2665

Frankische rijk (481 - 496)

Franken (458 - 481); West-Romeinse Rijk (467 - 493)

Chlodowech (Clovis) (481 - 511)

Childerik l werd als gouwkoning van de Salische Franken in 481 opgevolgd door zijn 16 (15) - jarige zoon  Chlodowech (gewoonlijk, naar Frans voorbeeld, maar minder juist,  Clovis genoemd). 

Deze profiteerde van de op Romeinse wijze geschoolde legermacht, die zijn vader hem had nagelaten. Chlodowech (481-511) ruimde niet alleen zijn rivalen uit de weg. Hij verenigde ook de Franken onder zijn bewind. Bovendien vergrootte hij ook zijn heerschappij over andere volkeren ten oosten en ten westen van zijn gebied.

Bij zijn troonsbestijging in 481 was Chlodowech een weinig betekenend Frankisch vorst, wiens rijk uit niet meer dan de beide noordelijke Rijnoevers bestond. Clovis bewees het oertype van de barbaar te zijn: bruut, onwetend en volkomen a-moreel, stal hij de krijgskas, sloeg schedels in en verzamelde bijzitten met verbijsterend animo. Maar deze heftige jongeling stelde de katholieke bisschoppen spoedig tevreden door zijn in het oog springende eigenschappen van legeraanvoerder. 

Zijn doel was om de Salische Franken ten noorden van de Rijn en de Ripuarische (Rheinische) Franken tot één rijk te verenigen. 

 

In de eerste helft van zijn dertigjarige regering timmerde Chlodowech zijn verspreide krijgslieden tot een hecht leger tezamen. Door list en geweld wist hij zijn gebied bij stukjes en beetjes uit te breiden naar het oosten tot aan de Rijn en naar het westen tot aan de Atlantische oceaan, zodat hij tenslotte het grootste gedeelte van Gallië en grote stukken van Germanië omvatte. Als hoofdstad koos hij Parijs in plaats van het voormalige Doornik. Zijn overwinningen brachten hem in het aangezicht met de Visigoten langs de Loire. Tijdens zijn veroveringen koesterde de langharige vorst op listige wijze zijn bisschoppelijke leermeesters, vooral de verheven bisschop Remi van Reims. Misschien voorzag Chlodowech van begin af aan de voordelen die hem goed ten deel zouden vallen, als hij de enige katholieke koning van het Westen zou worden. Vanuit Doornik drong Chlodowech samen met Ragnachar, de koning van de Salische Franken in het gebied rond Kamerijk in Noord-Gallië, door naar het bekken van Parijs en in 486 versloeg bij Soissons Syagrius, de laatste Romeinse veldheer in Gallië. De stad Soissons die Chlodowech vervolgens innam, was het laatste Romeinse bolwerk. Dankzij deze overwinning nam de Frankische hegemonie in Noord-Gallië toe. 

Nadat Clovis de Romeinen had overwonnen, zouden de Franken, aldus Gregorius van Tours een heilige vaas hebben buitgemaakt. 

Na de vernietigende slag trok Clovis op naar Châlons-sur-Marne en Troyes, om daar de resterende Romeinse legers te verjagen naar het zuiden. Ofschoon Clovis nog geloofde in de heidense goden, respecteerde hij de bisschoppen uit de streken van Bourgondië. Clovis rukte op naar Reims, maar plunderde de stad niet. De bisschop van Reims, de latere heilige Rimigius (Saint Rémi), die later Clovis zou dopen, was zijn persoonlijke vriend. Een bende Frankische soldaten sloeg echter aan het muiten en trok naar Reims en plunderde toch de stad en namen bij toeval de vaas van de bisschop mee, waarna zij zich weer voegden bij Clovis' leger. Twee monniken kwamen bij de koning en vroegen hem de vaas terug te geven. Toen de Franken in Soissons terugkwamen, werd hun buit op een hoop gelegd. Toen zou worden begonnen met de verdeling van de buit, vroeg Clovis de vaas te mogen nemen. De soldaten stemden toe, maar toen hij de vaas in beide handen nam, sprong een krijgsman, die Clovis de vaas niet gunde, naar voren en sloeg de vaas met zijn bijl in stukken. Tot grote verbazing van de Frankische krijgers deed hun koning niets. Hij zei geen woord, maar ondertussen zinde hij op wraak. Het jaar daarop, tijdens een wapeninspectie, inspecteerde Clovis zijn manschappen en zag dezelfde krijgsman, met slecht verzorgde wapens. Boos rukte Clovis hem de bijl uit handen en wierp hem voor zijn voeten. De krijger bakte om hem op te rapen, maar op hetzelfde moment trok Clovis zijn bijl en sloeg hem de schedel in, zeggende: "Zo deed je ook met de vaas van Soissons."

Clovis koos Reims als zijn nieuwe residentie en vergrootte tot ca. 493 zijn gebied door de onderwerping van alle Salische volken. Om deze machtsuitbreiding veilig te stellen trad hij toe tot een verbond dat de Ostrogotische koning Theodorik de Grote tot stand had gebracht tussen de verschillende in het westelijk deel van het Romeinse Rijk gevestigde Germaanse koninkrijken.  Hierdoor beschermde Chlodovech de zuidgrens van zijn rijk tegenover het rijken van de Visigoten, gevestigd in Zuidwest-Gallië, en dat van de Bourgondiërs, die zich in de streek van Saône en Rhône hadden gevestigd, zodat hij al zijn krachten kon aanwenden tegen de bedreiging van de Alamannen in het oosten. Om het verband met Theoderik te bekrachten trad Chlodovechs zuster in het huwelijk met Theorderik.

In zijn streven toenadering te zoeken tot de Germaanse rijken in Midden- en Zuid-Gallië huwde Clovis in 492 of 493 met de katholieke dochter van de Bourgondische koning  Chilperic ll, Chlotilde (Chrodechilde). Chilperic ll was in 491 vermoord door zijn broer Gundobad, en toen Clovis om Chlotilde's hand vroeg, werd gezegd dat Gundobad te bang was om te weigeren. 

Gundobads broer, Godegisel probeerde in het geheim Clovis over te halen Bourgondië binnen te vallen. Godegisel wilde namelijk zelf de troon veroveren. Het kan daarom zijn dat de moord op Chilperic ll door Godegisel in scène was gezet om Clovis' eventuele invasie te verantwoorden. Hoe dan ook: Gundobad vluchtte naar Avignon, waar hij een nieuw leger vormde, waarop Clovis zich met hem verzoende en zelfs zijn bondgenoot werd in zijn strijd tegen de Visigoten. Godegisel zou later door Gundobad worden vermoord.

Chlotilde heeft geprobeerd Clodowech over te halen zich te bekeren tot het katholieke geloof. Dit lukte niet erg. Op haar initiatief bouwde Chlodowech de basiliek des Saints Apôtres et Paul op de Mont Genevièvre, die later de abdij van Sainte Geneviève in Parijs werd, waar beiden later zouden worden begraven. Tijdens de Franse Revolutie in 1789 werd de sarcofaag van Clovis naar het depot van de Petits-Augustins verplaatst. Uiteindelijk vonden zijn stoffelijke resten een definitieve rustplaats in de basiliek van Saint Denis.

Frankische Rijk (496 - 500)

laatst bijgewerkt: 18-10-08

colofon