3884 Mauretania Caesariensis en Mauretania Tingitana (40 - 786 n. Chr.)

Numidië en Mauretanië (238 v. Chr. - 40 n. Chr.)
Romeinse overheersing (40 - 428) (van 395 - 428 deel van het West Romeinse Rijk)

In 42 werd Mauretanië, na een opstand van de Mauri's, alsnog Romeins. In 46 deelde keizer Claudius (41-54 n. Chr) het gebied in twee Romeinse provincies: in het oosten Mauretania Caesariensis (West-Algerije) met Caesariensis (het huidige Cherchell) als hoofdstad en in het westen Mauretania Tingitana (Marokko) met als hoofdstad Tingis, het huidige Tanger. Later kwam er nog een provincie tussen Mauretania Caesariensis en het vroegere Numidië: Mauretania Sitifensis met als hoofdstad het huidige Setif). 

Hoewel de plaatselijke leiders zich nooit geheel hebben overgegeven aan de Romeinen, had Rome nu de gehele kust van Noord-Afrika onder zijn controle (in het achterland hadden ze weinig invloed). De Romeinse nederzettingen kwamen tot grote bloei. De indrukwekkende ruïnes van deze steden langs de Noordafrikaanse kust, die vandaag de dag nog te zien zijn, geven hier een beeld van: Leptis Magna (Libië), het Colosseum van El Djem, Thuburbo Majus en Thugga (Dougga) in Tunesië, Cuicul (Djemila), Timgad, Sarim Batim (Constantine) in Algerije, Hippo Regius, Tebessa, en  Tanger (in de 5e eeuw v. Chr. door de Phoeniciërs gesticht onder de naam Tingis), Volubilis. Lixus, Banasa, Sala en Thamusida in Marokko.

De Romeinen bouwden hier maar weinig nieuwe steden, wel breidden ze steden als . De zuidgrens van het rijk lag op dezelfde hoogte als Rabat. De voornaamste exportproducten van Tingitana waren purperen kleurstoffen en waardevolle houtsoorten. De autochtone Mauri werden door de Romeinen zeer hoog aangeslagen als soldaten, voornamelijk als lichte cavalerie.

Links: Thugga (Dougga, Noord-Tunesië)

 

De Romeinen bouwden wegen, cultiveerden de vruchtbare kustgebieden en voerden een transportmiddel in dat tot die tijd onbekend was in Noord-Afrika: de kameel. Toch was de locale bevolking niet even blij met de komst van de Romeinse machthebber, zoals blijkt uit de vele Latijnse inscripties. Nadat keizer Caligula (37 - 41) de laatste koning van Mauretania in 40 n. Chr. had laten vermoorden, kwam Takfarinas (?) (Aedemon ?), een gedeserteerde soldaat uit het Romeinse leger in opstand kwam tegen de Romeinen. Hij schaarde een leger om zich heen en slaagde erin van het jaar 17 tot het jaar 24, zeven jaar lang dus, de Romeinen ernstig in de problemen te brengen. De Romeinen moesten een beroep doen op Ptolemeus, zoon van Juba II, door wiens hulp deze opstand uiteindelijk verslagen zou worden. (Rechts: Thugga (Dougga, Noord-Tunesië)

e.
 
Lixus

Lixus was oorspronkelijk een Phoenicische stad aan de Afrikaanse kust. Archeologisch onderzoek heeft de vroegste fase van de stad in de 8e eeuw v. Chr. kunnen dateren. Maar misschien is de stad nog wel ouder. Lixus is de legendarische locatie waar Heracles een van zijn twaalf werken verrichtte: de gouden appels uit de tuin van de Hesperiden halen. In de tijd van de Phoenicische overheersing besloeg de stad een groot deel van de acropolis en haar oostelijke hellingen. Lixus lag strategisch ten opzichte van de rivier en de Middellandse Zee en speelde een belangrijke rol in het internationale handelsverkeer. Het achterland was rijk aan delfstoffen als goud, koper, ijzer, lood en dit was begerenswaardige handelswaar. Vanaf de 3de eeuw v. Chr. ontwikkelde de stad zich en breidde snel uit. Nadat de regio onder heerschappij was gebracht, ontwikkelde Lixus zich tot Romeinse kolonie.

Vanaf deze periode kende de stad twee eeuwen van voorspoed; de visvangst en de grootschalige productie van garum (een pasta van gezouten en gefermenteerde vis om gerechten smaak te geven) hebben van de stad een economische metropool in het westelijke Middellandse Zeegebied gemaakt. Er werden op grote schaal openbare monumenten gebouwd, zoals een amfitheater, thermen (badgebouwen) en tempels; allemaal rijk versierd met fresco's en mozaïeken. Na de 3de eeuw n. Chr. raakte de stad in verval.

