3844 Numidië en Mauretanië (238 v. Chr. - 40 n. Chr.)

De rijken Numidië (het huidige Tunesië en een deel van Algerije) en Mauritanië (het huidige Marokko en een deel van Algerije) in Noord-Afrika werden door Berbers (Imazichen, Amazighen) gesticht. In Egypte zijn beschilderingen van graftombes gevonden die wijzen op een Amazigh-cultuur van voor 2400 v. Chr. Verder zijn er gelijkenissen aan te tonen tussen de Imazighen-mummies op de Canarische Eilanden en de Egyptische mummies. 

De Berbers leefden in een gebied dat zich uitstrekte van de Atlantische Oceaan tot aan de oase Siwa in Egypte en van Middellandse Zee tot aan de Sahel. De oorsprong van de Berbers is onzeker. Gelegde relaties met Kanaänieten, Phoeniciërs, Kelten, Basken en Kaukasiërs zijn vooral van speculatieve aard. Ook wordt gezegd dat Berbers afstammelingen zijn van Sahara-bewoners toen die woestijn tijdens de glacialen nog een vruchtbare vochtige vlakte was (z. ontstaan woestijnen). 

Koninkrijk Numidië (238 v. Chr. - 40 n. Chr.)

Numidië kende zijn gouden tijden in de periode van Massinissa, die vanaf 238 v. Chr. regeerde over West-Numidië. Onder zijn leiding vochten de Numidiërs aanvankelijk als bondgenoot van Carthago in de tweede Punische oorlog tegen Rome en haar bondgenoten. In de slag bij Zama Regia (202 v. Chr.), de laatste slag van die oorlog, vochten zij met de Romeinen tegen de Carthagers, die onder bevel van Hannibal Barkas stonden. Dankzij deze overwinning kon Massinissa Oost-Numidië bevrijden van de Carthaagse overheersing en zijn land verenigen. Hij zou tot 148 v. Chr. aan het bewind blijven. 

In het begin van de derde eeuw zijn er tekenen die erop wijzen dat er in Numidië door de Romeinen woestijnforten werden gebouwd. Rond het midden van de derde eeuw stond de Afrikaanse grens over vrijwel de hele lengte bloot aan contante druk van de woestijnstammen. Alleen Egypte lijkt, afgezien van een aanval door de Belmmyers in het laatst van de derde eeuw, ongemoeid te zijn gelaten.

Massinissa had in zijn jeugd gediend in het Phoenicische leger en was danig onder de indruk van de beschaving van de Phoeniciërs, die hij poogde te imiteren. Naar het voorbeeld van het Phoenicische alfabet ontwikkelde hij het Tifinagh, het Imazighen alfabet en zette hij een geordend bestuur op poten, bouwde hij een vloot en bouwde een vast leger dat bestond uit 50.000 man. Hij legde nederzettingen aan naar Phenicisch model en zorgde dat de Imazighen akkerbouw gingen bedrijven en hun (semi-) nomadische leefstijl opgaven. Op te verhinderen dat ze hun nomadische leefstijl weer zouden oppikken vestigde hij de Imazighen niet op boerderijen maar in versterkte burchten, om deze manier werden ze ook gelijk verstedelijkt.

Massinissa wilde echter meer, hij wilde een groot onafhankelijk rijk der Imazighen, een rijk dat sterk genoeg was buitenlandse indringers te weerstaan. Hij besefte dat dat alleen mogelijk zou zijn wanneer hij Carthago, de stad van zijn leermeesters, zou veroveren. In 204 v.C. scheen de tijd hiervoor rijp. Hannibal die de ene na de andere overwinning had behaald op de Romeinen scheen aan de verliezende hand te zijn. Massinissa verbrak zijn verbond met de Carthagers en sloot een verbond met de Romeinen. De Massyli en hun leider Syphax daarentegen bleven trouw aan Carthago. 

Toen de Romeinse vloot landde in Noord-Afrika zette Massinissa zijn leger in tegen de Carthagers. In 202 v.C. vond de beslissende slag plaats, bij Zama (zuidwestelijk van Carthago). Zij aan zij vochten de Romeinse voetsoldaten met de Imazirische krijgers te paard: de Romeinen vielen van voren aan en de Imazighen omsingelden de Carthagers op hun snelle paarden. Na de overwinning op de Carthagers werden Oost- en West-Numidia herenigd tot één groot rijk.

