4345

Thoringia (ca. 100 v. Chr. - 800)

Bohemen en Moravië werden tot de eerste eeuw v.Chr. bewoond door Venetische-Illyriërs, waaronder de Boii. Deze stam zou zich rond 200 v.Chr. in dit gebied hebben gevestigd, terwijl zij waarschijnlijk ook hun naam verbonden: Bohemen. Zij bouwden in dit gebied een oppidum (vesting): de Steinsburg op de Kleinen Gleichberg bij Römhild. Vanuit dit bolwerk spreidden zij hun macht uit in de richting van de Oder. 

In de 1e eeuw v. Chr. werden de Boii uit Bohemen verdreven door de Hermunduren (Hermunduri), die samen met de Sueben en Semnonen behoorden tot de West-Germaanse stam van de Herminonen: een Elbe-Germaans stamverbandschap.

Rechts: maquette van een Keltisch oppidum (Deutsche Wikipedia: Oppdidum Steindburg)

Aan het begin van de eerste eeuw hadden de Hermunduren hun oorspronkelijke woongebied rond de Elbe verlaten en waren naar het zuiden en zuidwesten getrokken Zij verdreven de daar voor hen wonende  en Venetische-Illyriërs  of vermengden zich met hen. Het door de Hermunduren verlaten gebied werd in de tweede of derde eeuw n. Chr. bewoond door de uit het noorden komende Angelen en Warnen.

De Hermunduren werden in 3 n. Chr. onderworpen door de Marcomannen die geleid werden door hun stamleider Marbod (Maroboduus). In 17-19 n. Chr. wisten de Hermunduren onder Vibilius  zich van de Marcomannen te bevrijden. Hoe dit in zijn werk ging weten we door de geschriften van Tacitus (Annales).

Koning Marbod had de Marcomannische edelman Catualda (Katvald, Katwalda). Niet duidelijk is waarom het conflict tussen de twee was ontstaan. Rond het jaar 19, toen Marbods' macht sterk aan het afnemen was vond Catualda de tijd rijp zich te wreken. Hij drong door in het hartland van de Marcomanni en riep zichzelf tot koning uit. Marbod vluchtte naar Ravenna waar hij politiek asiel kreeg van keizer Tiberius. Militaire steun tegen Catualda kreeg hij echter niet van de Romeinen. Catualda verging het vervolgens niet goed. Catualda's tegenstanders, die nog steeds actief tegen hem waren, vroegen de Hermunduren zich tegen Catualda te keren. Zij slaagden erin met hulp van Arminius, de aanvoerder van de Cherusken  Catualda te verdrijven. Deze ging opnieuw in ballingschap; nu in Forum Julium, het huidige Fréjus

In 58 streden de Hermunduren een belangrijke slag tegen de Chatten. Doel was het veilig stellen van de zoutbronnen aan de Werra die door de Hermunduren gewonnen werd. 

De Romeinen hebben weliswaar nimmer geheerst in dit gebied, doch onderhielden wel handelsbetrekkingen en ondernamen ook enkele expedities in dit gebied. Er zijn veel Romeinse munten gevonden die hiervan getuigen en het aardewerk dat bij een archeologische opgraving bij Erfurt werd gevonden was identiek aan dat van het Romeinse aardewerk.

Tussen 166 en 180 namen de Hermunduren deel aan de Marcomannenoorlog aan de zijde van de Marcomannen en Quaden tegen keizer Marcus Aurelius.

Over het rijk van de Hermunduren, door Flavius Vegetius Renatus aangeduid met Thoringi (waarvan de naam Thüringen is afgeleid), regeerde in de 4e eeuw n. Chr. koning Bisinus l, ook wel Basin, Besinus, Bisinus, Bisin en Pisen genoemd. Hij werd geboren ca. 390 en trouwde met Menia en had drie kinderen: Basina, Berthar en Bisinus jr. Bisinus l werd opgevolgd door zijn zoons Berthar en Bisinus ll 

Er is een vermoeden dat de deze vroege Thüringse vorsten Sarmaten waren.

In de 5e eeuw begon het Christendom zich te verspreiden onder de Hermunduren, maar haar aanhang bleef voorlopig beperkt. 

Bisinus (Basin) ll (ca. 460 - 506 / 510) trouwde met Basina (van Saksen?), die later zou trouwen met de Frankische koning Childeric (458 - 481) en de moeder was van Clovis. Bisinus ll had ten minste twee kinderen: Baderic en Herminafrid (Hermanfrid). Volgens de Gallische schrijver Sidonius Apollinaris, hebben de Thüringers deelgenomen aan de veldtocht van Attila in Gallië in 451. Na de ondergang van het Hunnenrijk in 454 toen zij in de slag aan de Nedao door de Ostrogoten, de Gepiden en Rugiërs werden verslagen, werden vele Hunnen door de Thoringi te werk gesteld als slaaf of slavin. Sieraden die in graven zijn gevonden wijzen erop dat Thoringi (edelen?) huwelijken hebben gesloten met Ostrogotische en Longobardische vrouwen.

Nadat de Alamannen in 496 waren door de Frankische koning Clovis waren verslagen wisten de Thoringi hun gebied aanzienlijk uit te breiden uit tot aan de Rijn (Trecht), Xanten en Tongeren. Ook bonden zij de strijd aan met de Franken in het Kolenwoud (in Latijnse kronieken Silva Carbonaria genoemd), het oerbos dat zich uitstrekte vanaf Brabant tot Picardië en eens het middendeel van België (de Kempen) bedekte.