De inwoners van de Romeinse nederzettingen bestonden onder meer uit ambtenaren, handelaren en grootgrondbezitters, deze leefde alle in redelijke luxe. De inheemse boeren, de Imazighen, die aan de kust leefde verarmden echter.Als bescherming hadden de Romeinen een leger dat bestond uit 5000 Romeinse soldaten en 20.000 Imazighische hulpsoldaten. De Romeinse soldaten dienden twintig jaar in het leger en vestigden vervolgens, samen met hun familie, in de buurt van hun legerkamp. Zo ontstonden talrijke veteranenkolonies (o.a. in M'Daourouch (Algerije), Setif en Djemila). In noodgevallen werden deze veteranen opgeroepen om de Romeinse grenzen te verdedigen.

De Imazighen, voorzover niet nomadisch waren en aan de kust leefden en leefden in de Romeinse steden, konden er niet omheen zich aan te passen aan de Romeinse manier van leven en de taal van de Romeinen te spreken. Hun kinderen kregen onderwijs volgens Griekse en Romeinse methodes. Cirtas en Tebessa waren de beroemdste Latijnse scholen. En vooral de studies Retoriek en Poëzie waren populair onder de Imazighen.

De Imazighen werden verdeeld in duidelijk gescheiden klassen. Onderaan stond het plattelandsbevolking. Zij hadden vrijwel geen toegang tot de Romeinse cultuur en spraken alleen Tamazight. Ze hadden burgerlijke rechten, maar geen politieke rechten en waren zodoende uitgesloten van het openbare Romeinse leven. Boven stonden de Imazighen die een bestuurlijke functie uitoefenden binnen de Romeinse steden. Afhankelijk van de diensten die een stad leverde kon het op de sociale ladder stijgen of dalen, hetzelfde gold natuurlijk ook voor de bestuurders van die stad. Deze politiek leidde ertoe dat de Imazighen, die tot de hogere klassen behoorden, hun best deden d.m.v. opvallende daden naam te maken. Deze invloedrijke Imazighen, die probeerde te leven als Romeinen, schaamden zich voor hun afstamming.

Leptis Magna was voorheen een belangrijke stad van de republiek Carthago. Waarschijnlijk is de stad gesticht door Phoenicische kolonisten rond 1100 v. Chr., maar pas toen Carthago een belangrijke macht in de Middellandse Zee werd, werd het een stad van belang. Tot het eind van de Derde Punische Oorlog in 146 v. Chr. viel Leptis Magna onder Carthago's bewind, daarna maakte het officieel deel uit van het Romeinse Rijk. Desalniettemin was het sinds 200 v. Chr. de facto een onafhankelijke stad. Nadat Leptis Magna en omgeving officieel deel werden van het keizerrijk als onderdeel van de provincie Africa. onder de Romeinse keizer Tiberius ontwikkelde Leptis Magna zich snel tot een van de belangrijkste steden in Romeins Africa. Toen Septimius Severus in 193 keizer werd, bereikte Leptis haar grootste welvaart. Hij liet diverse monumentale gebouwen neerzetten zodat de stad zich kon meten met de twee belangrijkste steden in Africa: Alexandrië en Carthago. Toen hij de stad in 205 met zijn entourage bezocht werd hij met veel eerbetoon ontvangen.

Leptis Magna - Wikipedia

Rechts: Leptis Magna

Imazighische krijgers waren graag gezien binnen het Romeinse leger. Deze krijgers te paard hadden de reputatie een enorm uithoudingsvermogen te hebben en grote durf te bezitten. Ze werden overal ingezet waar de tegenstanders van Rome de grootste weerstand boden. Voor hun prestaties aan de Donau, Rijn en Eufraat viel hun veel eer en roem tegemoet.

In de loop van de eerste eeuw kreeg de stedelijke bevolking van Noord-Afrika een nieuw geloof: het Christendom. De taal van de kerk was het Latijns, daardoor heeft deze geloof vrijwel geen aanhang gehad onder de Imazighen, zeker niet bij degene die buiten de steden woonden, aangezien ze geen Latijns maar Tamazight spraken. Toch heeft de Romeinse cultuur een enorme impact gehad op de Imazighen. Zo gebruiken de Imazighen nog vandaag de dag de Romeinse kalender en de Latijnse maandnamen. En bevat het verschillende woorden die afgeleid zijn van Latijnse woorden. En Europeanen worden nog steeds aangeduid met het woord "Irumiyen", afgeleid van het woord Romein (Rumi).