Vijftig jaar later had Carthago zich weer weten te herstellen. Carthago was weer uitgegroeid tot een grote handelsstad, zij het dat ze onder Romeins toezicht stond en het aan Rome belastingplichtig was. De herrijzenis van Carthago was voor Rome een reden Cartago opnieuw de oorlog te verklaren (Derde Punische oorlog). De werkelijke reden voor deze oorlog zou echter zijn dat Massinissa, die meer land van de Carthagers in bezit had genomen dan waar hij volgens de vredebeplaingen recht op had en waarschijnlijk ook een op het punt stond Carthago in te nemen. Rome besefte het gevaar van een geduchte tegenstander in Noord-Afrika. De verovering en vernietiging van Carthago door de Romeinen (146 v.C.) betekende het definitieve einde van de Phoenicische heerschappij in Noord-Afrika.

Kort hierna, in 148 v.C., stierf Massinissa op negentig jarige leeftijd. Hij werd begraven in Thugga (het huidige Dougga in Tunesië in een mausoleum die een inscriptie in het Numidisch en Phenicisch bevat. Het is de oudste in Numidisch geschreven inscriptie, die gevonden is.

Micipsa (148 -118 v. Chr., samen met Gulussa (148-145 v. Chr) en Mastanabal (148-145 v. Chr)

Het gebied rond Carthago werd als Romeinse provincie "Africa" ingelijfd bij het Romeinse rijk. Numidië zelf bleef in eerste instantie verschoond van een Romeinse bezetting. Na de dood van Massinissa brak er echter een strijd uit om de troonopvolging. De Romeinen maakten hiervan dankbaar gebruik. Om de Numidiërs te verzwakken werd het bestuur van Numidia verdeeld tussen drie zoons van Massinissa. Micipsa werd aangesteld als koning. Hij zou de vriendschappelijke betrekkingen met Rome voortzetten. Gulassa werd legeraanvoerder, en Mastanabal werd opperrechter. Echter, doordat beide broers van Micipsa vroeg stierven was Micipsa al gauw alleenheerser. De Imazighen en hun Geschiedenis - Maroc.Nu

Sarim Batim
De door de Carthagers gestichte stad Karta (= stad) werd onder de naam Sarim Batim tijdens het bewind van Micipsa de hoofdstad van het Numidische rijk. De Romeinen noemden deze stad later Cirta. Door keizer Maxentius werd de stad verwoest (306 of 307), maar later weer opgebouwd door keizer
Constantijn de Grote, naar wie de stad Constantina werd genoemd.

Adherbal (118 -112 v. Chr) met Hiempsal I (118 vChr) en Jugurtha (118-106 v. Chr)

In 118 v.C. stierf Micipsa en ontstond er weer een strijd om de troonopvolging. Ditmaal tussen de twee zoons van Micipsa, Hiempsal en Adherbal, en zijn neef Jugurtha (die tevens ook een kleinzoon was van Massinissa). Rome ging zich ermee bemoeien en drong erop aan om het Rijk te verdelen. Jugurtha droomde echter, net als zijn grootvader Massinissa, van een sterk onafhankelijk Numidisch rijk los van de invloed van de Rome. Tijdens de gevechten vonden de broers Hiempsal en Adherbal de dood.  

Jugurtha (alleenheerser van 112 - 106 v. Chr)

Bij de inname van de stad Cirtas door de troepen van Jugurtha  waren vele Romeinse burgers gedood. Rome besloot daarom in te grijpen en verklaarde Jugurtha de oorlog. Deze oorlog zou tot 105 v.C. en bekend staan als de Jugurthanische Oorlog. De Romeinen leden grote verliezen en waren aan de verliezende hand. Echter, Bocchus, koning van Mauretanië en de vader van Jugurtha, verraaden hem. Een ontmoeting tussen Bocchus en Jugurtha bleek een Romeinse hinderlaag te zijn. Jugurtha werd gearresteerd en afgevoerd naar Rome, waar hij in een kerker werd opgesloten en stierf.

Na hun overwinning hadden de Romeinen van heel Noord-Afrika één grote provincie kunnen maken, maar dat deden ze niet. In plaats daarvan maakte ze Numidië schatplichtig en deelden het op in drie, van Rome afhankelijke, rijken. Als beloning voor het verraden van zijn zoon Jugurtha kreeg Bocchus l (111 - 80) het westelijk deel van Numidië (Mauretanië), Gauda (een neef van Massinissa) kreeg het oostelijk gedeelte, en Mastanesosus kreeg het middelste deel. Na de dood van Bocchus l zetten zijn opvolgers Gauda (106 - 88 v. Chr) en Hiempsal II (88 - 60 v. Chr) de vriendschappelijk relatie met Rome voort. Mauritanië werd toen verdeeld tussen twee kleinzonen van Bocchus: Bogud II kreeg het westelijke gedeelte (Marokko) en Bocchus II (50 - 31) kreeg het oostelijke gedeelte (Algerije). 

