2713

Ostrogotische Rijk (493 - 526)

Ostrogoten (300 - 493)

Theoderik (Theodorik) de Grote (493 - 526)

In 493 riep Theoderik zichzelf uit tot koning van het Ostrogotische rijk. Hij huwde met Audofleda (Audufleda, Audefleda), de dochter van Frankische koning Childerik l (458-481) en zuster van Chlodowech (481-511). In de stad Verona bouwde hij zijn residentie op de heuvel S. Pietro.

Nu hij de verantwoordelijkheid had voor het land, dat eens de kern van het Romeinse rijk was geweest, trad Theoderik niet langer op als barbaar. Zijn levenstaak werd het de Ostrogoten tot de beschermers van de Romeinse cultuur te maken. Evenals Odoaker erkende Theoderik keizer  Anastasius in Constantinopel als zijn gebieder. 
De keizer erkende Theoderik als koning van Italië (497). Theoderik breidde zijn rijk door veroveringen nog verder uit, zodat het zich tenslotte uitstrekte over Italië met Sicilië, Dalmatië, een deel van Pannonië, Binnen-Noricum en Raetië. 

Rechts: Het rijk van de Ostrogoten ca. 500

 

Mozaiek in Sant'Apollinare Nuovo, Ravenna, dat eens de facade bedekt  van Theoderics paleis. Na de Byzantijnse verovering van Italië werden de afbeeldingen van Theodoric en zijn vrienden verwijderd, maar als je goed kijkt zie je op de zuilen  een paar handen. 
Hij poogde de vrede onder de Germaanse volkeren te handhaven en regelde in het binnenland het staatsbestuur op voortreffelijke wijze. Hij handhaafde de Romeinse bestuursinstellingen en het Romeinse recht en probeerde dat wat er nog over was van de Romeinse markteconomie te behouden. Hij omringde zich met intellectuelen en was zeer geïnteresseerd in de Romeinse cultuur. Zijn regeringsperiode (493-526) betekende een periode van rust voor het Italiaanse platteland. Dee Goten woorden apart van de Romeinen in garnizoensplaatsen die in heel Italië te vinden waren. Maar de hoge belastingen, waaronder de plicht om de overheidsreserves aan te vullen, bleven bestaan en de verpaupering en de ontwikkeling van het platteland zetten zich op veel plaatsen voort. 
De Romeinse bevolking zocht hij door zachtheid en rechtvaardigheid aan zich te binden. Hij liet hen in het algemeen haar eigendommen behouden; de Ostrogoten stelden zich tevreden met het deel van het Italiaanse grondgebied dat de stamgenoten van Odoaker (Heruli, Sciri en Rugii) tevoren hadden bezeten. Als soldaten en landbouwers verspreidden de Ostrogoten zich bijna over geheel Italië. Theoderik verbood hen echter zich met handel en industrie bezig te houden; zij mochten zelfs geen Romeinse scholen bezoeken. Hij wilde dat zijn Ostrogoten hun kracht onverzwakt zouden bewaren. Romeinen en Ostrogoten bleven dus nog steeds twee verschillende volken, al leefden zij in één en dezelfde staat.

Het Romeinse Rijk was weliswaar in 476 gevallen, maar tussen 493 en 526 regeerde de Ostrogotische koning als  Romeinse keizer over zijn rijk. Onder bescherming van de Ostrogoten bloeide een nieuwe cultuur op. Theoderik bouwde daarbij, voor zover dat mogelijk was, op Romeinse grondslag. Met name besteedde hij veel zorg aan het beschermen en restaureren van antieke gebouwen, aquaducten en zeehavens. In zijn hoofdstad Ravenna liet hij een zwierig paleis bouwen, compleet met glinsterende mozaïeken en prachtige zuilen, die helemaal uit Rome werden aangesleept. Intussen hield hij nauwgezet de wettigheid van zijn regering in stand met veelvuldig vertoon van onderworpenheid aan het keizerlijk gezag in Constantinopel. Maar de bescheiden luister van Theoderiks rijk was op wankele grondvesten gebouwd. De Ariaanse Ostrogoten en de Romeinse christenen leefden hoofdzakelijk in gescheiden gemeenschappen, in wederzijds wantrouwen. 

Hoewel de keizer van Byzantium hem als koning had erkend, probeerde Theoderik toch ook zijn positie veilig te stellen door een verbond te sluiten met Germaanse stammen, met name door het sluiten van geschikte huwelijken. Deze expansiepolitiek liep echter spaak door de expansiepolitiek van de Frankische koning Chlodovech (Clovis), die hij in de jaren 507-508 door aansluiting van de Visigotische Provence bij Italië tegenwerkte.

Vanaf 511 tot 522 was Theoderik ook koning over het rijk van de Visigoten in Spanje. 
Zijn dochter Thiudigotho was namelijk gehuwd geweest me de Visigotische koning 
Alarik ll
, die in 507 in de slag bij Vouillé tegen de Franken was gesneuveld. In 522 liet Theoderik zijn kleinzoon Amalaric uitroepen tot koning van de Visigoten.  

Het bestuur van Italië door Theoderik was voor Rome een echte zegen. Hij liet alle beschadigde gebouwen herstellen en gaf de aquaducten en de thermen een onderhoudsbeurt. En wat zeer belangrijk was: hij gebruikte daartoe geen materiaal dat afkomstig was van reeds bestaande gebouwen, maar liet eigen bakstenen bakken, met de zeer toepasselijke stempel REGNANTE D(omino) N(ostro) THEODERICO FELIX ROMA = "gelukkig Rome onder het bewind van onze heer Theoderik".

Theoderik had geen zoons, maar wel een intelligente dochter: Amalaswintha (ook wel Amalasuntha genoemd), die een goede Romeinse opvoeding had genoten. In 515 huwde zij met Eutharic, een obscuur Gotisch edelman. Zij kreeg ook een zoon: Athalaric (= aþala rikus = nobele heerser):, die geboren werd in 518. Eutharic strierf al in 522. Theoderik had, toen hij zijn einde voelde naderen, Athalaric aangewezen als zijn opvolger en wenste dat zijn moeder als regent zou regeren tot Athalaric volwassen zou zijn.

Theodrik stierf in 526. Zijn lichaam werd bijgezet in een mausoleum

  Ostrogotische Rijk (526 - 541)

laatst bijgewerkt: 22-07-02

colofon