|
Boven: Persepolis (tekening uit de 19e eeuw)
Toen hij eindelijk de tijd begon te krijgen om een veldtocht op touw te zetten, kwam er nieuws over moeilijkheden in het oosten. De Massageten (Massagetae), een aan de Sarmaten verwant herdersvolk, dat in de zesde eeuw een groot gedeelte van Noordwest-Turkestan domineerde, onder leiding van koningin Tomyris, bedreigden zijn grensprovincies. Cyrus gaf bevel tot tegenmaatregelen en besloot de expeditie zelf aan te voeren. Hij achtervolgde de vijanden naar hun eigen gebied, waar de woeste stammen zich in 530 v. Chr. verenigden en de strijd aanbonden, die door Herodotus "heviger dan enige andere slag" werd genoemd. De meeste Perzen - waaronder Cyrus - werden gedood.
Homerus: Deze slag acht ik den heftigste van alle die tussen barbaren geleverd zijn, en naar ik verneem heeft hij zich aldus toegedragen. Eerst stonden zij op een afstand van elkander, naar gezegd wordt, en schoten met pijlen; daarna echter, toen de pijlen verschoten waren, vielen zij aan op elkander en grepen elkander aan met speren en zwaarden. Lange tijd nu bleven zij in strijd gewikkeld en geen van beiden wilde vluchten; eindelijk echter overwonnen de Massageten. Het grootste deel van het Perzische leger kwam op die plaats zelf om, en ook Cyrus zelf sneuvelde, en zijn regering had in het geheel negen en twintig jaren geduurd. Tomyris vulde een zak met mensenbloed en zocht onder de doden het lijk van Cyrus; toen zij het gevonden had, duwde zij zijn hoofd in de zak, en het lijk schendende, zei zij het volgende: "gij hebt mij, die leef en u in den strijd overwonnen heb, te gronde gericht mijn zoon door list vangende, doch ik zal u, zoals ik gedreigd heb, van bloed verzadigen." Van de vele verhalen, die over het einde van Cyrus' leven gezegd worden, wordt dit als het geloofwaardigste door mij bericht.
|