Juba I
(60 - 46 v. Chr)

In Numidia was de rust echter niet weergekeerd. In 60 v. Chr. kwam een kleinzoon van Jugurtha aan de macht Juba I. Deze streefde, net als zijn grootvader en Massinissa, naar een sterk en onafhankelijk Numidië. In 48 v.C. scheen de tijd gunstig. Caesar en Pompejus streden om de heerschappij over het Romeinse rijk. Juba I gokte erop dat Pompejus zou winnen en sloot met hem een verbond. Maar Juba I had op het verkeerde paard gegokt. Het was Caesar die uiteindelijk zou winnen. In 46 v.C., in de slag van Thasos (in Noord-Afrika), brachten de troepen van Caesar, Bocchus II en Bogud II de troepen van Juba I en Pompejus een vernietigende nederlaag toe. Juba I wist te vluchten, maar zou later zelfmoord plegen.

Juba II (25 v. Chr - 23 n. Chr.)

In 25 v. Chr. plaatste de eerste Romeinse keizer Augustus (63 v. Chr -14 n. Chr) Juba II, de zoon van Juba l, op de troon. Deze grote Berberkoning had in Essaouira (Mogador, de oude Phoenicische havenstad aan de Atlantische kust van Marokko) zijn paleis. Juba II was zo machtig, dat hij Cleopatra Selene, dochter van de Egyptische farao Cleopatra en de Romeinse veldheer Marcus Antonius, tot zijn vrouw nam. 

Bocchus II van Mauretanië kreeg van keizer Augustus het rijk van Bogud II, waarmee Mauritanië weer verenigd. was. In 33 v. Chr. overleed Bocchus II zonder kinderen achter te laten, waarna Mauritanië onder Romeins bestuur kwam te staan.

Juba II was Rome helemaal toe geneigd. In zijn jeugd was hij als gijzelaar eerst opgevoed bij Caesar en later bij de familie van Augustus. Hij kreeg, ondanks dat hij een gijzelaar was, de gelijke behandeling als iedere andere jonge adellijke Romein. En Augustus gaf hem Cleopatra Selene tot vrouw, de dochter van Antonius en Cleopatra. Onder de heerschappij van Juba II bloeide zijn hoofdsteden Caesarea Iol (Cherchell) (Algerije) en Volubilis (vlakbij Zerhoun, Marokko) op. Mauritanië werd een rijke en machtige staat. Juba II hield zich bezig met wetenschap: hij verzamelde manuscripten voor zijn bibliotheek, hield zich bezig met geografie en natuurgeschiedenis en zond een onderzoeksexpeditie naar de Canarische Eilanden, dat toen nog door de Guanchen bewoond werd, ook Imazighen. Over zijn onderzoeken schreef hij een boek in het Grieks, waarop later beroemde antieke wetenschappers zouden teruggrijpen. 

Ptolemeus van Mauretanië 23 - 40 n. Chr.

In 40 n. Chr. werd Ptolemeus in opdracht van keizer Claudius in het amfitheater van Lugdunum (Lyon) gewurgd. Suetonius zegt erover:
"Ptolemaeus, die ik al genoemd heb, liet hij uit zijn koninkrijk komen en ontving hij met grote eerbewijzen. Daarna echter liet hij hem ombrengen om geen andere reden dan omdat hij gemerkt had dat hij bij het betreden van het amfitheater door de glans van zijn purperen koningsmantel de aandacht van de mensen had afgeleid."
Waarschijnlijker is dat Caligula de tijd rijp vond om het bestuur van de zwakke vorst Ptolemaeus geheel over te nemen.
Het vervolg is bekend: Claudius annexeerde het gebied als Mauretania Tingitana. Spoedig brak er een opstand uit onder leiding van Aedemon, een vrijgelaten slaaf van de vermoorde koning. De Romeinen sloegen de opstand neer, geholpen door plaatselijke hulptroepen.

Mauretania Caesariensis en Mauretania Tingitana (40 - 768)

Gemaakt: 01-10-05; laatst bijgewerkt: 12-02-08

colofon