In 193 lukte het Septimus Severus de Romeinse keizerlijke troon te bestijgen. Hij was één van de Imazirische soldaten die voor de Romeinen vochten. Deze soldaten behoorden tot de beste krijgers die Rome kende, waardoor ze langzaam opklommen. Hierdoor slaagde Septimus Severus zich uiteindelijk op te werken tot keizer. Hij stond bekend als een ijzeren krijger en zou als keizer het Romeinse rechtssysteem hervormen en de stedenbouw succesvol uitbreiden. Zijn zoon
Caracalla zou hem opvolgen als keizer. En net als zijn vader liet hij zich omringen door zijn mensen, Imazighen. Ze vertrouwden niemand anders en verachtten de zucht naar pracht en praal en privileges van de Romeinse adelen. Echter, niemand durfde in het openbaar uit te komen als Amazigh. In 217 stierf Caracalla door een moordaanslag. De opdrachtgever was ook een "Mauri" en zijn naam was Macrinus. Hij liet zich uitroepen tot keizer, maar zijn ambtstermijn was van korte duur, want ook hij werd vermoord. Hij zou de laatste Amazigh zijn op de Romeinse troon.

Vandalen (429 - 533)

Aan het einde van de 5de eeuw na Chr. kwam er een einde aan het Romeins gezag over Mauretanië. In 429 staken 80.000 Vandalen, Alanen en Romeinse Spanjaarden, vroegere slaven en leden van andere Germaanse stammen met hun familieleden, die zich bij hen hadden aangesloten, waaronder naar schatting 30.000 strijders, onder aanvoering van hun koning Gaiseric de Straat van Gibraltar over naar de Romeinse provincie Mauretania in Noord-Afrika. Stuk voor stuk vielen de blinkende Romeinse steden met hun volle graanschuren in hun handen. lees verder Vandalen (428 - 435). Aan hun overheersing kwam een eind in 533.

Byzantijnse overheersing (533 - 698)

In 533 landde de Byzantijnse legeraanvoerder Belisarius met een leger van 5000 ruiters en 10.000 man voetvolk in Noord-Afrika en maakte korte metten met het decadente rijk van de Vandalen.  Numidia en Mauretania werden ingelijfd bij het Byzantijnse Rijk, dat rond 560 op het hoogtepunt  stond van zijn macht en rijkdom. Opnieuw omvatte het Romeinse Rijk Italië, Noord-Afrika en het zuidelijke deel van Spanje (Baetica). Maar vanaf 568, toen de zwakke keizer Justinus ll aan de macht kwam ging het met het Byzantijnse rijk snel bergafwaarts. In dat jaar vielen de Longobarden Italië binnen en veroverden het dal van de Po (alleen het exarchaat van Ravenna wisten de Byzantijnen te behouden). Tegelijkertijd deden de Visigoten vanuit Noord-Spanje een tegenaanval en dreven de Byzantijnse legioenen in zee en deden de Avaren een invasie in Dalmatië en veroverden zij het oude Gepidenrijk in de Hongaarse vlakte. Justinus ll was door geesteszwakte verhinderd effectief te regeren. In 569 brak er in Africa brak een opstand uit onder de Berbers (569-578). Onder het schrikbewind van Phocas (602 - 610) was het Byzantijnse rijk zowel in het binnenland als tegenover de aangrenzende volkeren toe aan ineenstorting. In 616 drong een Perzisch leger door tot in Egypte en dreigden Constantinopel te veroveren. 

Onder de heerschappij van de Omayaden (698 - 755)

Vanaf 632 af daagde echter een nieuwe vijand op: toen kalief (= "opvolger" van Mohammed) Abu Bakr, de Arabieren opzweepte de Islam te verspreiden. Aangewakkerd door godsdienstig fanatisme, honger en belustheid op oorlogsbuit trokken de vurige strijders voor de Islam in een gelijktijdige ten strijd tegen de Perzen en de Byzantijnen. Hun veroveringstocht strekte zich onder andere uit naar Egypte en Noord-Afrika. In de door de Moslims veroverde gebieden zag de vroeger zwaar onderdrukte bevolking de Moslims als bevrijders en niet als veroveraars en vaak sloten zij zich bij hen aan om hun vroegere heren te bestrijden. Vanaf 683 veroverden de Islamitische legers van de Omayyaden grote delen van Noord-Afrika. In 698 verschenen zij in Marokko, van waaruit zij ± 711 de Straat van Gibraltar over.staken naar Europa.  Overal was er verzet tegen de Arabische verovering. Berberhoofdstad Casablanca, destijds Anfa geheten, werd het centrum van de vrijheidsstrijd.

Lees verder: Marokko (698 - 1040)

Gemaakt: 21-04-07

colofon