2534

Een ooggetuigenverslag van de gebeurtenissen in juli 1789 in Parijs

Frankrijk (juli- september1789)

Een ooggetuigenverslag, geschreven door een in oktober 1787 naar Parijs uitgeweken Hollandse patriot aan zijn eveneens gevluchte neef in Brussel

Parijs, juli 1789

Waarde neef Michiel

Begin juli 1789 wordt de situatie hier in Parijs chaotisch. Zoals ik het kan bekijken gaat de borrelende brij van oproer en revolutie een kookpunt bereiken. Elke dag opstootjes die in omvang toenemen. Ik zag een tierende volksmenigte uit de voorstad Saint-Antoine op de rechter oever naar het centrum trekken. 

 

Er worden winkels van bakkers en beenhouwers geplunderd. Ik heb huizen van rijke "uitbuiters van het volk" in brand zien steken. Politie en gardesoldaten grijpen hardhandig in, waarbij veel gewonden en zelfs doden bij zijn gevallen. Te vaak is boven kruitvat Parijs de avondhemel rood gekleurd. De nette burger vreest moord en doodslag. In het dure Marais en op de deftige Place Royal  waart de angst rond. Het hof en de regering in Versailles verkeren in paniek. elke leiding ontbreekt.

Rechts: Place Royal (sinds 1799 Place des Vosges geheten)

Het zit Frankrijk niet mee. Ons paradijs der "verlichte geesten" verduistert, waarde neef in Brussel. Het kampt met de zoveelste economische crisis en mede heeft de natuur tegengewerkt. Vorig jaar mislukten de oogsten door verwoestende hagelbuiten. Na een kletsnatte zomer volgde een barre winter met in Parijs temperaturen van twintig graden onder nul. 

 

De aanvoerwegen werden onbegaanbaar door ijs en sneeuw, de meeste korenmolens raakten buiten bedrijf, zodat naast groeiende werkloosheid tevens hongersnood toeslaat. Het brood verdween als volksvoedsel grotendeels uit de winkels en wat er nog ligt, blijkt voor een werkeloze arbeider niet te betalen. 

Versailles verschaft in plaats van richtlijnen alleen maar geruchten. Ik kan er geen touw aan vastknopen. In de na veel geharrewar eindelijk tot stand gekomen Nationale Vergadering, de zo vurig begeerde Volksvertegenwoordiging, vliegen adel, geestelijkheid en de derde stand elkaar doorlopend in de haren. Een beschamende vertoning! Door al dat gekijf, al die oeverloze debatten komt men nauwelijks tot besluiten, terwijl de Vergadering als het zwaard van Damocles bovendien een koninklijk bevel tot ontbinding boven het hoofd hangt, aan een paardenhaar nog wel. Als dat mocht gebeuren kan het Franse volk de vrijheid, gelijkheid en rechten van de mens beter maar vergeten.

Zondag 12 juli

Een uitbarsting van opgekropte volkswoede heeft van Parijs een heksenketel gemaakt. Het komt door het ontslag van directeur-generaal der financiën Jacques Necker. Hij wilde ingrijpende belastinghervormingen doorvoeren, stelde de verkwistingen van het hof aan de kaak en lag voortdurend overhoop met Versailles. Maar het uitgemergelde volk draagt hem op handen, noemt hem papa Necker, redder van Frankrijk. En nu horen we dat hij ontslagen is en met stille trom is vertrokken. Dat is olie op het vuur, neef Michiel. Ook blijkt de koning zijn regering veranderd te hebben. Tegen het volk gericht zeggen ze hier. IJzervreter De Broglie werd minister van oorlog, Foulon zal de opvolger van Necker worden. Foulon nota bene! De sluwe intrigerende geldwolf met politieke aspiraties, de parvenu die luidkeels verkondigde dat het volk maar gras moet vreten als er geen brood meer is. In Parijs haten ze de man. Ondertussen nam Versailles maatregelen om een mogelijk oproer in kiem te smoren. Rond de stad zijn regimenten huursoldaten samengetrokken. 

