3804 |
Kanaän - Judaea (500 - 141 v. Chr.) |
![]() |
Van 540 - 333 v. Chr. behoorde Kanaän meer dan twee eeuwen tot het Perzische rijk onder de heersers Na de dood van Alexander de Grote in 323 v. Chr. behoorde Palestina tot het Rijk der Ptolemaeën (323 - ca. 200 v. Chr.) onder In 198 v. Chr. vielen de Seleuciden onder leiding van |
Mattatias en de Makkabeese opstand (167 - 164 v. Chr.) De Seleuciden onderdrukten de Joden en in 168 v. Chr. beval Judea aan het begin van de Makkabeese opstand |
![]() |
![]() |
Tot zijn zonen Johannes, Judas, Jonatan, Eleazar en Simeon, sprak Mattatias de woorden: "Ach, ben ik geboren om te zien hoe mijn volk wordt vernietigd, hoe de heilige stad wordt verwoest? Moet ik toezien hoe de stad aan de vijand wordt uitgeleverd, hoe het heiligdom in handen valt van vreemden? De tempel werd als een man zonder eer, het kostbare tempelgerei werd als buit weggevoerd. Jeruzalems kinderen werden gedood in de straten, haar jonge mannen vielen door het zwaard van de vijand. Welk volk bezit niet een deel van haar land, Beroofd is zij van al haar sieraden, zij is een slavin, haar vrijheid is haar ontnomen. Onze heilige tempel is verwoest, zijn pracht en praal zijn verdwenen, vreemde volken hebben hem ontwijd. Waarom nog zouden wij leven?" (citaat uit het Eerste Boek Makkabeeën - Hoofdstuk 2 uit de Nieuwe Bijbelvertaling).
Het begin en verloop van de opstand wordt beschreven in het boek I Makkabeeën, zij het vanuit een gekleurd (pro-hasmonees) perspectief. Aanvankelijk leidde Mattatias de opstand, maar na zijn dood nam zijn zoon Judas de leidersrol op zich. Hij is ook degene die als eerste de bijnaam 'Makkabeeër' kreeg (Makkabeeër betekent 'moker'). Links: Mattatias onthoofdt een Jood die wil offeren aan heidense goden |
Judas Makkabeüs (165 - 160 v. Chr.) Judas Makkabeüs (Jehuda haMaccabi) toonde zich een uitmuntend militair en veroverde in 164 v. Chr. Jeruzalem op de Seleuciden. Toen Judas en zijn manschappen de Tempel binnenkwamen, zagen ze dat de Grieken alles vernield hadden. De hoge Menora die in de Tempel stond, was omgegooid en moest weer recht gezet worden. Nadat dit gedaan was, merkten de priesters dat er geen oliekruiken meer waren, één van hen vond echter nog een klein kruikje, met daarin alleen nog maar genoeg olie om de Menora één dag te laten branden. De Menora werd aangestoken en de Tempel werd heringewijd. De hogepriester wist dat zij gauw op zoek moesten naar meer olie en tijdens dat proces, hielden ze de Menora goed in de gaten. De volgende dag brandde de Menora nog steeds, de priesters begrepen hier niets van. De dag daarop ook nog. Zo ging het acht dagen lang, totdat er nieuwe olie was voor de Menora. Deze wonderlijke gebeurtenis wordt door Joden jaarlijks herdacht in het Chanoeka (=herinwijding)-feest. Judas sneuvelde in de strijd in 160 v. Chr. Zijn broer Jonathan volgde hem op. |
Gemaakt: 18-09-04; laatst bijgewerkt: 21-09-08 |