3901 |
Het rijk der Ptolemaeën (321 - 285 v. Chr.) |
![]() |
Na dood van Ptolemaeus I werd geboren rond 367-366 v.Chr. Over zijn exacte afkomst bestond reeds in de Oudheid veel onduidelijkheid. Officieel was hij de zoon van een zekere Lagos, een verder onbekend Macedonisch edelman, maar er waren ook geruchten dat zijn natuurlijke vader Philippus II was, de vader van Alexander III "de Grote" en koning van Macedonië (359-336). Over zijn jeugd is weinig bekend. Hij was waarschijnlijk bevriend met Alexander en zou met hem verbannen geweest zijn door Philippus II, maar keerde in 336 bij de dood van Philippus naar Macedonië terug. |
![]() |
Ptolemaeus zou deelgenomen hebben aan Alexanders veldtocht in het noorden tegen o.m. de Triballiërs en zou ook aanwezig geweest zijn bij de verwoesting van Thebe. Ook aan Alexanders grote veldtocht tegen Perzië nam hij deel. Aanvankelijk was hij hier een achtergrondfiguur, maar hij kreeg steeds belangrijkere commando's toegewezen, zoals de arrestatie van de Pers Bessos, die de Perzische koning Darius III vermoord had. Hij veroverde Cyprus en Cyrene (in het huidige Lybië) en liet daardoor blijken dat hij weinig gaf om het centrale gezag. Daarop ondernam Perdiccas een veldtocht naar Egypte (321), maar deze had geen succes en Perdiccas werd vermoord; Egypte bleef van Ptolemaeus. In de jaren daarna hield Ptolemaeus zich rustig in Egypte. Door diplomatie probeerde hij zijn gebied te behouden, zonder zich te fel in de voorraden verspillende oorlogen van de andere generaals te mengen. Bijzondere aandacht had hij voor Syrië, dat de enige toegangspoort tot Egypte vormde en dat hij als een soort van buffer trachtte te veroveren, ook al liep dat niet van een leien dakje. Syrië viel onder het rijk van Nog éénmaal werd de heerschappij van Ptolemaeus serieus bedreigd, namelijk in 306 v. Chr.. Toen werd hij namelijk verslagen in de slag bij Salamis bij Cyprus, dat door Antigonos, de satraap van Phrygië die probeerde het rijk van Alexander onder zijn heerschappij te herenigen, veroverd werd. Antigonos waagde daarna ook een aanval op Egypte zelf, maar Ptolemaeus wist deze te weerstaan. Kort daarop (in 304 of 305 v. Chr.) liet Ptolemaeus zich tot koning kronen en nam ook de officiële titel van farao aan om de autochtone aristocratie en priesters gunstig te stemmen. Ook nam hij de naam Soter (d.w.z. redder) aan. |
![]() |
De in 283 c. Chr. voltooide reuzenvuurtoren Pharos gold al snel met de piramide van Cheops en de kolos van Rhodos, het standbeeld van Zeus in Olympia en het praalgraf van Mausolus in Halicanassus als een van de zeven wereldwonderen en een de grootste en belangrijkste handelshaven van het Nabije Oosten. De Pharus bestond uit drie verdiepingen: een 70 meter hoge vierhoekige basis die taps toeliep, een achthoekige toren van 30 meter en een rond lichthuis van ongeveer 9 meter waarin een groot vuur brandde. De brandstof werd aangevoerd door een schacht, het licht werd door spiegels versterkt. De basis van de toren werd omgeven door een vierkante verdedigingswal en op de spits stond een beeld van de god Zeus. Jammer genoeg is hiervan tot op heden geen brokje teruggevonden. In 1996 zijn wel enkele vondsten gedaan op de zeebodem voor de kust van Alexandrië, die zouden bestaan uit delen van de vuurtoren en van het paleis van Cleopatra. 22 jaar heerste hij als koning over Egypte en als eerste heerser van de Ptolemaeïsche dynastie (304/305-282 v. Chr.). Hij zag eruit als de Egyptische farao die hij zo graag wilde zijn: gekleed in een koninklijk schaamschort en op zijn hoofd de dubbele kroon van Opper- en Neder-Egypte. |
