5315 Koninkrijk Napels (1414 - 1500)
Koninkrijk Napels (1194 - 1414)

Johanna ll (1414 - 1435)

Johanna II was de oudste dochter van koning Karel IIl van Durazzo van Napels en Margaretha van Durazzo. Zij volgde in 1414 haar broer Ladislaus (1386 - 1414) op als koningin van Napels.

Eén van haar favorieten, Muzio Sforza, trachtte Napels opnieuw in Rome voet in huis te laten krijgen, nadat de Napolitanen na de dood van Ladislaus verdreven waren, maar zij gooide het in 1417 op een akkoord met de nieuwe paus Martinus V om de Napolitanen uit Rome terug te trekken.

In 1420 adopteerde zij Alfons V van Aragón om haar op te volgen. Hierdoor ontstond een strijd tussen haar en Alfons (V), enerzijds, en Lodewijk III van Anjou en Sforza, anderzijds, die eindigde met een vredesakkoord in 1422, waarbij werd afgesproken dat Lodewijk haar zou opvolgen. Lodewijk adopteerde dan weer Alfons, die terugkeerde naar Spanje. Lodewijk overleed nog voor haar en het was zijn broer, René, die haar opvolgde in Napels.

Lodewijk lll van Anjou, de zoon van tegenkoning Lodewijk II van Anjou en Yolande van Aragón, volgde zijn vader na zijn dood in 1417 op als hertog van Anjou, hertog van Maine, graaf van Provence en koning van Napels. Zijn moeder trad op als regent omdat Lodewijk nog minderjarig was. Hij trouwde met Margaretha van Savoye (1416-1479) , dochter van hertog Amadeus VIII van Savoye, maar het huwelijk bleef kinderloos.

Hij werd na zijn dood opgevolgd door zijn broer René

René l, de Goede (1435 - 1442)

René I van Anjou, bijg. was de tweede zoon van Lodewijk II van Napels en Yolande van Aragon. Door zijn huwelijk met Isabella van Lotharingen, dochter van hertog Karel II van Opper-Lotharingen werd hij in 1431 hertog van Opper-Lotharingen (Lorreinen), na het overlijden van zijn schoonvader. Hertog van Bar was hij al bij zijn huwelijk in 1420 geworden. In 1434 werd hij graaf van Provence, in opvolging van zijn broer Lodewijk III van Anjou. In 1435 erfde hij het koninkrijk Napels bij testament van koningin Johanna II van Napels, evenals graaf van Provence. Bij het overlijden van Isabella in 1453, stond hij Lorreinen af aan zijn zoon Jan en hertrouwde met Johanna van Laval. In de honderdjarige oorlog (1337-1453) koos hij partij voor Karel VII van Franrkijk.

Alfonso l van Aragon (1442 - 1458)

Na het kinderloos overlijden van Johanna II van Napels (1435) kwam Napels aan Alfonso V van Aragon en Sicilië, die Napels in 1442 veroverde en zich sinds 1443 (als Alfons I) koning der Beide Siciliën (d.i. Napels en Sicilië) noemde, een titel die ook zijn nakomelingen voerden. Zijn onechte zoon Ferdinand, ook Ferrante genoemd,  ontving in 1443 de titel van hertog van Calabrië en werd tot troonopvolger in Napels benoemd. 