 

Op de heuvels van Montmartre staan kanonnen. Bij de Tuilerieën, op de Place Louis XV, hebben de Duits dragonders van prins Lambesc zich verzameld, op het Champ-de-Mars de Franse gardisten van stadscommandant Besenval, aangevuld met Zwitsers. Tegen de avond heb ik in Saint-Antoine de grasvreters van Foulon, opgezweept door volksmenners, de poort zien uitstromen. Mannen en vrouwen in lompen, honger in de ogen, grauwe gezichten, de benen pijnlijk opgezwollen door ondervoeding. Ik ben het lompenleger gevolgd, meegegaan met de "verdedigers van het vederland" zoals ze zich noemen. Schelden en schreeuwend, met een borstbeeld van papa Necker hoog boven de hoofden naar de binnenstad om er hun woede te koelen. In de buurt van de Tuilerieën botst de horde op de dragonders van Lambesc. Die mogen niet schieten, maar wel de sabel gebruiken. Ik hoor het gekerm van de gewonden, zie afgehakte ledematen, gekliefde koppen, ruik de stank van bloed, probeer de doden te tellen. Verbijsterd en ontzet ben ik weggehold.

 

Maandag 13 juli 1789

Niet de machthebbers in Versailles, maar de wraakgodinnen en de draak van het geweld regeren Parijs. Vannacht hielden ze hun intocht met Camille Desmoulins als hun profeet. De tengere advocaat en journalist is in Café de Foy op een tafel geklommen. Zijn ogen branden, ik hoor zijn overslaande stem door de ruimte snijden. "Te wapen! We laten ons niet naar de slachtbank leiden als lammeren die om genade blaten, waar geen genade is, maar alleen het scherpe geslepen mes. Te wapen, Parijs, want het uur is gekomen! Slechts een paar zinnen, waarde neef, maar ze ontsteken de lont, planten zich voort tot in de sloppen en stegen en bereiken het lompenleger dat gras moet vreten. De theaters zijn dicht vandaag. De winkeliers sluiten de zaak en spijkeren planken voor de ruiten. Het gist, kookt en kolkt in de mensenmassa's die de straat op gaan en zich door de demagogische redenaars verder laten ophitsen. Ze juichen de gore taal van een Hébert, het door een Marat uitgespuwd puur gif luider toe dan de ruig opstandige welsprekendheid van een Danton.

Rechts: Camille Desmoulins

Te wapen Parijs! En de zichzelf opzwepende menigte zoekt naar die wapens. Voor de soldaten van de revolutie zijn knotsen, voorhamers en bijlen niet voldoende. Ze willen pieken, sabels, geweren, kanonnen. Duizenden oproerige Parijzenaars versmelten met het lompenleger van Saint-Antoine, allerlei gepeupel en naar buit zoekende geboefte, uit de onderwereld, voegen zich er tussen. Ik volg de joelende horden de stad door. Ze plunderen de werkplaatsen van de wapensmeden, voeren uit de Koninklijke Magazijnen in triomf twee met zilver beslagen antieke kanonnen mee en verzamelen zich in drommen voor het stadhuis. Ik raak er middenin bekneld. Ze zwaaien met veroverde pieken, stinken naar zure wijn en zweet, schreeuwen naar opperschout Flesselles op het balkon en eisen dat hij het volk wapens geeft. Door al dat hysterische getier en lawaai versta ik niet wat hij te zeggen heeft. Ik pak mijn biezen en heb later gehoord dat er driehonderdzestig geweren uit het stadhuis te voorschijn kwamen: dermate verouderd en verroest dat geen mens ze kan gebruiken. 

Ik gun me een paar uurtjes slaap, waarde neef, en ben daarna Parijs weer ingegaan. Bij het naderen van de nacht een gevaarlijk grommend dier, gereed om de klauwen uit te slaan als De Broglie de stad zou willen bezetten of de Nationale Vergadering wordt ontbonden. 

In Saint-Antoine vloeit de drank even rijkelijk als het gerucht dat in de kelders van het Hôtel des Invalides, pompeus onderkomen voor oorlogsgewonden, 28.000 geweren en dertig kanonnen zouden zijn opgeslagen. En let op, ik hoor dan ook het woord Bastille fluisteren. Als staatsgevangenis een gehaat bolwerk van tirannie, despotische macht en willekeur, dat als het ware smeekt om met 28.000 geweren en dertig kanonnen, met voorhamers en houwelen met de grond gelijk te worden gemaakt. In naam van het volk.

