5315 | Koninkrijk Napels (1414 - 1500) |
![]() |
![]() |
Johanna II was de oudste dochter van koning Eén van haar favorieten, Muzio Sforza, trachtte Napels opnieuw in Rome voet in huis te laten krijgen, nadat de Napolitanen na de dood van Ladislaus verdreven waren, maar zij gooide het in 1417 op een akkoord met de nieuwe paus Martinus V om de Napolitanen uit Rome terug te trekken. In 1420 adopteerde zij Alfons V van Aragón om haar op te volgen. Hierdoor ontstond een strijd tussen haar en Alfons (V), enerzijds, en Lodewijk III van Anjou en Sforza, anderzijds, die eindigde met een vredesakkoord in 1422, waarbij werd afgesproken dat Lodewijk haar zou opvolgen. Lodewijk adopteerde dan weer Alfons, die terugkeerde naar Spanje. Lodewijk overleed nog voor haar en het was zijn broer, René, die haar opvolgde in Napels. Lodewijk lll van Anjou, de zoon van tegenkoning Lodewijk II van Anjou en Yolande van Aragón, volgde zijn vader na zijn dood in 1417 op als hertog van Anjou, hertog van Maine, graaf van Provence en koning van Napels. Zijn moeder trad op als regent omdat Lodewijk nog minderjarig was. Hij trouwde met Margaretha van Savoye (1416-1479) , dochter van hertog Amadeus VIII van Savoye, maar het huwelijk bleef kinderloos. Hij werd na zijn dood opgevolgd door zijn broer René |
![]() |
René I van Anjou, bijg. was de tweede zoon van Lodewijk II van Napels en Yolande van Aragon. Door zijn huwelijk met Isabella van Lotharingen, dochter van hertog Karel II van Opper-Lotharingen werd hij in 1431 hertog van Opper-Lotharingen (Lorreinen), na het overlijden van zijn schoonvader. Hertog van Bar was hij al bij zijn huwelijk in 1420 geworden. In 1434 werd hij graaf van Provence, in opvolging van zijn broer Lodewijk III van Anjou. In 1435 erfde hij het koninkrijk Napels bij testament van koningin Johanna II van Napels, evenals graaf van Provence. Bij het overlijden van Isabella in 1453, stond hij Lorreinen af aan zijn zoon Jan en hertrouwde met Johanna van Laval. In de honderdjarige oorlog (1337-1453) koos hij partij voor |
![]() |
![]() |
Na het kinderloos overlijden van Met de komst van de Aragonezen begon de Spaanse overheersing, die 600 jaar zou duren. Na de dood van Pedro I (Pedro lll van Aragon) werden Aragon en Sicilië door verschillende vorsten bestuurd. In 1314 liet Frederik II zich uitroepen tot koning van een onafhankelijk Sicilië. Dit duurde tot 1406 toen Sicilië weer een gewest werd van Aragon. En zou daarna nog door 78 onderkoningen van Spanje bestuurd worden. De Spaanse overheersing leidde uiteindelijk tot de culturele en economische achteruitgang van Sicilië. De Spaanse heersers, op een paar uitzonderingen na, exploiteerden Sicilië en buitten het uit. Zo werd Sicilië praktisch ontbost ten behoeve van de scheepsbouw en de akkerbouw. Onder Alfons I werd in 1444 nog wel de Universiteit van Catania gesticht.
|
Na de dood van |
![]() |
![]() |
In 1493 stond Karel VIII van Frankrijk op aanmoediging van de Milanese hertog Ludovico Sforza op het punt Italië binnen te vallen en de Italiaanse oorlogen te beginnen. Ferdinand waarschuwde de andere Italiaanse vorsten en onderhandelde - vergeefs - met de Borgia-paus Alexander VI, maar stierf nog voordat de oorlog losbarstte. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Alfons II, die hij bij Isabella van Clermont had. Zijn dochter Leonora was getrouwd met Ercole I d'Este, hertog van Ferrara, Modena en Reggio. Ferdinand bevorderde de wetenschap en de kunst in zijn land en liet in 1474 de eerste Napolitaanse boekdrukkerij bouwen. Zijn hof was een centrum van het humanisme en de Renaissance. |
Karel regeerde van februari tot juli over Napels, toen Alfonso's zoon Ferdinand ll (Ferrandino) het rijk heroverde.
Gemaakt: 12-09-05 |