9101

Frankrijk (mei - juni 1789)

Frankrijk (1774- april 1789)

Voor de Franse Revolutie bestond uit Europa uit een aantal nationale staten; geen van deze staten streefde toen naar een overheersing van alle andere. Er bestond een soort machtsevenwicht. Dynastieke belangen speelden een veel kleinere rol dan in de voorafgaande eeuwen.
De 18e eeuw kende veel oorlogen, maar die oorlogen werden met beperkte middelen uitgevochten, ook al omdat alle grote mogendheden met financiële moeilijkheden kampten. De belastingheffing was namelijk overal zeer gebrekkig mede doordat daarbij de privileges van sommige groepen moesten worden ontzien. Zo betekende het ingrijpen van Frankrijk in de Amerikaanse Vrijheidsoorlog (1774-1783) het bakroet van de Franse staat. Pogingen om het belastingsysteem te hervormen liepen uit op de bijeenroeping van de Staten Generaal, waarmee de Franse Revolutie zou beginnen.

In 1787 bleek dat het regeringssysteem dat een eeuw eerder door Lodewijk XIV ontwikkeld was, niet langer meer in staat te zijn het land op een efficiënte manier te besturen. De lange oorlogen hadden geleid tot een opeenstapeling van schulden. Het politieke gezag werd uitgeoefend door een kleine groep van geprivilegeerde edelen. De boerenstand was sterk verarmd door ouderwetse methoden, het voortbestaan van feodale gewoonten in het beheer van het land en een ongecontroleerde inflatie. Pogingen van de kant van de ministers Calonne en Necker om het systeem te hervormen ontmoetten heftig verzet van de kant van de adel. Zij spoorden Lodewijk XVI  er toe aan om de Staten Generaal bijeen te roepen in de veronderstelling dat de edellieden in staat zouden zijn om de vergadering naar hun hand te zetten en zo hun voorrechten veilig te stellen. Maar velen van de vertegenwoordigers van de Derde Stand waren op de hoogte van de ideeën van de 18e eeuwse politieke filosofen (vooral Montesquieu en Rousseau). Met het Amerikaanse voorbeeld in hun achterhoofd waren zij niet van plan om aan de adel enige rechten af te staan.

In 1788 was er een slechte oogst. Dat had tot gevolg dat de graanprijzen hoog waren. De voedselprijzen stegen, dat terwijl men toch de pacht moest blijven betalen aan de landeigenaar, de grondbelasting en vaak ook nog andere belastingen, afhankelijk van de streek waar men woonde. Rond 70 procent van het inkomen ging zo op aan belastingen. Daarbij kwam dat grote stukken land niet gebruikt werden, omdat de adel die voor de jacht gebruikten. In de steden was bevolking ook ontevreden. Fabrikanten wilden af van de strenge koninklijke voorschriften. Zij wilden geen regels voor werktijden en geen verbod om bepaalde machines te gebruiken. DE meer ontwikkelde burgers wilden meer zeggenschap, meer democratie. Onder invloed van de ideeën van de Verlichting wilden zij vrijheid van godsdienst en gelijke rechtspraak voor iedereen. Wie belastingen betaalde moest ook in staatszaken kunnen meebeslissen meenden zij. In 1788 was de staatsschuld zo hoog opgelopen dat er sprake was van een staasbankroet. Bezuinigingen waren onmogelijk en ook de belastingen konden niet nog eens worden verhoogd. 

De Revolutie in Versailles, 5 mei 1789

Louis XVl besloot ten einde raad voor het eerst in 175 jaar de de Staten Generaal (États-Généraux) bijeen te roepen (5 mei 1789). Doel van deze vergadering was het bespreken van de nieuwe belastingvoorstellen. Er was voorgesteld een grondbelasting in te voeren voor adel en geestelijkheid en een belasting op het inkomen voor alle mensen. Er waren 300 geestelijken, 300 leden van de adel en 600 burgers (geen boeren, wel kooplieden en advocaten). De stand punten waren duidelijk: De adel wilde geld van de Derde Stand. Verder was alles onbespreekbaar. Alleen de adel kon regeren. De geestelijkheid was verdeeld. Ongeveer 80 hogere geestelijken dachten als de adel. De overigen, de lagere geestelijken (dorpspastoors), dachten als de Derde Stand. De Derde Stand wilde gelijke rechten en plichten voor alle mensen. Zij wilden meebeslissen. Bovendien wilde de Derde Stand een stemming per hoofd (per persoon) in plaats van per stand. Vroeger was het zo dat elke stand één stem mocht uitbrengen. In totaal dus drie stemmen. En aangezien de koning altijd kon rekenen op de stemmen van de adel, kreeg hij altijd zijn zin.  

