7131

De reizen van Marco Polo (1271 - 1295)

Ontdekkingsreizen in de Middeleeuwen; Oost-Azië (1260 - 1368: Yuan-dynastie

Eén van de bekendste reizigers ooit is Marco Polo, de man die onder andere Columbus heeft geïnspireerd. Zo'n 24 jaar van zijn leven heeft hij reizend door Azië doorgebracht. Marco Polo heeft meer gezien dan wie dan ook voor hem en velen na hem.

Marco Polo werd in 1253 geboren, volgens sommige bronnen op het eiland Korcula in de Adriatische Zee, volgens andere bronnen in Venetië. Hij groeide op in Venetië, toentertijd een belangrijke handelsstad. Zijn vader Nicolo was een bemiddelde handelsreiziger die samen met zijn broer Maffeo vele reizen naar het Oosten ondernam, onder meer naar Constantinopel, Samarkand in Rusland en Cambaluc, het huidige Peking. (z.
De reizen van Nicolo en Maffeo Polo (1260 - 1269)) Zij onderhielden onder andere contact met de beroemde Mongoolse vorst Koeblai (Kublai) Khan (1260 -1294). Deze vroeg hen bij een volgend bezoek missionarissen en relikwieën mee te nemen en dat deden ze dan ook.

Marco was zes jaar toen zijn vader Nicolo en oom Maffeo uit Venetië vertrokken naar Soedak op de Krim van waaruit zij  verder naar het oosten zouden reizen. Tegen de tijd dat Nicolo en Maffeo hadden besloten terug te keren naar Cambaluc (Peking), was Marco 17 jaar. Ze besloten hem mee te nemen.  In het jaar 1271 vertrokken zij uit de haven van Venetiè voor een reis die drie en een halfjaar zou duren en die Marco tot een van de beroemdste wereldreizigers zou maken. De honderd geestelijken die Kublai Khan gevraagd had gingen niet mee, in plaats daarvan namen ze geschenken en brieven mee van de paus. Ze zeilden langs de kust van het huidige Kroatië en waarschijnlijk stopten ze even in Marco's geboorteplaats, Curzola (Korcula), om een bezoek te brengen aan enkele familieleden. Gelukkig werden ze onderweg niet lastig gevallen door piraten. Na een reis van een aantal dagen kwamen ze aan in hun eerste reisdoel: de havenstad Akko (Acre), een Palestijnse stad ten noorden van de huidige Israëlische stad Haifa, met grote versterkte muren er omheen. 

De stad was toen nog in handen van de Kruisvaarders en was een plaats waar pelgrims stopten als ze op weg waren naar het Heilige Graf in Jeruzalem. Toen Marco Polo de stad binnenkwam keek hij met grote bewondering naar de huizen, paleizen en de prachtig geklede rijke edelen.

In Akko ontmoetten de Venetianen priester Theobald, de latere paus Gregorius X. Nicolo vertelde Theobald over zijn vorige reis naar China, en dat keizer Kublai Khan hun gevraagd had priesters op te halen, die zijn onderdanen het christendom moesten prediken. Theobald beloofde voor twee monniken te zorgen die bereid waren in dienst van de Kerk alle ontberingen en gevaren te trotseren. De drie Venetianen  waren nu klaar om te beginnen aan de lange reis over land dwars door Azië. Maar alvorens op weg te gaan wilden Nicolo eerst een bezoek brengen aan Jeruzalem om uit de Heilige Grafkerk wat olie te halen uit de daar al meer dan duizend jaar brandende lamp om daarmee "de lamp van het christendom in China te ontsteken".

In Jeruzalem vernamen de Polo's dat hun vriend, Tebaldo, uitgeroepen was tot Paus en op hen wachtte in Akko. Hij kon de honderd geestelijken voor Kublai Khan weliswaar niet regelen, maar in plaats daarvan stuurde hij twee monniken mee.
Akko - Ayas - Bagdad - Kerman

Langs de kust zeilden de vijf mannen naar Ayas, een stad waar de bewoners handel dreven in specerijen en goudlaken. Vanuit deze stad vertrokken gewoonlijk de kooplieden die reisden naar het Oosten reisden. 

Vanaf Ayas liep de weg naar het Oosten dwars door Perzië. Het was een slechte weg en soms slechts een moeilijk te volgen spoor dwars door de woestijn. Ze moesten door rivieren waden en vaak liep de weg over een smalle richel die was uitgehouwen in de steile rotswand. Daaronder stroomden in diepe ravijnen riviertjes met gevaarlijke stroomversnellingen.