![]() |
Ptolemaeus stierf in 285 v. Chr. op circa 82-jarige leeftijd, na ruim 30 jaar over Egypte geheerst te hebben. Hij werd opgevolgd door zijn zoon ![]() Ptolemaeus gaf de aanzet tot de bloei van de door Alexander gestichte stad Alexandrië. [Alexandrië werd in 331 door Alexander de Grote gesticht op de plaats van een strategisch gelegen vissersdorpje. Alexanders bouwmeester Deinokrates van Rhodos maakte het ontwerp voor de aanleg: regelmatig, met elkaar rechthoekig kruisende straten. Ptlolemaeus verplaatste hij de hoofdstad Memphis naar deze bescheiden Griekse kolonie tussen de Middellandse Zee en het Mareotis Meer. Hij stichtte in deze stad de cultus van Serapis en nodigde kunstenaars en geleerden aan zijn hof. |
Alexandrië werd een centrum van dichters, schrijvers (w.o. dichters als Theocritus en Callimachus), filosofen en geleerden. Ter stimulering van kunst en wetenschap liet Ptolemaeus ll dicht bij de haven een aan de muzen gewijd gebouw neerzetten, het zogeheten Mouseion (Museon), een academie die een beroemd centrum van wetenschap zou worden en waarvan de beroemde Alexandrijnse bibliotheek deel uitmaakte. Het Mouseion en de bibliotheek maakten deel uit van het paleiscomplex, dat ongeveer een derde van de stad in beslag nam. Dankzij een wet van Ptolemaeus, die bepaalde dat iedere boekrol die Alexandrië "aandeed" gekopieerd moest worden, groeide het boekenbezit binnen een eeuw aan tot 500-700 duizend papyrus- en perkamentrollen. Zo werd het hellenistische Alexandrië een centrum van wetenschap, een baken van Verlichting in de klassieke wereld. Euclides, hoofd van de afdeling wiskunde van het Museon, formuleerde hier in het begin van de derde eeuw v. Chr. zijn Grondbeginselen van de meetkunde en de arts Herophilus maakte een zeer nauwkeurige studie van de anatomie -met behulp van vivisectie op veroordeeld misdadigers.
Alexandrië, dat op haar hoogtepunt 700.000 inwoners had, was een stad van tientallen nationaliteiten en godsdiensten. De verschillende bevolkingsgroepen (Grieken, Egyptenaren en een grote Joodse gemeenschap) bewoonden aparte wijken. De Griekse bovenlaag, bestaande uit afstammelingen van de door Alexander achtergelaten soldaten en uit nieuwe kolonisten, vermengden zich echter weinig met de Egyptische bevolking. Zij voelde zich meer verwant met de Griekse (heersende) minderheden in de andere door Alexander gestichte kolonies in de hellenistische wereld. Vooral met hen werd gehandeld en cultuur uitgewisseld. |
De stad groeide snel, maar nog stimulerender dan de bouw van paleizen, tempels en havenhoofden was de komst van het reliek der relieken: het lijk van Alexander de Grote die bij zijn leven al door de Egypte-naren als farao (en dus als godheid) vereerd was. Ptlolemaeus liet de gemummificeerde resten - op weg van Alexanders sterfplaats Babylon naar zijn geboorteplaats Pella (Macedonië) kidnappen en zette ze bij in een praalgraf. Waar precies weet niemand. Heinrich Schliemann slaagde er een eeuw geleden niet in om de tombe te vinden en van de Griekse archeologe die in 1996 claimde dat ze daar wel in gelaagd was, wordt niet veel meer vernomen. Ptolemaeus streefde naar een overheersende positie in het oosten van de Middellandse Zeebekken en veroverde tijdens zijn regering Cyrene, Cyprus en Palestina. Daartoe voerde hij oorlogen tegen Antigonus l en Demetrius Poliocretes.
laatst bijgewerkt: 30-06-03 |