Rechts: Hôtel de Invalides

Dinsdag 14 juli 1789

5.30 uur

Door het raam van mijn zolderkamer in de rue Notre Dame, waarde neef, zie ik de ochtendnevels opdampen uit de Seine. Het wordt een hete dag. De modder van Parijs stinkt nu al meer dan ooit naar zwavel. Tot diep in de nacht was ik in de arbeiderswijk Saint-Antoine. Vrijheid, gelijkheid, de macht aan het volk, wapens, opdat het zich indien nodig kan verdedigen, tegen de rond Parijs samengetrokken troepen van De Broglie. Dat zijn de leuzen, waarde neef. Het lompenleger van Saint Antoine dreigt opperschout Flesselles uit het stadhuis te sleuren en op te hangen als hij voortgaat met de soldaten van de revolutie geweren te beloven, maar de dappere onderdanen kennelijk van het kastje naar de muur stuurt.

Het is de naamloze, bezitloze massa, zonder rechten die in de nauwe straten van Parijs te keer gaat. Ze hebben de omstandigheden mee. Werkeloosheid, honger en ellende, geliefde Necker ontslagen, het bloedbad van eergisteren bij de Tuilerieën. Allemaal bronnen van tot hysterie ontplofte blinde woede die als een door storm gegeselde zee de menigte los van de ankers slaat. Dat voert gemakkelijk tot excessen. In de rue Faubourg St. Antoine ligt in het middenriool het toegetakelde lijk van ene Robert Laforce. Hij deed zich voor als schrijnwerker, maar werd ontmaskerd als een politiespion. Met messteken om het leven gebracht, de oren afgesneden, de ogen uitgestoken. Een waarschuwing, klinkt het in de wijnhuizen, dat het onderdrukte en uitgezogen volk geen geduld meer heeft en genadeloos zal optreden.

9.00 uur

Galmende alarmklokken doen me wakker schrikken en drijven me opnieuw de straat op. Uit de richting van het Hôtel de Invalides op de linkeroever wordt het onheilspellend concert aangevuld met opwindend tromgeroffel. De soldaten van de revolutie hebben hun wapens gevonden. de geruchten blijken waar: in het Hôtel des Invalides zijn duizenden geweren en tientallen kanonnen opgeslagen. Ze slepen ze weg. Zonder veel tegenstand. Instructies van Versailles ontbreken namelijk

10.00 uur

Vanaf de Place de Parvis voor de Notre Dame wordt Parijs overspoeld door een vloedgolf van tierende menigten. De kolkende maalstroom voert me over een Seinebrug voorbij het Palais Royal, hoofdkwartier van verborgen oplichter Orléans, pal oostwaarts naar het stadhuis. Ik krijg geen kans rechtsomkeert te maken. Voor d tweede maal in een paar dagen word ik ondergedompeld en weer opgeheven in de massa, onwrikbaar ingeklemd tussen honderdduizend Parijzenaars van allerlei rangen en standen. Zwetende vrouwen roeren de trommels, zwetende mannen zwaaien met geroofde geweren, ze duwen kanonnen voort. In de felle zon glinsteren ontelbare pieken, waaraan de smeden dag en nacht gewerkt hebben,

11.00 uur

In de buurt van het stadhuis met opperschout Flesselles ondergedoken in een kelder hoor ik "Op naar de Bastille" roepen. Een snerpend, doordringend commando dat als een vlijmscherp mes door het chaotisch tumult snijdt, duizendvoudig herhaald, in een eindeloze echo door de huizen weerkaatst. 

Op naar de Bastille!" Een zich bulderend verheffende golf brengt alles om heen in beweging. Niet te stuiten geweld tilt me, zuigt me gewichtsloos mee. Tot donker en dreigend de contour opdoemt van de Bastille, de staatsgevangenis. Wreed symbool van onderdrukking door een op sterven liggende absolute monarchie. Verdorven vesting met acht hoektorens, boven een droge gracht. Oord der verschrikking, door het volk veroordeeld om tot de laatste steen vernietigd te worden. 

