9102

Frankrijk (juli - september 1789)

Frankrijk (mei - juni 1789) 

De onrust onder het volk van Parijs in de zomer van 1789 ontlaadde zich op 14 juli in een aanval op de Bastille (  Oogetuigenverslag van de gebeurtenissen in juli 1789 in Parijs, geschreven door een in oktober 1787 naar Parijs uitgeweken Hollandse patriot aan zijn eveneens gevluchte neef in Brussel), een dwangburcht (gebouwd in 1370), die sinds de 16de eeuw als gevangenis voor staatsgevaarlijke individuen in gebruik was. De Bastille werd gezien als hét symbool van het willekeurige absolutisme, hoewel er nooit meer dan een klein aantal gevangenen was geïnterneerd, die, vooral als zij van adel waren, het recht hadden zich van buitenaf van alle gewenste comfort te voorzien. In de Bastille hebben o.a. Voltaire en de legendarische Man met het ijzeren masker gezeten. De kleine bezetting, die deels vermoord werd, moest het gebouw prijsgeven aan de woedende volksmenigte. Op 15 juli werd bevel gegeven het gebouw te slopen. De inneming van de Bastille wordt als het begin van de Revolutie beschouwd en de 14de juli geldt thans als nationale feestdag van de Franse Republiek.

Boven: Bestorming van de Bastille (14 juli 1789)

Daarna werd het leger ontbonden en werd er een Nationale Garde gevormd. De eerste gevolgen waren, dat er over heel Frankrijk boerenopstanden uitbraken en dat veel edelen vluchtten naar het buitenland. Gevangenissen werden bestormd, kastelen in brand gestoken. Zelfs rijke burgers werden bang dat de arme bevolking hun huizen zouden vernielen en hun van al hun geld en bezittingen zou beroven. In Parijs werd daarom een burgerwacht ingesteld. Gemeentes gingen zichzelf besturen.

De onrust op het platteland, de bestorming van de Bastille en de Grande Peur bespoedigde de formulering van enkele fundamentele decreten, zoals de formele afschaffing van het feodalisme (4 augustus) en de Verklaring van de rechten van de Mens en Burger (26 augustus). 

In de Assemblée drong Mirabeau aan op aanvaarding van de belastingvoorstellen van Necker. Tegelijkertijd leidden de - als gevolg van de strenge winter van 1788-1789 nog verdere stijging van de graan- en dus de broodprijzen samen met de geruchten over een royalistische contra-revolutionaire samenzwering tot demonstraties in Parijs. Deze vonden haar hoogtepunt in de "Broodmars van de Vrouwen" naar Versailles op 5 oktober. Geëist werd dat de koning meeging naar Parijs om daar persoonlijk te zien hoe erg het was. De armen gingen zich nu ook met de Nationale Vergadering bemoeien De publieke tribunes zaten vol  Op 10 oktober werden alle goederen van de kerk, de kroon en alle emigranten onteigend. Het was voortaan van het volk. De grond die hierdoor vrij kwam werd verkocht aan de boeren. Ook werd er besloten dat de geestelijkheid en de adel nu voortaan belasting zouden moeten gaan betalen. 

Dat de koning de revolutie eigenlijk maar niets vond, werd ondertussen steeds duidelijker. ZIjn broer behoorde bij de eerste edelen die naar het buitenland waren gevlucht. Daar zocht hij steun tegen het revolutionaire Frankrijk. Het Parijse volk had Lodewijk en zijn gezin wel uit Versailles gehaald om hem de ellende van de hongerenden te laten zien, maar hij scheen er zich weinig van aan te trekken. Hij bleef wel in Parijs wonen.

Frankrijk (oktober 1789 - maart 1792)

laatst bijgewerkt: 04 -04-04

colofon