8022

Frankrijk (1643 - 1715) - Lodewijk XlV

Frankrijk (1610-1643) - Lodewijk Xlll

Lodewijk XlV (1643 - 1715)

Lodewijk XIV, bijgenaamd de Zonnekoning werd reeds als kind, op 14 mei 1643, formeel koning van Frankrijk; in 1661 nam hij de macht over van zijn moeder Anna van Oostenrijk, die zolang regentes was geweest. Tot zijn dood zou hij 54 jaar lang een sterk persoonlijk stempel zetten op de Franse binnen- en buitenlandse politiek.

"Koningen moeten gehoorzaamd worden. Zij doen wat zij goedvinden." Dat schreef de Franse koning Lodewijk XlV in een schriftje toen hij nog een schooljongen was. Later probeerde hij zo'n koning te worden. Maar gemakkelijk was dat niet. De ministers en generaals waren bijna altijd edelen. Zij kregen geen salaris, want ze waren zelf rijk genoeg. Daardoor luisterden zij lang niet altijd naar wat de koning zei. Maar Lodewijk wilde gehoorzame ministers en generaals. Daarom benoemde hij gewone burgers in deze functies. Burgerministers gehoorzaamden de koning wel, want anders raakten ze hun goedbetaalde baantje kwijt. Zijn eerste minister kreeg als eerste taak ervoor te zorgen dat er meer geld in de schatkist kwam. Dat geld had Lodewijk XlV nodig om groot en sterk leger op de been te brengen en om als waardig koning te kunnen regeren. 

rechts: Lodewijk XlV

De Hollanders verdienden veel geld met de vrachtvaart. Zo moest het in Frankrijk ook, vond Lodewijks eerste minister. De Nederlandse schepen die in Franse havens kwamen, moesten voortaan extra belasting betalen. Franse schepen die naar de Nederlanden voeren, kregen een beloning. Verder moesten de Franse onderdanen flink meer belastingen gaan betalen. Zo vloeide er veel geld in de Franse schatkist. Van dat geld liet Lodewijk XlV in Versailles vlakbij Parijs een schitterende paleis bouwen. Iedereen moest kunnen zien dat hij een machtig koning was, een koning die als een stralende zon over zijn onderdanen regeerde (vandaar zijn bijnaam de Zonnekoning). Maar Lodewijk wilde niet alleen indruk maken met zijn paleis. Hij wilde ook beroemd worden als veldheer en van Frankrijk de machtigste staat van Europa maken. Samen met zijn ministers en generaals bedacht hij een plan om de Spaanse Nederlanden te veroveren. Om Lodewijk een halt toe te roepen, sloten de Republiek, Engeland en Zweden snel een verbond. Van Lodewijks veldtocht kwam niet veel terecht. Hij moest uiteindelijk genoegen nemen met een kleine gebiedsuitbreiding. Maar enkele jaren later beraamde hij een nieuw plan. Voor veel geld haalde hij de Engelse koning over om samen met hem de Republiek aan te vallen. Ook de bisschoppen van Münster en Keulen werden met veel geld overgehaald om mee te doen.

Lodewijk XlV was de vertegenwoordiger bij uitstek van het absolutisme. Zijn paleis te Versailles was er het zichtbare symbool van. De pracht van Versailles, de vele en grote feesten, werden door hem bewust gehanteerd als belangrijk element in zijn buitenlandse politiek. "Het volk houdt van vertoningen en praal. Op deze wijze manier behouden wij hun loyaliteit en toewijding, soms zelfs doeltreffender, dan door welverdiende beloningen en gunsten", schreef hij in zijn memoires. Deze opvatting vormt samen met zijn uitspraak " De staat, dat ben ik" ("L'état, c'est moi"), de kern van het absolutisme.  Dit absolutisme dateert uit de tijd van de Franse godsdienstoorlogen tussen allerlei kleine en grote adellijke machthebbers, waarbij van een koninklijk gezag totaal geen sprake meer was. De enige oplossing om Frankrijk voor de totale anarchie te behoeden leek toen een sterk koningsschap, dat aan alle kanten machten in de samenleving zijn wil kon opleggen. Hendrik lV en kardinaal Richelieu legden de grondslag voor dit absolute koningsschap. Lodewijk XlV werd de vervolmaker ervan. Het absolutisme vond spoedig navolging in heel Europa. De regeringsvorm die Lodewijk XlV in het leven riep had ook zijn zwakke plekken, die zijn ondergang zouden betekenen. Lodewijk XlV dwong iedereen in zijn land zich volledig aan zijn wil te onderwerpen. De adel werd de mond gesnoerd, de protestanten werden op straffe van verbanning, gedwongen zich weer te bekeren tot het katholicisme. De boeren moesten zich aan strenge voorschriften houden. Kunstenaars en geleerden werden in dienst gesteld van de staat. De gevolgen hiervan waren dat de handel en nijverheid door de zware belastingdruk en de nauwgezette voorschriften niet tot bloei kon komen en dat de adel steeds corrupter werd.

Om greep te krijgen op de diverse provincies en steden met hun verschillende wetten, benoemde Lodewijk intendanten, meestal burgers, die tot taak hadden ter plekke de belangen van de koning te behartigen. Nog belangrijker waren de legerhervormingen. Onder Lodewijk ontstond een groot, betrouwbaar en goed getraind leger, dat niet langer uit privé-legertjes van edelen was samengesteld, maar een eenheid vormde onder direct gezag van de koning. Voor dit alles, de bouw van het paleis in Versailles, het hofleven, het bestuur en het leger was veel geld nodig. 

