8024

Versailles

Versailles, het paleis van Lodewijk XIV, was oorspronkelijk een jachtslot, dat ten westen van Parijs lag. Na 1661 werd het in opdracht van Lodewijk XIV door de architect Louis Le Vau uitgebreid tot een paleis. Rond 1680 nam de architect Mansart de uitbreiding over en kreeg het kasteel zijn huidige vorm. In het middengedeelte van het paleis woonde de koninklijke familie en waren de staatsappartementen. Deze zogenaamde staatsappartementen werden gebruikt door Lodewijk XIV voor feestelijke ontvangsten van buitenlandse ambassadeurs en ’s avonds voor hoffeesten. Het ging er bij deze hoffeesten wild aan toe. De feesten duurden tot diep in de nacht en er werden honderden mensen uitgenodigd. Deze genodigden waren vooral mensen uit de adel, die van heinde en ver kwamen om de koning in het echt te zien. Omdat de feesten meestal pas vroeg in de ochtend waren afgelopen, waren er kamers gereserveerd voor de gasten. De meeste genodigden brachten hun leven ook door in en rond het paleis, want hoffeesten werden onder de heerschappij van Lodewijk XIV aan de lopende band georganiseerd. Het interieur van deze zalen was erg mooi. De muren waren met bladgoud versierd en de plafonds toonden schilderingen die de grootste militaire daden van de koning verbeeldden. Het zorgde er dan ook voor dat de gasten onder de indruk kwamen van de rijkdom van de koning, die aan zijn gasten wilde laten zien hoe rijk en machtig hij wel niet was.

De grootste ruimte van het paleis is de Spiegelzaal, waar de gasten van Lodewijk XIV altijd eerst moesten wachten, voordat ze bij de koning toegelaten werden. Verder werd de zaal gebruikt als balzaal bij de diverse feesten. Bovendien is de ruimte bekend van het verdrag dat er in 1919 gesloten werd om een einde te maken aan de Eerste Wereldoorlog: het Verdrag van Versailles. Als je er tegenwoordig rondloopt vallen de gouden kandelaars en de diverse wand- en muurschildering op, evenal de vele spiegels, waaraan de zaal zijn naam te danken heeft. De houten vloer zal vroeger een perfecte dansvloer zijn geweest voor de gasten!
Lodewijk XIV noemde zichzelf de Zonnekoning, omdat hij zichzelf als het middelpunt van de wereld zag. Er staan dan ook veel beelden van de Grieks-Romeinse zonnegod Apollo in het paleis, die deze naam van de Franse koning benadrukken. Naast Apollo zijn er nog verschillende andere Grieks-Romeinse goden in het paleis aanwezig, of verwerkt in muur- of plafondschilderingen of in de vorm van een beeld. Dat is op zich niet zo verwonderlijk, want Lodewijk XIV liet zich erg inspireren door de Grieks-Romeinse kunst.
De tuinen van Versailles zijn wereldberoemd geworden. Ze zijn in eerste instantie enorm groot en schitterend aangelegd. De tuinen zijn aangelegd door de tuinarchitect André Le Nôtre en waren typisch Frans. Dat betekent dat de natuur werd beteugeld in bloemperken met ingewikkeld patroon, strak geknipte hagen en kaarsrechte lanen. Het meest spectaculaire element vormden echter de fonteinen, die tot grote hoogten water spoten ter vermaak van de koning. Tegenwoordig spuiten ze nog maar een korte tijd op de eerste zondag van de maand. Het is namelijk erg duur om de fonteinen in werking te stellen, vanwege de enorme hoeveelheid water die het kost. In de tuinen was ook een orangerie, waar exotische planten werden gekweekt en een menagerie, waar exotische dieren werden gehouden. Tijdens de Franse Revolutie werd deze dierentuin echter afgebroken, zodat er tegenwoordig niets meer van valt terug te vinden.

Gemaakt: 15-01-04

colofon