2517 Ruilhandel en Muntgeld  
In de tijd dat mensen nog zelfvoorzienend waren zal er zelden sprake van (ruil)handel geweest zijn. Maar vanaf het moment dat er vormen van arbeidsverdeling ontstonden en mensen meer konden produceren dan ze voor eigen gebruik nodig hadden begon men handel te drijven. Goederen die via de zijderoute van China naar het Romeinse rijk of omgekeerd werden vervoerd, werden onderweg meestal vele malen verhandeld. Voor de uitvinding van geld zou iets dergelijks vrijwel onmogelijk zijn geweest.

Ruilhandel
De eerste handel werd gedreven in de vorm van ruilhandel. Dit betekende dat degene die b.v. een zwaard wilde hebben daarvoor eigen bezittingen in ruil gaf, b.v. graan, huiden, vee of iets dergelijks. Deze vorm van handel drijven leverde vaak een heleboel praktische problemen op. Het kon b.v. voorkomen dat de man die een zwaard wilde hebben pottenbakker was en de verkoper van het zwaard nu juist geen potten nodig had maar vlees. En wat doe je als een zwaard b.v. 3½ kruik waard is? De oplossing van dit soort problemen werd gevonden in een standaard ruilmiddel (pseudo-geld).
'Pseudo-geld' waren voorwerpen die (binnen een bepaalde cultuur) iedereen accepteerde als ruilmiddel en die een bekende waarde hadden. Voorbeelden daarvan zijn: vee, graan, kaurischelpen, huiden, zout, cacaobonen.

links: Kaurischelp; rechts: Egyptisch zilver geld (± 1.000 v.Chr.)

De Egyptenaren waren de eersten die metalen (vooral zilver, maar ook goud, brons e.d.) als standaard ruilmiddel gingen gebruiken. Daarbij was het gewicht de bepalende factor voor de waarde.

Het voordeel daarvan was dat, als de waarde per gewichtseenheid bekend was, d.m.v. wegen iedere prijs betaald kon worden. Een nadeel was dat er altijd een weegschaal nodig was.

Bij het gebruik van metalen kwam daarbij de complicatie dat ook de zuiverheid vastgesteld moest worden.

Muntgeld
In het Lydische koninkrijk werd in de 7de eeuw v.Chr. het eerste echte geld gebruikt in de vorm van munten. Om 'munt' genoemd te mogen worden moet het stukje metaal aan drie criteria voldoen:
  1. Het moet door de overheid die ze uitgeeft worden gewaarmerkt d.m.v. een merkstempel.
    (Als dat niet het geval is valt het onder het pseudo-geld.)
  2. Er moet een aanduiding van de waarde op staan.
  3. Het moet een vast gewicht en zuiverheid hebben.
    (anders zou het steeds gewogen moeten worden om de waarde vast te stellen.)

De eerste Lydische munten waren gemaakt van elektron (een mengel van goud en zilver) en hadden de vorm van een koffieboon.

De metaalwaarde van munten was doorgaans iets (maar niet veel) lager dan de muntwaarde. Het verschil tussen beide diende ter bestrijding van de kosten die de overheid moest maken (mijnbouw en slaan van de munten).

Het oudste Chinese muntgeld was van brons gemaakt en stamt uit het einde van de 6de eeuw v.Chr. (Oostelijke of Late Zhou dynastie).Voor die tijd gebruikte men in China voornamelijk kaurischelpen als geld. (De belangrijkste vindplaats van deze schelpen waren de Malediven)

Links: Chinees muntgeld Han dynastie (206 v.Chr.-220 n.Chr.)

Rechts: Chinees muntgeld Tang dynastie (618-907 n.Chr.)
De vorm van deze munten was niet belangrijk, wel de stempels erop. Er zijn 'munten' geweest in de vorm van messen, bijlen, huiden, schelpen, ringen en nog veel meer.

Papiergeld

Een nadeel van munten is hun gewicht. Zodra er kostbare zaken of grote hoeveelheden van iets gekocht moesten worden gaf het vervoer van grote aantallen zware munten problemen. Toch was dat nadeel niet de reden waarom in China het papiergeld werd uitgevonden. De reden daarvoor was een groot tekort aan koper voor de aanmaak van munten.

Chinees papiergeld
Tijdens de Song en Chin dynastieėn (10de eeuw n.Chr.) gebruikte men in China naast muntgeld ook papiergeld. Het oudst bewaard gebleven papiergeld is door de Ming dynastie in omloop gebracht van 1375 tot 1399 (zie afbeelding rechts). Op dit biljet waren in het midden stapeltjes munten afgebeeld, waardoor ook analfabeten wisten welke waarde het betreffende biljet vertegenwoordigde.
De naam die men aan dit papiergeld gaf was 'fei-chien', wat 'vliegend geld' betekende (omdat het uit je hand kon waaien).

Links: Chinees papiergeld, waarde: 1.000 cash, Ming dynastie (1368-1644)

Genghis Khan (1167-1227) heeft ervoor gezorgd dat het gebruik van papiergeld een enorme verspreiding kreeg. In het Mongoolse rijk was iedereen verplicht zijn goud en zilver in te wisselen voor papiergeld en de doodstraf kon worden uitgesproken als iemand dit papiergeld als betaalmiddel weigerde te accepteren.

In Europa was in 1661 Zweden het eerste land dat papiergeld in gebruik nam.

Wissels
Voor er sprake was van echt papiergeld werd het vervoeren van omvangrijke hoeveelheden muntgeld al enkele eeuwen lang (zowel in China als in Europa) opgelost door gebruik te maken van 'wissels'.
Van Venetiaanse handelaren is bekend dat zij veelvuldig van dit systeem gebruik maakten.
In het China van de Tang dynastie (618-907 n.Chr.) werden wissels vooral gebruikt in de thee handel tussen Zuid-China en de Chinese hoofdstad Chang'an (thans: Xi'an).
Het systeem van 'wissels' werkt als volgt: Bij een aan- en verkooptransactie in plaats A geeft een koper aan de verkoper i.p.v. geld een document, waarin staat wat er verhandeld is en voor welke prijs.
De verkoper kan daarna bij een vertegenwoordiger van de koper in plaats B op vertoon van dat document zijn geld in ontvangst nemen. Het nadeel van het 'wissel' systeem is dat de koper er wel voor moet zorgen dat hij (voldoende) geld heeft liggen in plaats B.

Gemaakt: 03-08-05

colofon