Bisinus (Basin) ll werd opgevolgd door zijn zonen Baderic, Herminafrid (Hermanfrid) en Berthachar (Berthagarius). In welk jaar zij koning werden is niet bekend, maar in een brief van de Ostrogotische koning Theoderic de Grote uit 507 wordt Herminafrid aangeduid als rex thoringorum. Zijn dochter Radegund trouwde met Wacho, koning van de Longobarden. Hun dochter, Wisigard, huwde met koning Theudebert I van Metz om het verbond tussen de Franken en Longobarden te bezegelen. 

Theoderic de Grote (493 - 526), die probeerde zijn anti-Frankische alliantie te versterken, trouwde met zijn nicht Amalaberga (een dochter van de Vandalenkoning Thrasamund (496-523) uit aan Herminafried. De drie broers Baderic, Herminafried en Berthachar (Berthar) betwistten elkaar de macht. 

Berthachar had, uit een huwelijk met een niet bekende vrouw, een dochter Radegundis die later trouwde met de Frankische koning Chlotarius I van Soissons. In 529 versloeg en doodde Hermanfried Berthachar, waarna diens bezittingen naar Herminafried overgingen die zich ook ontfermde over de twee kinderen, Radegundis (Radegunda) en haar broer, die Berthachar had nagelaten.
 

Bij zijn poging om ook het erfdeel van Baderic te veroveren zocht Herminafried steun bij de Frankische koning Theuderic van Metz (511-534). Herminafried beloofde Theuderic de helft van Baderics grondbezit, als deze verslagen zou worden. Baderic werd door de Franken verslagen en Baderic werd onthoofd. Maar Herminafrid kwam zijn belofte aan Theuderic niet na . Theuderic nam daarop wraak, daarbij geholpen door zijn broer Chlotarius I van Soissons. Hermanfried sloeg op de vlucht. De Franken versloegen hem vervolgens bij het riviertje de Unstrut (Onestrudis) en namen de koninklijke residentie Scithingi (bij het hedendaagse dorpje Burgscheidungen) in bezit (531 of 532). Opgravingen in Burgscheidungen in de jaren zestig en zeventig hebben helaas geen aanwijzingen opgeleverd voor het bestaan van deze burcht, noch andere vondsten uit die tijd.

Het rijk van de Thoringi werd vervolgens veroverd door de Franken en de Saksen. Ze lieten Herminafrid vrij, maar namen zijn nicht Radegundis gevangen. Herminafrid kreeg een vrije doortocht naar Zülpich, waar Theuderic verbleef. Daar duwde iemand hem echter van de stadsmuur van Zülpich, waarna Herminafrid een dodelijk val maakte (534). Met de dood van Herminafrid kwam er een eind aan het rijk van de Thoringi en kwam het gebied onder het gezag van Frankische hertogen (duces).  Herminafrid liet twee kinderen na: Amalafred en Rodelinda. De laatste zou trouwen met koning Audoin van de Longobarden (545 / 546 - 558/560). 

Aan het eind van de 7e eeuw kwamen de Thoringi onder de Merovingische hertog Radulf, in opstand. Radulf was een Frankische edelman, die ca. 630 door koning Dagobert l (623-634) was aangesteld om de Slaven die zich in 623/624 hadden verenigd onder hun nieuwe leider Samo en een grote bedreiging vormden, te verhinderen het Thüringse grondgebied binnen te dringen. Radulf behaalde daadwerkelijk een overwinning op de Slaven, maar maakte gebruik van zijn nieuwe machtspositie om samen met hertog Fara tegen de Austrasische regent Ansegisel en de jonge koning Sigibert lll  in opstand te komen. Dagobert maakte snel een eind aan de rebellie van Fara.

Radulf had zich echter verschanst achter het riviertje de Unstrut en het Frankische leger kon niets tegen hem ondernemen. Over Radulfs verdere lotgevallen is niet veel bekend. Het schijnt dat hij nog lang in zijn zelfstandige positie heeft weten te handhaven - een teken van de beginnende ineenstorting van de macht van de latere Merovingers -, alleen hoe lang hij nog heeft geregeerd is niet bekend. Zijn zonen Theotbald en Heden l erfden zijn hertogelijke ambt en titel.

Het Christendom begon intussen vaste voet te krijgen in dit gebied. Tussen 686 en 689 was de Ierse heilige Kilianus, in deze streek als missionaris actief. In 721 stichtte Bonifatius het eerste klooster in Germanië: het Michaelsklooster Amöneburg aan de Ohm. In 724 liet de missionaris Bonifatius in Geismar de heilige Donareik neerhalen. In 742 stichtte hij een bisdom in het stadje Würzburg, waar in 787 werd begonnen met de bouw van de eerste dom (later door brand verwoest). 
Würzburg wordt in 704 voor het eerst genoemd en werd nadat hofmeier Karel Martel Thoringia weer onder het gezag van de Franken had geplaatst het bestuurscentrum van de Frankische machthebbers. 

In 785/786 kwam graaf Hardrad met enkele Thüringse edelen in opstand tegen de Frankische machthebbers. Karel de Grote sloeg deze rebellie de kop in en liet de opstandelingen ter dood brengen.

Groot-Moravische Rijk (833-900)

Gemaakt: 26-09-07; Laatst gewijzigd 29-12-10

colofon