3941 Kashgar
Kashgar (ook geschreven als: Kashi of Kaxgar) in de Chinese provincie Xinjiang in het uiterste westen van China, was een knooppunt op de Zijderoute. Hier kwamen de wegen uit alle windrichtingen bij elkaar. Nog steeds is de oude stad Kashgar één grote bazaar. De bevolking bestaat uit Chinezen en de autochtone inwoners: de Oeigoeren. Zij behoren ook tot een van de Turkse bevolkingsgroepen van Centraal Azië met hun eigen taal, waarvoor zij het Arabische schrift gebruiken.
De oudste vermelding van Kashgar  wordt gevonden in Perzische geschriften uit de 1ste eeuw v.Chr. Kashgar was toen al één van de belangrijkste steden op de zijderoute. Hier kwamen de routes die noordelijk en zuidelijk om de Taklamakan woestijn liepen samen met de route over het Pamir gebergte en de aftakking naar India. Voor Chinese handelaren was dit het verste punt van hun reis. Nadat aan het begin van de 1ste eeuw n.Chr. de Chinese Han dynastie haar macht over het Tarim bekken had verloren ontstond hier het eerste boeddhistische koninkrijk in het Tarim bekken.

Enkele tientallen jaren later wist de briljante Chinese generaal Ban Chao het Tarim bekken, inclusief Kashgar, weer te onderwerpen aan het centrale gezag. In de loop van de eeuwen zou deze stad aan de rand van de Chinese invloedssfeer nog vele malen in opstand komen of veroverd worden door andere volken en steeds weer onderworpen worden aan de Chinese keizers. Tot aan de komst van de islam aan het einde van de 9de eeuw bleef het boeddhisme hier floreren, terwijl de stad gedurende deze periode aanzienlijke invloed onderging van India en Perzië.

Hsuan-tsang (602-664) vermeldde in het verslag van zijn reis naar India dat de inwoners van Kashgar groene ogen hadden en dat hun schrift ontleend was aan het in India gebruikte. Hij vond de bewoners onstuimig en verraderlijk.

Toen in de 7de eeuw de Tibetanen het Tarimbekken veroverden wist Kashgar (samen met Yarkand) onafhankelijk te blijven. Omstreeks 840 trokken de Oeigoeren vanuit het noorden het Tarimbekken binnen en vestigden niet lang daarna in Kashgar het khanaat van de Karakhaniden, dat tot 1212 zou blijven bestaan.

Gedurende de regering van Satuq Bughra Khan (Satuq Boghra Khan) (920-955) ging de bevolking over van het boeddhisme naar de islam. Hij en zijn opvolgers voerden vele bloedige oorlogen tegen de boeddhistische koninkrijken van Yarkand en Khotan. Als gevolg van deze oorlogen kwam de handel op de zijderoute geruime tijd geheel tot stilstand.

Aan het einde van de 12de eeuw begon voor Kashgar een nieuwe periode van grote bloei. Die ook na de verovering van de stad door de Mongolen in 1218 nog geruime tijd voortduurde.

Marco Polo schreef in de 13de eeuw over Kashgar:
"Kashgar was vroeger een onafhankelijk koninkrijk, maar is tegenwoordig aan de Groot Khan onderworpen. De inwoners aanbidden Mohammed. De mensen leven van handel en nijverheid. Ze hebben verrukkelijke tuinen, mooie wijngaarden en prachtige boerderijen met rijke akkers. Er wordt hier veel katoen verbouwd en ook vlas en hennep. Veel kooplieden uit dit land reizen met hun waren over de hele wereld. Toch moet worden opgemerkt dat de mensen hier over het algemeen gierig zijn en erbarmelijk leven. Ze voeden zich slecht en hebben ook niets behoorlijks te drinken."

Ook na het verdwijnen van de zijderoute bleef Kashgar, ondanks vele oorlogen en opstanden waar het mee te maken kreeg, een belangrijke stad. 

Gemaakt: 28-07-05

colofon