Onder: Bestorming van de Bastille (14 juli 1789)

11.45 - 16.30 uur

Op de door de zon geblakerde esplanade aan het eind van de rue St. Antoine sta ik weggedrukt in de schaduw van horden op de val van de Bastille beluste Parijzenaars. Voor het grootste deel doorgaans oppassende burgers, maar nu samengebald tot een massale menigte die elke redelijkheid heeft afgezworen. De onwezenlijke kracht van een dergelijk massief van duizenden en duizenden uitzinnigen is een nieuw verschijnsel, een onontkoombaar geworden element van de revolutie. Bij het gebeier van de alarmklokken roffelt de trom, in ter plekke in elkaar geflanste liederen worden de plebejers van Saint-Antoine juichend bezongen als zonen van de vrijheid en te midden van dit kabaal weigert in vele oorlogen vergrijsde De Launay, gouverneur van de Bastille, zich over te geven. Onderhandelaar Thuriot moet onverrichterzake over de neergelaten ophaalbrug terugkeren. Dit is het moment van de gewelddadigen uit Dante's Inferno. Op daken en uit ramen schieten gedeserteerde gardisten van Besenval op de vestingmuren, beantwoord door geweervuur vanaf de transen. Kogels fluiten en maken de eerste slachtoffers. In de Babelse verwarring worden de doden opzij gelegd, de gewonden weggedragen. Ondertussen klauteren de zonen van de vijheid als baarlijke duivels over het dak van een wachthuis naar het voorplein. Brouwer Santerre, de Simson van Saint-Antoine, hakt de ketting van de weer opgetrokken ophaalbrug aan stukken. Een brullende zondvloed stort zich eroverheen. Er gaat een kleine kazerne in vlammen op. Voor de poort naar de binnenplaats brengen de bestormers twee kanonnen in stelling. Ze steken karren met balen stro in brand. Dikke wolken walmende rook verduisteren de zon. Opnieuw opent de bezetting van de Bastille het vuur. Ditmaal recht in de menigte die niet aan de meedogenloze kogelregen ontkomt. Wat aanvankelijk misschien nog iets van een bizarre vertoning kon hebben, neemt nu een gruwelijke vorm aan.

16.30 uur

De Bastille huivert onder het geweld van zijn belegeraars, dreunende kanonschoten en het gehuil van tegen eeuwenoud steen afketsende geweerkogels. Met knetterende salvo's wordt het vuur beantwoord door gouverneur De Launays dertig Zwitserse huurlingen, die bewijzen dat ze hun geld waard zijn. De verder nog tot de ijlings versterkte bezetting behorende tachtig oude snorrebaarden in versleten uniformen zien geen heil in magere Hein. Met uitblijvende hulp en bovendien slechts voor één dag mondvoorraad houden ze op de trans een van handdoeken gemaakte witte vlag omhoog.

Op het in walmende rook en kruitdamp gehulde voorplein worden mijn trommelvliezen gepijnigd door het hels kabaal van duizenden schor schreeuwende stemmen. Bij de ophaalbrug naar de binnenplaats zie ik de soldaten van de revolutie, de plebejers van Saint-Antoine. Het zweet glinstert op de gezichten. Ze worden aangevoerd door twee afgedankte kapiteins, cavalerist Elie en infanterist Hulin. De titanen van het lompenleger slepen meer kanonnen aan, schieten hun geweren af, zwaaien wild met sabels en pieken, beloven de naar men beweert ongeveer tachtig doden en bijna negentig gewonden dat ze geroken zullen worden. Uit rauwe kelen brullen ze dat ze als verdedigers van het vaderland bereid zijn te sterven voor de herrijzenis van het vertrapte volk.

17.30 uur

Maar de Heilige Geneviève, de beschermvrouwe van Parijs, vindt dat er voorshands genoeg gestorven is. Terwijl het tumult plotseling afbreekt tot een voelbaar spannende stilte, wordt door een geopende geschutspoort naast de ophaalbrug met een papier gewapperd. Monsieur Stanislaus Maillard, een als gerechtsbode zelfs nu nog in ambtelijk zwart gestoken voorman van Saint-Antoine, neemt het in ontvangst. Het bevat de capitulatievoorwaarden van De Launay; overgave van de vesting in ruil voor vrije aftocht van de bezetting, gegarandeerd door het erewoord van een officier. Een massale juichkreet davert over het voorplein, weergalmt tegen muren, transen en torens. Victoire, burgers van Parijs, victoire, glorieuze strijders voor vrijheid en gelijkheid. De Bastille, oord der verdoemden, is veroverd! De ophaalbrug ratelt omlaag, de zwrae deuren van de poort wijken uiteen. Uitzinnig van triomf en vreugde bedelft de stormloop als een stortvloed de binnenplaats.