Op 5 mei was de eerste vergadering van elke stand apart. Op 13 juni sloten de lagere geestelijken zich aan bij de Derde Stand. Op 16 juni benoemde de Derde Stand (97 procent van de hele bevolking) zich tot "Nationale Vergadering".  Zij weigerden verder de verdeling in drie standen te erkennen.Op 17 juni greep Louis XVl in. Hij liet de vergadering op slot doen, waarop de Nationale Vergadering uitweek naar de Kaatsbaan in de buurt.

Links: vergadering van de Staten Generaal (1789)

De Eed van de Kaatsbaan, 20 juni 1789

In die vergadering beloofden men elkaar niet eerder uit elkaar te gaan voordat de nieuwe grondwet klaar was. Toen gaf de koning toe. De adel en de geestelijkheid moesten zich bij de Nationale Vergadering aansluiten. Voor de zekerheid haalde hij toch 18.000 soldaten naar Parijs en Versailles. De Vergadering werd besloten alle oude voorrechten van de adel en de geestelijkheid af te schaffen. De vergadering veranderde haar naam op 9 juli in Assemblée Constituante, dat wil zeggen de Grondwetgevende Vergadering.

Rechts: de eed van de Kaatsbaan

 

Jean-Sylvain Bailly beschrijft de gebeurtenissen als volgt:

«De gemoederen waren verhit; er waren er die tot de extreemste standpunten overhelden en die van mening waren dat de Vergadering haar zetel naar Parijs moest verplaatsen, en dat men onmiddellijk te voet en in zijn geheel moest vertrekken [nu kwam zij bijeen in Versailles]; alles zou verloren zijn geweest als men deze gewelddadige richting was ingeslagen. Misschien zou men een regiment cavalerie hebben opgesteld om de mars te beletten, maar men zou in elk geval met de koning hebben gebroken en dat zou de allergrootste gevolgen hebben gehad; zou men dit plan naar voren hebben gebracht, dan viel te vrezen dat men het in de opwinding van het ogenblik ook nog bij acclamatie en zonder voorafgaand beraad had aangenomen. Een ander lid kwam met het denkbeeld van de eed en direct verhief zich een algemeen gejuich van goedkeuring; en na een betrekkelijk korte beraadslaging nam de Vergadering het volgende zo eenvoudige maar toch stoutmoedige besluit:

De nationale vergadering, overwegend dat zij geroepen is om de grondwet van het koninkrijk vast te leggen, het herstel van de openbare orde te bewerkstelligen en de ware beginselen van de monarchie te handhaven, stelt vast dat niets haar kan beletten om haar beraadslagingen voort te zetten, waar zij ook gedwongen zou zijn zich te vestigen, en ten slotte dat overal waar haar leden vergaderd zijn, daar ook de nationale vergadering is. Besluit dat alle leden van de Vergadering onmiddellijk de plechtige eed zullen afleggen om nooit uiteen te gaan en zich overal waar de omstandigheden het zullen eisen bijeen te komen, totdat de grondwet van het koninkrijk op hechte grondslagen is gevestigd en bekrachtigd; en dat na de eedaflegging alle leden en ieder van hen afzonderlijk dit onwrikbare besluit zullen bevestigen door hun handtekening.'

Nadat dit besluit was genomen, verzocht ik in mijn kwaliteit van voorzitter de eed als eerste te mogen afleggen; de heren secretarissen vroegen hetzelfde. Toen wij deze plechtige eed hadden gezworen, legde de gehele Vergadering in mijn handen de eed af. De tekst ervan las ik met een zo luide en goed verstaanbare stem voor, dat mijn woorden door al het volk dat op straat stond, werden gehoord, en onmiddellijk daarop weerklonken, te midden van applaus, van de kant van de Vergadering en de menigte burgers die buiten stonden, de herhaalde en algemene kreten van ‘Leve de koning!' Zo had de Vergadering zich door haar vastberaden en dappere houding, ook toen zij de nodige voorzorgsmaatregelen tegen het ministerie nam en zich tegen het despotisme wapende, toch in hart en ziel met de koning verenigd en daarbij had zij zeker niet de bedoeling iets tegen zijn wettige gezag te ondernemen. Zij had er zelfs zorg voor gedragen om in haar verklaring op te nemen dat een van haar plichten was om de ware beginselen van de monarchie te handhaven, ten einde aan een ieder duidelijk te maken dat wat er ook aan vijandigs in haar maatregelen lag, dit alleen tegen het despotisme en niet tegen de monarchie was gericht.» Daarna gebeurde er van alles snel achter elkaar

Frankrijk (juli - september 1789)

laatst bijgewerkt: 04 -04 -04

colofon