De gedachte aan de moeilijke weg maakte de twee monniken al bang en toen ze een groep gewapende mannen tegenkwamen die hun vertelden dat er in Perzië gevochten werd tussen het leger van de koning van Egypte en een Mongools leger, weigerden ze nog verder mee te gaan. En dus waren de drie Venetianen nu weer alleen. Soms reisden ze te voet, soms op muilezels of kamelen, en kamelen, en ’s nachts bivakkeerden ze onder de sterren. Marco moest zich wel heel ver van zijn gezellige huis in Venetië hebben gevoeld. Marco was in een gebied waar hij nog nooit was geweest. Gelukkig lette hij goed op alles wat hij onderweg zag.  
Een van de vreemde dingen die hij zich herinnerde was een oliefontein die uit de grond omhoog kwam. De mensen in dat dorp vertelden dat de fontein dag en nacht werkte. Ze gebruikten de olie voor hun lampen en smeerden er hun zieke kamelen mee in. Marco luisterde veel naar verhelen en legendes uit het dorp. Die schreef hij later op. Vanuit Ayas trokken de Polo's via Armenië richting Turkmenië, een gebied dat bewoond werd door Turkmenen, Armeniërs en Grieken. De Turkmenen leefden in de bergen en dalen en hielden vee. Ze waren onderdanen van Kublai Khan en Marco was verwonderd over het feit dat ze heel verdraagzaam waren. Iedereen mocht zijn eigen geloof belijden, zolang hij zich maar aan de wetten en regels hield. Ook maakte Marco Polo in Turkmenië kennis met de prachtige Perzische tapijten en volgens zijn boek heeft hij ook vliegende tapijten gezien. 
De Polo's liepen niet alleen, dat zou te gevaarlijk zijn. Ze reisden steeds samen met grote karavanen die voorbij kwamen. Afbuigend naar het zuiden werd het heter en droger. In Georgië zag Marco een soort fontein van olie, die volgens Marco werd gebruikt voor verlichting. Marco was een van de eerste Europeanen die melding maakte van de olievoorraden in de buurt van de Kaspische Zee. 

Over Bagdad vertelt Marco dat het de meest romantische en mysterieuze stad in het oosten is. Toch is niet helemaal zeker of Marco Polo Bagdad daadwerkelijk bezocht heeft. Verder kwam Marco in de Perzische stad Sava, vanwaar de drie wijzen vertrokken toen Jezus geboren werd. Volgens Marco waren de drie wijzen bijgezet in een mooi graf en waren zij nog geheel intact, met baarden en haren. Uiteindelijk kwamen de reizigers aan in Kerman in het zuidoosten van het huidige Iran, dat op het kruispunt van verschillende karavaanroutes lag. In de magazijnen van Kerman lagen specerijen uit Indië opgeslagen, wierook uit Oman en zijde en porselein uit China. 

Kerman - Pamir gebergte
Vanuit Kerman reden de reizigers zeven dagen langs mooie versterkte dorpen en steden waar de mensen jaagden met vogels. Over deze streek vertelt Marco dat zij moesten uitkijken voor de roofzuchtige Qaraunas, deze lieden trokken door het land en maakten door toverij dat het zeven dagen nacht bleef, zodat anderen niets konden zien terwijl zij iedereen beroofden en vermoordden. Na een aantal dagen reizen lag de grote zoutwoestijn van Perzië, de Kavir voor hen, één van de meest onherbergzame plaatsen op aarde. Grote delen van het land zijn daar bedekt met een korst van zoutkristallen, misschien een restant van een opgedroogde zee. Op sommige plekken is die zoutkorst dik en kun je er veilig overheen lopen, maar op andere plekken is hij flinterdun. Als een reiziger niet goed oplet kan hij er doorheen zakken en in de stinkende brij terechtkomen die eronder ligt. 
Tussen de zoutvlaktes liggen rijen kale rotsachtige heuvels. De Kavir is een woestijn en er is dus niet veel water en het water dat er is is niet te drinken door het zout. De kortste weg door de Kavir nam nog altijd veertien dagen in beslag en onderweg was maar op twee plaatsen drinkwater te vinden. Bij de Kavir begon voor de christenen een voor hen onbekende wereld. 

Het hoogste punt van de aarde 

Voor Marco en zijn metgezellen voerde de tocht nu omhoog, de onbekende ruige wereld van Afghanistan in. Ze reden voort door nauwe ravijnen en over ingesneeuwde passen, met de voortdurende angst dat ze aangevallen zouden worden door bandieten. Tot Marco's grote verbazing voerde de weg hen na een reis van weken door de hooglanden van Afghanistan nog verder omhoog. 

Volgens Marco waren ze zo hoog dat ze het hoogste punt van de aarde bereikt hadden. Hij zat er niet ver naast. Ze bevonden zich in het Hindu Kush gebergte. Iets verder naar het zuiden ligt de K2, de op een na hoogste berg ter wereld (8611 meter). In het noorden lag het Pamirgebergte, met toppen van 7000 meter. Marco Polo was de eerste Europeaan die verslag deed van het bestaan van het Pamirgebergte dat pas 600 jaar later verkend zou worden. 

Marco Polo in China

Gemaakt: 13-10-04; bijgewerkt: 08-08-05

colofon