18.30 uur

Vrije aftocht op ons woord als officier hebben Hulin en Elie gouverneur De Launay beloofd. Wat betekent zo'n garantie in de baaierd van een mensenmassa die in de eerste overwinningsroes door het dolle heen om wraak schreeuwt? Geen duit. Nog maar net weten weten naar het volk over gelopen gardisten met een restant aan discipiline een slachting onder de bezetting te voorkomen. Een van de oude snorrebaarden moet tol betalen met een door een sabelslag afgehouwen rechterhand die meteen als een trofee op een piek prijkt! Na het bevrijden van de gevangenen - het zijn er tot mijn verbazing slechts zeven - neemt de afbraak van de Bastille alvast een aanvang. Tientallen triomfators hakken houwelen stenen weg, die onder luid geraas in wolken stof en gruis op de binnenplaats vallen. Ondertussen trekt door de rus St. Antoine een lange rij dof zwijgende gestalten. De bezetting van de verdorven bezetting wordt ter veroordeling naar het stadhuis gevoerd. Voorop Elie met de voorwaarden van de overgave op zijn degen geprikt. Achter hem de Zwitsers en veteranen die hun makker met de afgehakte hand dragen. Tussen hen in drie officieren en De Launay in een wijde, grijze uniformjas met een rode sjerp, De stoet is omringd door de zonen en dochters van de vrijheid uit Saint-Antoine. 

20.00 uur

Vlak bij de Place Grève, kil naargeestig plein voor het stadhuis, moet ik me tegen een huisdeur drukken om niet onder de voet te worden gelopen door het toestromende publiek. Het grauw uit de sloppen en beruchte raddraaiers. Scheldend en tierend volgen ze stoet. Steeds gevaarlijker dringen ze op. 

Na de eerste rake klappen vallen ze met steekwapens het in het nauw gebrachte escorte aan en banen zich een weg naar de als zondebok fungerende gouverneur De Launay. De vlees geworden razernij bespringt hem, vermoordt hem met dolken en knotsen, houwt zijn hoofd af en boort het onder brullend gelach op een piek.

Rechts: Hôtel de Ville aan de Place de Grève (ca. 1750)

Het lichaam blijft als afval achter in een poort. De drie officieren en twee veteranen komen er genadiger af. Ze worden zonder meer opgehangen aan de beide galgen op het plein en drie straatlantaarns op de hoek van de rue de la Vannerie. Vijf pieken gaan met de afgehouwen hoofden zegevierend omhoog. De rest van de bezetting wordt bijtijds in bescherming genomen door gardisten en brengt er het leven af.

22.00 uur

Het raakt vol in de procope, journalistencafé in een galerij van het Palais Royal. Het is gaan regenen Parijs heeft de slaapstee opgezocht, geschokt door de verschrikkingen als die van de dag des oordeels. 

 

Een uur geleden heb ik een macabere parade voorbij zien komen, die volgens ervaren courantiers niet tot zomaar een opstand behoort, maar het begin van een revolutie inluidt. In het flakkerende schijnsel van flambouwen host een jubelende menigte de stad door met de zeven uit de Bastille bevrijde gevangenen op de schouders geheven en op zeven pieken zeven bloederige hoofden. Inbegrepen dat van opperschout Flesselles, die, beschuldigd van verraad, op de Quai Pelletier door een sluipschutter is doodgeschoten. De uitgelaten massa juicht, zingt en roept hoera, dochters van de vrijheid uit Saint-Antoine dansen er als bacchanten en harpijen met loshangende haren omheen en krijgen uit de ramen bloemen en vruchten toegeworpen. Ondertussen nemen de geruchten toe. Ondanks felle tegenstand van koningin Marie Antoinette zou Louis XVl een niet direct tegen hem gerichte omwenteling aanvaarden. Morgen komt hij in de Nationale Vergadering met ingrijpende voorstellen. Zo krijgt Parijs een echte burgemeester met een gekozen gemeenteraad. De troepen in en rond de stad worden teruggetrokken.

Gemaakt: 06 -04-04