3932 |
Han-dynastie (189 - 87 v. Chr.) |
![]() |
Bij de dood van Lu Hou in 180 voor Chr. trachtte de Lu familie de macht van de Han over te nemen. De drie overlevende zonen van Gaodi konden dit verhinderen en werd de volledige Lu clan uitgemoord. De ambities van de familie van de keizerin waren een steeds terugkerend destabiliserend fenomeen tijdens de Han-dynastie. Toch is het hen nooit gelukt om de plaats van de Liu-clan op de troon in te nemen (met als uitzondering de genoemde keizerin Lu en het korte interregnum van Wang Mang, 9 - 24 na Chr. Tijdens de tweede helft van de Han-dynastie werden de boeren steeds armer door de geleidelijke uitbreiding van de grote landgoederen.
Gaodi's zonen brachten opnieuw stabiliteit. Ze duidden eensgezind hun halfbroer |
![]() |
Keizer links: Confucius |
Aan de stilte aan het front kwam een einde toen onder de krachtige leiding ![]() |
![]() Jingdi besefte dat 90% van de bevolking leefde van landbouw en erkende het belang van deze sector. Hij voerde een dienstplicht ( bij het leger ) in van 2 jaar en een jaarlijkse plicht van 1 maand om publieke werken uit te voeren, zoals herstellingen aan wegen, bruggen en gebouwen of vervoer van graan. Samen met deze grote welstand ontwikkelde zich de belangstelling voor het hiernamaals, met als gevolg de uiterst weelderige graven. |
De keizer deed, terwijl hij het voorbeeld volgde van Confucius, ook mee met de gewoonten van de Taoìsten. Wudi zette een aanval tegen de Hioe/Noe in en bracht na drie jaar strijd de Chinezen een grote overwinning. Daarna marcheerden de keizerlijke legers naar het zuiden waar zij optrokken tegen kleine, zwakke legers ten zuiden van de Jangtze. Het koninkrijk rond Kanton en de provincie Noord-Vietnam werden een deel van het rijk.In het noordoosten viel het Chinese leger Korea aan en vanuit Korea bereikten Chinese gewoonten en ideeën de eilanden van Japan, waar de bevolking nog steeds primitief en onontwikkeld was. Succesvolle militaire campagnes brachten het Tarim-bekken in het westen onder controle van de Han. Het Centraal-Aziatische nomadenvolk Xiongnu vormde in de tweede eeuw v. Chr. een continue bedreiging voor de Han. Keizer Wudi en zijn opvolgers wisten de bedreiging van Xiongnu effectief te bestrijden. Reeds van 111-110 v. Chr. werden de zelfstandige staten Minye (qua ligging en oppervlakte ongeveer overeenkomend met de huidige provincie Fujian) en Nanye gelegen rondom het huidige Guangzhou (Canton) en zich uitstrekkend tot in het huidige (Noord-)Vietnam, gepacificeerd. Tenslotte werd het militaire machtsgebied rond 108 v. Chr. uitgebreid met grote delen van Korea en het zuiden van Mantsjoerije. Tijdens de vroege Han dynastie werd de Zijderoute tot stand gebracht. Ze liep, vertrekkend uit de hoofdstad Chang'an ( de huidige stad Xi'an) via Dunhuang, Turpan en Anxi over centraal Azië via Indië richting Perzië tot aan de Middellandse zee. Wegens de bloeiende handel kwam er meer welstand en stabiliteit in het keizerrijk. Voor het eerst kreeg men er het gevoel " één land en één volk " te zijn. Om de macht van de handelaars in te dammen en de staatskas te spekken, voerde keizer Wudi (r. 141-87 v. Chr.) staatsmonopolies in op ijzer, zout en sterke drank. Verder regelde hij een systeem van door de staat beheerde graanvoorraden, dat speculanten de wind uit de zeilen nam. De filosofische grondslagen van het staatsapparaat dat oorspronkelijk op legalistische leest geschoeid was, werden ten tijde van Wudi min of meer vervangen door confucianistische principes. In 111 v. Chr. stichtte In 124 werd de Keizerlijke Academie opgericht waar toekomstige bureaucraten werden onderricht in de confucianistische en taoïstische klassieke werken. Deze bureaucraten werden succesvol door het hof ingezet voor functies waar vroeger, tijdens de Zhou-dynastie, de feodale vorsten en families hun machtsbasis aan ontleenden. Zij waren alleen trouw verschuldigd aan de keizer en daarmee een belangrijk bindend element binnen de Han-staat. |
Tijdens de Han-dynastie werd de stad Hanyang aan de Yangtze een drukke haven. In 206 n. Chr. kreeg de stad stenen muren. In 223 kreeg ook de aangrenzende stad Wuchung stadswallen, waardoor deze tot dan toe afzonderlijke steden in elkaar opgingen, waaruit de stad Wuhan ontstond.
Rechts: muntstuk uit de regeringsperiode van keizer |
![]() |
Prins Liu Sheng was koning van Zhongshan. Hij werd in 113 v.Chr. begraven in een grot in een klif bij Lingshan, provincie Hebei (200 km Z.W. van Beijing). Zijn lichaam was eerst gewikkeld in 12 lagen zijde en daarna gekleed in een gewaad lijkend op een harnas, gemaakt van 2.498 kleine plakjes jade, die met gouddraad aan elkaar bevestigd waren. Het gebied van Urumqi werd aan het einde van de 2de eeuw v.Chr. veroverd door de legers van de Chinese keizer Wudi. Deze liet het gebied in cultuur brengen en er troepen stationeren. Het werd een belangrijke stop op de noordelijke zijderoute. De naam Urumqi (ook geschreven als: Urumchi, Ürümqi en Wulumuqi) is afkomstig uit een oude Mongoolse taal van de Junggur stam en betekent ongeveer 'mooi grasland'. |
![]() |
![]() |
Onder ![]() ![]() |
Toen de Chinese keizer ![]() Keizer z. verder: Hemelse Paarden |
![]() |
Laatst bijgewerkt: 10-10-08 |