreken onmogelijk gemaakt. Hulpeloos en stootterend ging hij af en begaf zich naar zijn achterban, de Club des Jacobins, waar hij zijn tekst met verve verdedigde. Robespierre was in zijn politieke loopbaan een eenzame, onaangepaste man, die zijn politieke denkbeelden wilde verwzenlijken niet door het sluiten van bondgenootschappen, maar door het uitschakelen van zijn politieke vijadenden. De jounalist Marat schreef in "l 'Ami du Peuple" van 3 mei 1792, nadat hij bij Maximilien op bezoek was geweets: "Dit bezoek bevestigde de mening die ik altijd over hem had, dat hij in zich verenigde de verlichting van een wijs senator, de integriteit van een mens die werkelijk het goede wil en de ijver van een waar patriot; maar dat het in hem tegelijkertijd ontbrak aan de visie en de lef van een staatsman."
Dat ongrijpbare van Robespierre, "de onkreukbare", die in zijn laatste jaren een Terreur-moordenaar werd, maakte dat men tijdens zjn leven al in uiterlijk gedrag naar diverse details zocht. Altijd getooid met een donkere bril om zijn ware gevoelens te verbergen. Nooit keek hij iemand in de ogen. In de roddelgeschriften die kort na zijn dood, nog voor 1800, verschenen ging het hard toe: "Monster", "Gesel Gods" en "organisator van orgiën met dames van lichte zeden". Hoe men hem haatte valt af te lezen aan het gerucht dat zijn moorden hem in staat stelden om een looierij van menselijke huiden te houden om zijn sansculotten van schoenen te voorzien.
|
![]() |
De aanhoudende terreur zorgde uiteindelijk ook voor de val Robespierre zelf. Op een dag, toen Robespierre weer vage verdachtmakingen deed, eiste het overgrote deel van de Nationale Conventie namen van de zogenaamde verdachten. Ze hadden zijn verdeel en heers tactiek door. Robespierre stond met zijn bek vol tanden en probeerde uit de vergadering te vluchten. Onder leiding van Barras werd hij, na een dramatische vluchtpoging waarbij hij zichzelf het leven had proberen te nemen (hij schoot zijn kaak eraf), gearresteerd (17 juli 1794)
|
Uiteindelijk werd hij na een kort proces terechtgesteld en net als velen voor hem op de door hem zo graag gebruikte Guillotine gelegd (28 juli 1794). Het hoogtepunt van de Franse Revolutie was hiermee voorbij. Het volk dat hem lange tijd zeer was toegedaan, kwam niet in opstand. Gemaakt: 04-04-04 |
![]() |