Lodewijk XIV werd geboren op 5 september 1638 als zoon van Lodewijk XIII (1601-1643) en Anna van Oostenrijk (1601-1666). In mei 1643 overleed zijn vader en omdat Lodewijk toen nog niet in staat was om zijn vader op te volgen, nam zijn moeder Anna van Oostenrijk de taken waar. Zij riep hier de hulp van kardinaal Mazarin voor in, die op die manier officieel de minister-president van Frankrijk werd. Op 9 maart 1661 overleed Mazarin en een dag later nam Lodewijk de macht over en werd hij officieel koning van Frankrijk. Al aan het begin van zijn regeerperiode had hij zichzelf een belangrijke rol in Frankrijk en Europa toebedacht. Zo liet hij zich graag door hovelingen "Zonnekoning" noemen en vergeleek hij zichzelf met Romeinse keizers. Evenals de planeten in het heelal rondom de zon draaien, moest alles in Frankrijk om Lodewijk draaien. Om dit idee gestalte te geven liet de koning buiten Parijs een geheel nieuw paleis bouwen: Versailles. In dit paleis liet de koning de Franse adel onderbrengen en vermaken met muziek, dans en gokspelen. Aangezien de koning erg was gesteld op uiterlijk vertoon, verplichtte hij de adel om op deze hoffeesten naar zijn voorbeeld in dure kleding te verschijnen.

Koning Lodewijk XIV wilde alle macht in handen hebben. Hij en niemand anders bepaalde hoe het land geregeerd werd. Hij kreeg wel hulp van ministers en ambtenaren, maar Lodewijk was uiteindelijk de baas. Deze manier van regeren noemen we absolutisme. Lodewijk XIV was daarom een absoluut vorst. Bovendien dacht hij dat hij koning was, omdat God dat gewild had. God had hem het recht gegeven om te regeren over Frankrijk en de veroverde gebieden. Dat wordt ook wel het droit divin genoemd.

Lodewijk XIV had niet alleen veel invloed in Frankrijk, maar ook in de rest van Europa hield men goed in de gaten wat de Franse koning deed. Niet alleen op politiek gebied, maar ook wat betreft kunst, mode, muziek en architectuur. In Colbert had Lodewijk een minister die in staat was Frankrijk welvarender te maken, waardoor de belastingopbrengsten stegen. Colbert stimuleerde de export van allerlei artikelen en beperkte de import van buitenlandse producten. Hij liet wegen en kanalen aanleggen en stichtte naar voorbeeld van de Nederlanden en Engeland handelscompagnieën. 

Lodewijk zelf was meer geïnteresseerd in de buitenlandse politiek. Hij voerde tot meerdere glorie van Frankrijk en hemzelf een expansionistische politiek: de Rijn en de Alpen moesten de grenzen van Frankrijk worden. Dat betekende een directe bedreiging voor de Spaanse Nederlanden en daarmee voor de Republiek. Daardoor werd de Republiek eerst onder Johan de Witt, later onder koning-stadhouder Willem lll, de grote tegenstander van Lodewijks machtsstreven.

rechts: Colbert

Fronde-opstand (1648-1653)

In 1648 protesteerden de leden van de parlementen en andere belangrijke bestuursinstellingen tegen de fiscale lasten die hen de voorgaande jaren door kardinaal Mazarin en regentes Anna van Oostenrijk waren opgelegd en tegen de beknotting van hun bevoegdheden. Dit leidde in 1649 tot een opstand van enkele van Frankrijks meest vooraanstaande edelen tegen Mazarin en diens beleid. Er waren echter onderlinge twisten tussen de Frondeurs. Enkele belangrijke rebellerende Franse edelen liepen over naar het Spaanse kamp. Het militaire middelen kwam er in 1653 een eind aan de opstand. 

De gebeurtenissen zouden steeds in Lodewijks gedachten blijven, waardoor deze de macht van de edelen en de parlementen volledig zou fnuiken.

Na de Devolutieoorlog tussen Frankrijk en Spanje (1667 - 1668) verkreeg Frankrijk zeggenschap over het zuidelijk deel van Vlaanderen tussen Duinkerken en Rijsel (Verdrag van Aken, 2 mei 1668).

Lodewijk was een theocratisch monarch er koesterde de wens ooit nog eens verkozen te worden tot keizer van het Heilige Roomse Rijk. In zijn koninkrijk was er dus geen plaats voor ketters en andersdenkenden. In 1685 herriep hij het Edict van Nantes, waarin Hendrik lV in 1598 de hugenoten vrijheid van godsdienst had gegeven en maakte hij de katholieke kerk tot de enige geaccepteerde kerk van Frankrijk. Dit ontketende een ware heksenjacht op calvinisten en velen van hen vluchten naar meer tolerante landen. Zoals de Republiek der zeven verenigde Nederlanden en naar Zuid-Afrika.

In 1695 was koning Lodewijk geneigd om een eind te maken aan de Negenjarige Oorlog en op redelijke voorwaarden vrede te sluiten. Niet omdat hij een les had geleerd en zich voortaan binnen zijn eigen grenzen wilde houden. In tegendeel. De Franse koning had groter buit op het oog dan alleen maar wat steden aan zijn noord- en oostgrens. Maar nu moest hij zich dan ook eerst rust gunnen om de grote strijd met des te meer kracht te kunnen beginnen. Zo werd dan in 1697 in Rijswijk de vrede getekend, die spoedig bleek slechts een wapenstilstand te zijn.

  Frankrijk (1715-1774)

laatst bijgewerkt: 18-01-04

colofon