3942 Dunhuang
In 111 v. Chr. stichtte Han-keizer Woe Ti aan de uiterste grens van het door hem ver naar het westen uitgebreide rijk in een oase nabij een kruising van de Zijderoute de garnizoensstad Dunhuang (Midden-westen van China, prov. Gansu)

De naam betekent 'warme schittering' en duidt op de signaalvuren die gebruikt werden om berichten door te geven over b.v. nadering van vijandelijke troepen. Gedurende het bestaan van de Zijderoute (2de eeuw v.Chr. - 13de eeuw n.Chr.) was Dunhuang één van de belangrijkste steden op de Zijderoute. Hier moesten de uit Chang'an komende karavanen kiezen of ze langs de noordelijke of zuidelijke kant van de Taklamakan woestijn zouden reizen. 

In 439 werd het gebied rond Dunhuang door de legers van de Noordelijke Wei-dynastie veroverd en werden 30.000 inwoners gedeporteerd naar Pingcheng (thans: Datong) de hoofdstad van de Noordelijke Wei in de provincie Shanxi (1.500 km naar het oosten). 

25 kilometer ten zuidoosten van Dunhuang liggen de beroemde Mogao grotten (grotten van Dunhuang), de oudste boeddhistische heiligdommen in China. De Boeddha's en andere religieuze figuren werdn in de rotsen gekerfd door Boeddhistische reizigers. Daarnaast waren er in Dunhuang ook veel Boeddhistische kloosters, die veel geschriften vanuit het westen en India verzamelden.

In 781 - aan het eind van de Tang-dynastie moest Dunhuang zich na 10 jaar strijd overgeven aan Tibetaanse veroveraars. Tang-keizer Xuanzong, heroverde de stad In 848.

Gemaakt: 01-08-05

colofon