3939 |
Mogao grotten (grotten van Dunhuang) |
![]() |
![]() |
De beroemde Mogao-grotten liggen 25 km ten zuidoosten van Dunhuang. Ze zijn de oudste boeddhistische heiligdommen in China en een ware kunstschat. Ze zijn uitgehakt in de periode van de 4e tot de 14e eeuw en de ontwikkeling van de boeddhistische kunst is goed te zien. Er zijn prachtige beelden, muurschilderingen en fresco's. Door de eeuwen hebben pelgrims en handelaren de wanden van de vele grotten bedekt met prachtige muurschilderingen. |
![]() |
De schilderingen zijn meestal religieus van aard, en voor een groot deel van de hand van Boeddhisten. Archaeologen en kunstkenners zijn sinds de grotten zo'n honderd jaar geleden opnieuw werden geopend nog steeds bezig de schatten en religieuze voorwerpen te catalogiseren en te beschrijven. |
Boven: Fresco schildering, 535-557 uit de Mogao grotten (grotten van Dunhuang), detail uit een legende
Klik op het plaatjes rechts op het Quicktime filmpje te bekijken. |
![]() |
![]() |
Het uithouwen van de eerste grotten zou volgens de overlevering begonnen zijn in het jaar 366, tijdens de overheersing over Noord-China van een van de 16 'barbaarse' koninkrijken. Deze periode in de Chinese geschiedenis, waarin het rijk gescheiden was tussen noordelijke en zuidelijke dynastieën, was de belangrijkste tijd voor de verbreiding van het boeddhisme in China via de zijderoute. Tijdens de Noordelijke-Wei-dynastie (385-557) kwamen er ongeveer 40 grotten gereed, tijden de Sui-dynastie (581-618) nog meer, waarvan er nog 78 bestaan. |
Het hoogtepunt van de Boeddhistische bloeiperiode in China en het gedeelte van de zijderoute ten noorden en oosten van da Pamir-bergen was tijdens de Tang-dynastie tot ca. 750. Uit deze periode dateren meer dan 220 grotten. Toen er na 750 grote vervolgingen plaats vonden in China, stond het gebied rond Dunhuang (alsmede het gehele Tarim-bekken en de Gobi-woestijn) onder gezag van de Tibetanen. Hierdoor zijn de grotten van Dunhuang lange tijd ongeschonden gebleven. Het uithouwen van de grotten duurde tot ca. 1300. Tijdens de Ming-dynastie was China min of meer afgesloten van de buitenwereld en was de zijderoute in onbruik geraakt. Dunhuang was verlaten en raakte ondergestoven door het woestijnzand.
Detail van een van de muurschilderingen in de grotten van Dunhuang (Tang-dynastie). |
![]() |
![]() |
Het complex bij Dunhuang heeft ooit uit ongeveer duizend afzonderlijke grotten bestaan. Naar schatting vijfhonderd zijn weer enigszins intact gebracht. Ze bevatten nog vele (ongeveer 2000) boeddhistische beeldhouwwerken en klei-figuren, waaronder reusachtige afbeeldingen van de Boeddha Sakyamuni, zgn. mediterende Boeddha's (waaronder de Boeddha Amitabha en Boeddha Vairocana) en bodhisattva's. Niet minder beroemd is dit complex om de wandschideringen, die ondanks hun hoge ouderdom goed geconserveerd zijn. |
De manuscripten van Dunhuang In 1907 kwam de bekende ontdekkingsreiziger / archeoloog Sir Aurel Stein in Dunhuang aan, aangelokt door het gerucht dat er zich een hele bibliotheek belangrijke manuscripten in een geheime bewaarplaats in de grotten zou bevinden. Het bleek dat een zekere Wang, een boeddhistische monnik die zichzelf als beheerder van de Dunhuang grotten had benoemd, stapels manuscripten had gevonden in een dichtgemetselde nis die deeluit maakte van de 'Grot van de duizend Boeddha's'. Ze waren er rondom het jaar 1000 verborgen, waarschijnlijk ter bescherming tegen plunderingen van barbaren. Wang was bereid er een groot aantal af te staan tegen een financiële vergoeding ten behoeve van de restauraie van het heiligdom. Op deze manier verkreeg Stein duizende opgerolde manuscripten en schilderingen. Verpakt bedroeg de buit 24 kisten vol manuscripten en 5 kisten met schilderingen. Hij liet ze meteen naar Engeland verschepen, waar ze zich nog steeds bevinden, goed opgeborgen in de British Library in Londen. De provinciale autoriteiten in Lanzhou deden er niet veel aan om de schat te beschermen. Hoewel op de hoogte van het bestaan van de schat, vond de gouverneur de kosten van een transport naar veiliger oorden te hoog. Na Stein verschenen er nog meer geïnteresseerden, waaronder de Fransman Pelliot in 1908. Hij schatte de hoeveelheid manuscripten, die er toen nog lagen, op tien tot vijftienduizend. Ook hij wist - met dezelfde omkopingsmethode als gebruikt door door Stein - Wang's medewerking te verkrijgen en eveneens een flinke graai te doen in de schat. Als groot kenner van Chinese geschriften was hij bovendien ook nog in staat de meest bijzonderde manuscripten uit te selecteren en naar Frankrijk te laten vervoeren. Pas toen dit in Peking bekend werd, werden er maatregelen genomen om datgene wat er over was in veiligheid te brengen. Helemaal gelukt was dit blijkbaar niet, want in december 1910 wisten Russiche onderzoekers nog 600 rollen te verwerven en in 1914/15, toen Stein nogmaals Dunhuang aandeed kon hij nog steeds manuscripten verkrijgen. |
![]() |
Een goede dienst voor de kunsthistorie werd door Pelliot bewezen door de fresco's tijdens zijn verblijf uitgebreid te fotograferen (in zwart-wit). Een aantal jaren later werden er Wit-Russische vluchtelingen uit de Russische burgerooorlog in de grotten ingekwartierd. Hierbij is grote schade aangebracht aan de wandschilderingen. Dankzij de foto's van Pelliot kennen we de oorspronkelijke staat. De Amerikaan Langdon Warner wist tenslotte in 1923 twaalf fresco's te verwijderen en naar de Verenigde Staten te transporteren. Een kostbaar beeld uit de Tang-dynastie onderging hetzelfde lot en maakt nu evenals de fresco's deeluit van de trotse collectie van het Fogg Museum (Harvard University Art Museums). In China zijn behalve die van Dunhuang nog verschillende boeddhistische holentempels en grotten te bezoeken. Op deze site zijn hiervan de volgende korte beschrijvingen te vinden: Grotten van Yungang en Tianlongshan in Shanxi; Longmen-grotten te Henan. Afbeelding van de prekende Boeddha, geschilderd op zijde (Tang-dynastie). Dit exemplaar maakte deel uit van de naar schatting 40.000 manuscripten en rolschilderingen, die in de tiende eeuw verstopt waren in een dichtgemetselde nis in het Dunhuang-complex. Het stuk bevindt zich in de collectie van Musée Guimet te Parijs. |
Gemaakt: 28-07-05 |