4345 |
Thoringia (ca. 100 v. Chr. - 800) |
Bohemen en Moravië werden tot de eerste eeuw v.Chr. bewoond door Venetische-Illyriërs, waaronder de Boii. Deze stam zou zich rond 200 v.Chr. in dit gebied hebben gevestigd, terwijl zij waarschijnlijk ook hun naam verbonden: Bohemen. Zij bouwden in dit gebied een oppidum (vesting): de Steinsburg op de Kleinen Gleichberg bij Römhild. Vanuit dit bolwerk spreidden zij hun macht uit in de richting van de Oder.
In de 1e eeuw v. Chr. werden de Boii uit Bohemen verdreven door de Hermunduren (Hermunduri), die samen met de Sueben en Semnonen behoorden tot de West-Germaanse stam van de Herminonen: een Elbe-Germaans stamverbandschap. Rechts: maquette van een Keltisch oppidum (Deutsche Wikipedia: Oppdidum Steindburg) |
![]() |
Aan het begin van de eerste eeuw hadden de Hermunduren hun oorspronkelijke woongebied rond de Elbe verlaten en waren naar het zuiden en zuidwesten getrokken Zij verdreven de daar voor hen wonende en Venetische-Illyriërs of vermengden zich met hen. Het door de Hermunduren verlaten gebied werd in de tweede of derde eeuw n. Chr. bewoond door de uit het noorden komende Angelen en Warnen. De Hermunduren werden in 3 n. Chr. onderworpen door de Marcomannen die geleid werden door hun stamleider ![]() ![]() |
Koning In 58 streden de Hermunduren een belangrijke slag tegen de Chatten. Doel was het veilig stellen van de zoutbronnen aan de Werra die door de Hermunduren gewonnen werd. De Romeinen hebben weliswaar nimmer geheerst in dit gebied, doch onderhielden wel handelsbetrekkingen en ondernamen ook enkele expedities in dit gebied. Er zijn veel Romeinse munten gevonden die hiervan getuigen en het aardewerk dat bij een archeologische opgraving bij Erfurt werd gevonden was identiek aan dat van het Romeinse aardewerk. Tussen 166 en 180 namen de Hermunduren deel aan de Marcomannenoorlog aan de zijde van de Marcomannen en Quaden tegen keizer Over het rijk van de Hermunduren, door Flavius Vegetius Renatus aangeduid met Thoringi (waarvan de naam Thüringen is afgeleid), regeerde in de 4e eeuw n. Chr. koning Er is een vermoeden dat de deze vroege Thüringse vorsten Sarmaten waren. In de 5e eeuw begon het Christendom zich te verspreiden onder de Hermunduren, maar haar aanhang bleef voorlopig beperkt.
Nadat de Alamannen in 496 waren door de Frankische koning
Bij zijn poging om ook het erfdeel van |
Het rijk van de Thoringi werd vervolgens veroverd door de Franken en de Saksen. Ze lieten ![]() ![]() |
Aan het eind van de 7e eeuw kwamen de Thoringi onder de Merovingische hertog Radulf, in opstand. Radulf was een Frankische edelman, die ca. 630 door koning Radulf had zich echter verschanst achter het riviertje de Unstrut en het Frankische leger kon niets tegen hem ondernemen. Over Radulfs verdere lotgevallen is niet veel bekend. Het schijnt dat hij nog lang in zijn zelfstandige positie heeft weten te handhaven - een teken van de beginnende ineenstorting van de macht van de latere Merovingers -, alleen hoe lang hij nog heeft geregeerd is niet bekend. Zijn zonen Theotbald en Heden l erfden zijn hertogelijke ambt en titel. |
![]() |
Het Christendom begon intussen vaste voet te krijgen in dit gebied. Tussen 686 en 689 was de Ierse heilige Kilianus, in deze streek als missionaris actief. In 721 stichtte Bonifatius het eerste klooster in Germanië: het Michaelsklooster Amöneburg aan de Ohm. In 724 liet de missionaris Bonifatius in Geismar de heilige Donareik neerhalen. In 742 stichtte hij een bisdom in het stadje Würzburg, waar in 787 werd begonnen met de bouw van de eerste dom (later door brand verwoest). In 785/786 kwam graaf Hardrad met enkele Thüringse edelen in opstand tegen de Frankische machthebbers. Karel de Grote sloeg deze rebellie de kop in en liet de opstandelingen ter dood brengen. |
|