Met de komst van de Aragonezen begon de Spaanse overheersing, die 600 jaar zou duren. Na de dood van Pedro I (Pedro lll van Aragon) werden Aragon en Sicilië door verschillende vorsten bestuurd. In 1314 liet Frederik II zich uitroepen tot koning van een onafhankelijk Sicilië. Dit duurde tot 1406 toen Sicilië weer een gewest werd van Aragon. En zou daarna nog door 78 onderkoningen van Spanje bestuurd worden. De Spaanse overheersing leidde uiteindelijk tot de culturele en economische achteruitgang van Sicilië. De Spaanse heersers, op een paar uitzonderingen na, exploiteerden Sicilië en buitten het uit. Zo werd Sicilië praktisch ontbost ten behoeve van de scheepsbouw en de akkerbouw. Onder Alfons I werd in 1444 nog wel de Universiteit van Catania gesticht.
De eenwording in 1479 van Spanje bracht Sicilië weinig goeds. Joden en islamieten werden verjaagd en Spanje liet Sicilië helemaal links liggen na de ontdekking van Amerika in 1492. Sicilië werd door Karel V nog bezocht maar veel onderkoningen na hem putten het eiland steeds verder uit. Alleen de rijken weren steeds rijker, de bevolking verpauperde

 

Ferdinand l (1458 - 1494)

Na de dood van Alfonso in 1458 weigerde paus Callixtus III de bastaard Ferdinand te erkennen en verklaarde dat Napels een leen van de kerk was. Callixtus stierf echter nog datzelfde jaar en paus Pius II bevestigde Ferdinand in zijn bezit. Terwijl Ferdinand I regeerde als koning van Napels, bleven Sicilië en Aragon samen onder diens broer Juan (Johan) II verenigd.  In de twee eeuwen die volgden werd Napels bestuurd door Spaanse onderkoningen, die het land voornamelijk als melkkoe zagen. Hertog Jan van Calabrië, zoon van René van Anjou, maakte gebruik van de ontevredenheid van de Napolitaanse adel om het koninkrijk voor het huis Anjou op te eisen. Hij boekte aanvankelijk enkele overwinningen maar in 1462 versloeg Ferdinand hem met hulp van Alessandro Sforza en de Albanese leider Skanderbeg. Ferdinand begon nu zijn koninkrijk op te bouwen. In 1478 sloot hij een alliantie met paus Sixtus IV tegen Lorenzo de' Medici maar deze laatste reisde af naar Napels en wist vrede te sluiten. In 1480 veroverden de Turken Otranto en roeiden de bevolking goeddeels uit. Het daaropvolgende jaar wist Ferdinands zoon Alfonso de havenstad echter te heroveren. Ferdinand was een daadkrachtig vorst die zijn macht in stand hield door de adel te onderdrukken. Dit leidde in 1485 echter tot een revolutiepoging van een aantal edelen die werden gesteund door paus Innocentius VIII en voor het huis Anjou opkwamen. De koning sloeg de opstand neer en liet nadien - ondanks zijn belofte van algemene amnestie - vele edelen vermoorden.

In 1493 stond Karel VIII van Frankrijk op aanmoediging van de Milanese hertog Ludovico Sforza op het punt Italië binnen te vallen en de Italiaanse oorlogen te beginnen. Ferdinand waarschuwde de andere Italiaanse vorsten en onderhandelde - vergeefs - met de Borgia-paus Alexander VI, maar stierf nog voordat de oorlog losbarstte. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Alfons II, die hij bij Isabella van Clermont had. Zijn dochter Leonora was getrouwd met Ercole I d'Este, hertog van Ferrara, Modena en Reggio.

Ferdinand bevorderde de wetenschap en de kunst in zijn land en liet in 1474 de eerste Napolitaanse boekdrukkerij bouwen. Zijn hof was een centrum van het humanisme en de Renaissance.

Alfonso ll (1494 - 1495)

Alfonso II van Napels werd op 23 januari 1495 door Karel VIII van Frankrijk tot aftreden gedwongen. Karel Vlll maakte aanspraken op de troon van Napels, wegens zijn verwantschap met Karel van Anjou

Karel regeerde van februari tot juli over Napels, toen Alfonso's zoon Ferdinand ll (Ferrandino) het rijk heroverde. 

Ferdinand II (Ferrandino) (1495 - 1496)

Frederik IV (1496 - 1500)

Koninkrijk Napels (1500 - 1825)

Gemaakt: 12-09-05

colofon